Hoop op beter leven vervlogen

Straatprotest Irak Irak produceert meer olie dan ooit, maar de gewone man heeft nog geen stroom en schoon water.

Iraakse demonstranten woensdag in hoofdstad Bagdad.
Iraakse demonstranten woensdag in hoofdstad Bagdad. Foto Thaier al-Sudani

De Iraakse overheid heeft een uitgaansverbod uitgevaardigd in Bagdad en in enkele steden in het zuiden van het land, nadat daar de voorbije dagen bij spontaan straatprotest zeker 27 doden zijn gevallen. Ook het internet is afgesloten. Het protest richt zich tegen corruptie en het ontbreken van banen en essentiële overheidsdiensten.

Dinsdag gingen mensen in Bagdad en elders de straat op na een oproep op sociale media. Straatprotest is in Irak niet ongewoon, maar doorgaans wordt daartoe opgeroepen door politieke of religieuze leiders. In Bagdad is lang elke vrijdag betoogd tegen corruptie door aanhangers van de shi’itische leider Moqtada al-Sadr. De protesten van deze week lijken juist niet politiek gestuurd te zijn, en ze lijken ook geen sektarische achtergrond te hebben.

„Er is geen leider. Kijk naar ons: wij zijn allemaal jong en werkloos”, zei betoger Hussein Mohammad in Bagdad tegen het persagentschap AFP.

De Irakezen zijn al heel lang gefrustreerd over de werkloosheid en het gebrek aan diensten als water en elektriciteit. In de zomer van 2018 werd in de zuidelijke stad Basra wekenlang betoogd tegen de veelvuldige stroomonderbrekingen en de vergiftiging van het drinkwater. Daarbij werden toen tal van overheidsgebouwen in brand gestoken.

Bij de verkiezingen van mei vorig jaar trok Moqtada al-Sadr samen met de communisten naar de kiezer met de strijd tegen de corruptie als enig thema. Dat zorgde voor een kleine aardverschuiving in het Iraakse parlement, maar het leverde geen echte politieke verandering op.

De huidige premier Adil Abdul Mahdi wordt gezien als een tamelijk zwakke figuur die in het zadel wordt gehouden door precies die traditionele partijen die veel Irakezen zien als de bron van al hun problemen.

Dromen van een betere toekomst

Toen Abdul Mahdi eind vorig jaar aantrad, erfde hij nochtans een land dat voor het eerst sinds decennia weer durfde te dromen van een betere toekomst. Islamitische Staat in Irak was verslagen. Met name in Bagdad verbeterde de veiligheid zienderogen. Mensen durfden opnieuw de straat op te gaan, het nachtleven bloeide weer op.

Symbolisch was het openstellen in juni van de Groene Zone, het streng beveiligde gebied in Bagdad waar ministeries en ambassades zich sinds de Amerikaanse invasie van 2003 verscholen achter hoge muren die bescherming boden tegen het geweld daarbuiten.

Tegelijk is de Iraakse olieproductie hersteld van de oorlog met IS. Sterker nog: deze maand werd bekend dat Irak meer olie produceert dan ooit tevoren, zoveel dat het een probleem wordt voor OPEC, dat de productie juist vermindert om de prijs op peil te houden.

Maar de gemiddelde Irakees merkt daar weinig van: het dagelijkse leven wordt gedomineerd door een krakkemikkige infrastructuur, onbetrouwbare elektriciteit en hoge werkloosheid, vooral onder jonge
mannen. Dat de betogers geen leiders hebben, maakt het moeilijk te beoordelen wat er de komende dagen gaat gebeuren.

Premier Abdul Mahdi heeft deze week meer banen beloofd, vooral in de olie-industrie. Maar zulke beloften hebben de Irakezen vaker gehoord.

Update: het dodenaantal in dit stuk is geactualiseerd omdat het van 21 is opgelopen naar 27.