Hoekstra blijft vaag over fonds en norm staatsschuld

Financiële beschouwingen De minister van Financiën blijft vaag over het investeringsfonds, en over het loslaten van zijn eigen begrotingsregels.

Minister Hoekstra donderdag bij de Financiële Beschouwingen.
Minister Hoekstra donderdag bij de Financiële Beschouwingen. Foto Koen van Weel / ANP

En weer blijft Wopke Hoekstra vaag over het investeringsfonds. Al weken gaat het in Den Haag over de ‘tientallen miljarden’ die dit kabinet wil uittrekken voor het ‘verdienvermogen’ van de Nederlandse economie. In de Miljoenennota stond echter amper iets over het fonds en ook op de tweede dag van de Algemene Financiële Beschouwingen gaf minister Hoekstra (Financiën, CDA) de Tweede Kamer weinig houvast.

Hoekstra begon over de vergrijzing en de veranderende wereld. Over kunstmatige intelligentie en robotica. En over de kansen die de aanhoudend lage rente biedt. Daaruit is het idee voor een investeringsfonds ontstaan, bedoeld voor investeringen in „kennisontwikkeling, R&D [research & development, red] en infrastructuur”.

‘Flinterdun verhaal’

Maar veel meer kon – of wilde – de minister nog niet zeggen. In het eerste kwartaal van 2020 komt hij met een opzet, zei hij. Daarin wil hij de criteria uitwerken waaraan concrete investeringsprojecten moeten voldoen en meer duidelijkheid geven over de organisatiestructuur van het fonds.

Lees ook: Wopke Hoekstra: ‘Er komen tientallen miljarden in het investeringsfonds’

Tweede Kamerlid Henk Nijboer van de PvdA nam hier geen genoegen mee. „Voor zo’n groots plan vind ik dit een flinterdun verhaal”, zei hij. Dat voor Hoekstra vaststaat dat het fonds er komt, en dat nu alleen nog de vraag is ‘hoe’, noemde Nijboer „volstrekt onverantwoord”. „Als je vele miljarden belastinggeld wil investeren in de economie vind ik dat je juist heel precies moet weten wat je doel is, waar je het aan uitgeeft, of het verstandig is. Dan maak je een analyse en dan doe je het wel of niet.”

Tijdens de financiële beschouwingen ging het ook over de draai die Hoekstra met deze begroting maakt. Tot voor kort hamerde hij steeds op het belang van het verlagen van de staatsschuld. Het kabinet-Rutte III geeft al meer geld uit, was steevast zijn betoog: veel gekker moet een minister van Financiën het in een economische bloeiperiode niet maken. Die starre houding leverde hem de bijnaam de ‘blokkeerfries’ en ‘Mister Nein’ op.

Uit de begroting die Hoekstra op Prinsjesdag presenteerde, blijkt dat hij de zuinigheid nu loslaat. De staatsschuld verlagen is minder belangrijk geworden: de uitgaven mogen komend jaar omhoog en de lasten omlaag, zonder dat voor alles dekking is.

De facto laat Hoekstra de Zalmnorm los. Met die regel willen kabinetten voorkomen dat meevallers en tegenvallers veel invloed hebben op de uitgaven van de overheid. De Raad van State was opvallend kritisch over het loslaten van die norm. Het kabinet schendt de begrotingsregels die het zelf opstelde, maar zonder daar een degelijke onderbouwing voor te geven, aldus de Raad van State.

Staatsschuld onder 50 procent

Nu Hoekstra zijn eigen regels loslaat, wilden diverse partijen in de Tweede Kamer weten welke beperkingen hij zichzelf nog oplegt. Maar de bewindspersoon wilde zich niet op nieuwe regels vastleggen. Zo weigerde hij een norm te noemen voor de gewenste hoogte van de staatsschuld als percentage van het bruto binnenlands product. De 43 procent van voor de crisis is voor hem „geen heilig streven”, zei hij, al noemde hij het wel „verstandig” om de staatsschuld nu onder de 50 procent te houden. Hoekstra kondigde een onafhankelijk onderzoek aan naar wat een verstandig niveau van de staatsschuld is.

Hoekstra ziet het loslaten van de Zalmnorm in de huidige begroting als een uitzondering. Hij wil blijven vasthouden aan de huidige ‘trendmatige’ begrotingsregels die inhouden dat meevallers en tegenvallers niet direct doorwerken in de uitgaven en lasten.

Lees ook: Makkie voor het kabinet, dankzij GroenLinks

De minister wil niet dat meevallers voor een deel naar lagere lasten voor burgers gaan, in plaats van automatisch naar het verlagen van de staatsschuld. CDA en VVD hadden gepleit voor zo’n „meevallersformule”. De afwijzing leidde tot een sneer van Aukje de Vries (VVD): „Waarom verschuilt de minister zich hier in de Kamer als een soort boekhouder achter Haagse regels, terwijl hij extern de problemen die de middeninkomens hebben aan de orde stelt?”