Foto: Merlijn Doomernik

‘Ik heb een lesje in nederigheid geleerd’

Tom Egbers Na een hartinfarct, ruim twee maanden geleden, maakt sportpresentator Tom Egbers (61) zondag zijn rentree. „Ik wil niet die man van het hartinfarct worden.”

Het is een van de eerste dingen die Tom Egbers zegt: „Ik prijs mezelf gelukkig. Ik ben er nog, ik ben niet dood.”

Tweeënhalve maand ontbrak hij als presentator van de eredivisie-uitzending op zondagavond, en als gastheer van Studio Voetbal. Een hartinfarct tijdens zijn vakantie maakte hem het werken onmogelijk, meldde de NOS. Henry Schut (eredivisie) en Sjoerd van Ramshorst (Studio Voetbal) werden aangewezen als zijn vervangers.

Zondag maakt Egbers (61) zijn rentree, na een paar keer ‘proefdraaien’ bij het Sportjournaal. Hij zal – naast Andere tijden sport, het Sportgala, sportjournaals en eindtoernooien van Oranje – voortaan alleen nog de eredivisie presenteren. Studio Voetbal leidt hij alleen als „de nood aan de man is”. Van Ramshorst neemt de talkshow over, meldde de NOS donderdag. Egbers: „Ik heb schitterend werk, maar die zondagen zijn lange dagen en ik wil wel gezond blijven.”

Het is zijn eigen keuze om het wat rustiger aan te doen, zegt Egbers, die één keer zijn verhaal doet, „vanwege de openbaarheid van mijn functie en omdat mensen er misschien iets aan hebben”. Hij wil niet „die man van het hartinfarct worden”.

Wat is er precies gebeurd tijdens uw vakantie?

„Mijn vrouw Janke en ik zaten op een Grieks eiland. We hadden een heerlijke avond achter de rug met een Griekse familie. Lieve mensen, mooi licht, mooie muziek. De volgende dag voelde ik een druk hoog in mijn maag. Ik dacht eerst nog dat het door het zware tafelen kwam, maar toen de pijn de volgende ochtend terugkeerde – en ik grauw zag volgens Janke – zijn we toch naar het ziekenhuis gereden. Het was een matig geoutilleerd hospitaaltje, waar een lange rij vluchtelingen in de gang stond te wachten. Ik voelde me bezwaard dat ik voordrong, maar merkte al snel dat het menens was. ‘You have a heart attack, mister!’ schreeuwde een arts. Ik werd getrombolyseerd, waarna overleg met artsen in Nederland en Griekenland volgde. Met een krakkemikkig vliegtuigje ben ik naar Athene vervoerd, samen met Janke. Daar zijn stents geplaatst, terwijl ik via een monitor meekeek en de chirurgen complimenteerde met hun goede werk. Zes dagen later mocht ik naar huis.”

Kreeg u een prognose van de arts mee?

„De cardioloog in het AMC zei na bloedonderzoek en MRI’s dat ik ‘gewoon’ weer aan het werk kon en – mits ik niet te heftig leef en dagelijks een pilletje slik – oud kan worden. Zijn bericht zorgde voor grote opluchting.”

Egbers vertelt tamelijk luchtig over de zware periode die achter hem ligt. Maar tussen de regels door voel je wat voor impact zijn bijna-doodervaring op hem heeft gehad. Hij zal nooit de angstige blik van Janke vergeten, vlak voor hij getrombolyseerd werd. Zijn vervoer per brancard door het ziekenhuis, terwijl hij naar de lichten in het plafond keek en dacht: zou dit het einde zijn? En de vele blijken van waardering van collega’s. „Terwijl ik toch behoorlijk bijdehand, veeleisend en kritisch kan zijn”, lacht hij. „Geen leuke eigenschap, en dan toch al die lieve briefjes, appjes, telefoontjes en bloemen? Het heeft me verrast. En geholpen.”

Tom Egbers: „Ik heb nog nooit het vlees gesneden op zondagavond.” Foto Merlijn Doomernik

Je hoort vaak dat mensen na zo’n ervaring kritischer naar hun eigen leven kijken: waar sta ik en wat wil ik?

„Wat wil ik nóg, in mijn geval. Dat herken ik wel, ja. Ik heb altijd moeite gehad met ‘nee’ zeggen, maar wil daar nu verandering in brengen. Minstens twee aaneengesloten dagen per week zal ik niet werken. Mijn werk is belangrijk, maar mijn privéleven is nog belangrijker. Dat wist ik wel, maar daar leefde ik niet naar.

„Ik ben een kind uit een middenstandersgezin met een naoorlogs arbeidsethos. Mijn vader, die op zijn 46ste aan een hartinfarct overleed, werkte van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Dan wordt dat normaal hè. Ik heb nog nooit het vlees gesneden op zondagavond.”

Hoe vindt u dat uw vervangers het hebben gedaan?

Hij lacht. „Die verstaan hun vak wel, hoor.”

Geen gemengde gevoelens?

„Ach, tuurlijk. Ik ben ook maar een mens. Ik werk al sinds de jaren tachtig voor de NOS, sinds de jaren negentig doe ik voetbal op de vroege zondagavond. Ik voel me als een speler die op z’n 32ste tot de conclusie komt dat het messcherpe van zijn fysieke gestel er niet meer is. Het blijft een snoeiharde confrontatie met jezelf. Een lesje in nederigheid ook; iedereen is vervangbaar.”

Heeft u iets meegekregen van de soms kwetsende reacties van mensen die opgelucht waren dat u niet meer op tv te zien was?

„Ik heb een twitteraccount, dus las ook dat iemand het ‘jammer’ vond dat ik ‘nog leef’. En dat ‘Sjoerd het beter doet dan Tom’. Met de schrijver van het eerste bericht heb ik medelijden. Zo absurd dat het bijna lachwekkend is.

„Het tweede bericht verrast mij niet. In de tijd dat ik het soms overnam van Jack van Gelder schreven ze ook dat Jack niet terug hoefde te komen, want ‘wat een fris geluid’. Ik weet hoe het twitterriool werkt. Leuk is het niet, maar ergens denk ik na alles wat er is gebeurd ook: zoek het lekker uit.”

Zijn er nu al dingen waar u zich op verheugt, als u weer helemaal hersteld bent en meer tijd voor uzelf heeft?

„Ik verheug me er op goed in de ogen van Janke te kunnen kijken. Met aandacht een fles wijn open te trekken – ik mag nog best een glaasje van de dokter. En meer tijd met vrienden en familie door te brengen. Een beetje cliché, maar zo is het.

„Laatst ging ik met Janke naar een voorstelling van Youp van ’t Hek in Groningen. Op de terugweg zijn we langs de Veluwe gereden. Het regende, maar we hebben heerlijk gewandeld. Dat zou ik vroeger nooit hebben gedaan. Dan moest ik, hup, snel naar Hilversum, vanwege een of andere bespreking. Nu denk ik: je hebt onvoorstelbare mazzel gehad. Het is je plicht daarvan te genieten.”