Sabri en Shady El Hamus

Foto Merlijn Doomernik

‘Jouw generatie heeft zich de vrijheid toegeëigend om te scheiden en opnieuw te beginnen’

Interview vader en zoon El-Hamus Regisseur Shady El-Hamus maakte dit jaar zijn eerste grote speelfilm, De Libi. Zijn vader, acteur Sabri Saad El-Hamus, is zijn filmmateriaal én speelt er een rol in, als vader. „Maar ik ben zo niet. Ik ben niet die vader.”

‘In kebir ibnak khawieh”, zegt de vader (62). „Hm, hm”, zegt de zoon (31). „Een Arabisch spreekwoord”, zegt de vader. „Als je zoon ouder wordt, laat hem je broer zijn. In Egypte wordt het dagelijks gezegd, met name als een vader en een zoon ruzie hebben.” „Weet je nog dat ik je naam niet kon uitspreken?”, zegt de zoon. „Op een gegeven moment, ik was op de crèche, had ik hem. Je kwam me ophalen en ik riep…”

„Sabri!”, roept de vader. Scherpe s, korte a, rollende r, ingeslikte i.

„Sabri!”, roept de zoon.

„Ah”, zegt de vader, hand op zijn hart. „Als ik jou mijn naam zo hoor uitspreken…”

„…ben jij blij.”

Sabri Saad El-Hamus (ingeslikte u) is acteur, Shady (de a is een è) El-Hamus is regisseur. Hij maakte dit jaar zijn eerste grote speelfilm, De Libi (‘zo is het leven’), die mooie recensies en twee nominaties voor een Gouden Kalf kreeg, onder andere voor het beste scenario. Shady schreef het met Jeroen Scholten van Aschat.

De film gaat over drie jongens uit Amsterdam-West die op school horen te zitten, maar in plaats daarvan gaan keten in de stad. Ze rossen in een invalidenwagentje over het fietspad. Ze raken verzeild op een snuif- en slikpartij in Zuid. Ze gaan naar de hoeren op de Wallen. Hun namen zijn Bilal, Gregg en Kevin. En de vader van Shady speelt de vader van Bilal. Hij komt doodmoe thuis van zijn werk op de markt. Hij blaft tegen zijn zoon. Hij verbiedt hem ’s avonds de deur uit te gaan. Maar zodra hij ligt te snurken in zijn leunstoel is Bilal ’m gesmeerd.

„Alle vaders die ik speel,” zegt Sabri, „zijn als de vader van Bilal. Maar ik ben zo niet. Mijn vader wel, maar ik niet. Ik ben niet die vader. Ik heb nooit tegen mijn kinderen gezegd: het wordt niks met jou als je niet doet wat ik zeg.” Hij heeft uit zijn huwelijk met Shady’s (Nederlandse) moeder nog een dochter van 26 en een zoon van 18. En uit zijn huwelijk daarna een dochter van 13. „Vroeger, al hadden ze nog zo’n slechte tekening voor me gemaakt – whàhhh, móói! Al speelden ze nog zo vals piano – práchtig! Ieder dansje, iedere stap in de goede richting van een dansje – gewéldig!”

Shady knikt.

„In alles wat ze deden, of het nou fietsen of voetballen was, bewonderde ik ze. Hoewel voetballen” – hij kijkt naar Shady – „bij jou niet zo gelukkig uitpakte.”

„Ik was een aardige spits.”

„Maar je liep weg omdat je de cultuur niet leuk vond.”

„Klopt, klopt.”

„En ik verdedigde je. Toen je tegen je zin op goal stond en huilde, haalde ik je weg. Andere ouders zeiden: Shady moet ook een keer op goal staan. Ja! Maar nee! Hij wil het niet. Klaar. Ik ben altijd heel erg beschermend geweest. Dat heb ik van mijn moeder.”

Je kweekt er geen flinke kinderen mee.

„Nou, jullie zien het. Shady is een stevige, knappe, talentvolle…”

Shady kijkt even de andere kant uit.

„Nou ja, wat ik bedoel is dat liefde het enige is wat kinderen nodig hebben. Liefde en toewijding.”

De jongen van de bediening komt vragen wat we willen eten. Het is lunchtijd en we zitten in de Plantage, bij Artis in Amsterdam. „Oesters”, zegt Sabri. „En graag een glas witte wijn.”

„Sabri kon ook erg boos worden”, zegt Shady tegen ons. „Hij kon heel goed duidelijk maken als iets niet de bedoeling was.”

Sabri: „Tuurlijk, tuurlijk.”

„Vroeger gingen we elke zomer met het hele gezin naar Egypte, naar Caïro, totale chaos, en dan moesten we oversteken, zes banen, acht banen, en wat ik van jou heb geleerd” – hij kijkt naar zijn vader – „dat je nooit moet twijfelen. Nooit. Je gaat of je gaat niet. Hand vasthouden en…”

„Gaan!”

Je nam je kinderen wel mee naar Egypte, maar je leerde ze geen Arabisch.

„Alleen het alfabet”, zegt Sabri.

„En je las ons voor in het Arabisch”, zegt Shady. „Lisa in het Nederlands en Sabri in het Arabisch.” Zijn moeder, Lisa de Rooy, is actrice en schrijfster.

„Maar ik sprak het niet met ze”, zegt Sabri. „Op de toneelschool had ik heel goed Nederlands leren spreken en thuis wilde ik geen verwarring, geen dualiteit. Ik wilde dat mijn kinderen Amsterdams waren. Ze waren geboren in Amsterdam en ik wilde ze bij wijze van spreken klaarmaken om burgemeester van Amsterdam te worden. Geen achterstand, geen twijfel.”

Oversteken.

„Oversteken, ja.”

Weet Shady waarom zijn vader is weggegaan uit Egypte?

„Eh, ik ken de verhalen.” Hij kijkt naar zijn vader.

Die begint over zíjn vader, maar onderbreekt zichzelf om te vertellen over zijn favoriete oom, die imam was. „Van hem heb ik leren acteren. Hoe hij de hele moskee aan het huilen en het lachen kreeg, fantastisch. Elke vrijdagmiddag was ik bij hem. In zijn schaduw groeide ik op en op mijn tiende mocht ik mijn eerste oproep tot gebed doen.” Hij haalt diep adem en roept: „ALLAHU AKBAR.” De mensen aan de tafeltjes om ons heen verstijven. Ze gaan pas weer door met eten en praten als ze ons horen lachen.

„Je ziet er ook best angstaanjagend uit”, zegt Shady. „Met je leren broek en je leren jas.”

Wilde Sabri geen imam worden?

„Had gekund, had gekund. Maar op mijn achttiende ging ik economie studeren, aan de universiteit in Caïro, en ik raakte onder invloed van de tijdgeest. Albert Camus, Jean-Paul Sartre, John Travolta. Vrijheid! Ik had krullend haar…”

„Kleine krullen”, zegt Shady.

„…tegen het kroes aan, zoals jouw baard, en dat liet ik groeien en gladmaken. Ik droeg een groene broek met wijde pijpen en schoenen met hoge hakken. Het werd niet geapprecieerd door mijn omgeving. Het was zelfs zo erg dat ik een keer in een overvolle bus ben geslagen door een wildvreemde man. Hij draaide zich naar me om, keek me aan en gaf me een harde klap in mijn gezicht. Pám. Bij de volgende halte ben ik uitgestapt en terwijl ik langs de Nijl terug naar huis liep wist ik: ik wil weg. Ik ben Egyptenaar, maar ik voel me hier niet thuis. Niet in Egypte, niet in Caïro, niet bij mijn familie. Mijn vader…”

„Ja, vertel over je vader”, zegt Shady.

„…was er erg op tegen. Hij was boos. En mijn moeder – ze zegt nog altijd dat ze toen ziek is geworden. Ze zegt dat ik haar hart heb gebroken. Maar ze hielp me wel om geld voor de reis bij elkaar te lenen. Sabri gaat naar het buitenland! Ik wilde naar Parijs. Toen kwam ik een vriend tegen die over Amsterdam vertelde, dat was the place to be. Ik leerde een Nederlandse vrouw kennen die wel met me wilde trouwen en zo ben ik aan een verblijfsvergunning gekomen.”

Foto’s Merlijn Doomernik

Dat was Lisa?

„Nee, dat was later. Deze vrouw…”

…was bereid je te helpen.

„Ze was niet oud of lelijk of zo. Er was ook liefde. Maar het huwelijk heeft niet lang geduurd.”

Na tien jaar ging Sabri voor het eerst terug naar Caïro, met Lisa en Shady, een baby van vier maanden toen. „Tien jaar lang had mijn vader geen contact gewild, maar hij stond ons wel op te wachten op het vliegveld. Hij was apetrots.”

En je moeder?

„Mijn moeder… ah, mijn moeder… Ik ben het eerste kind dat bleef leven. Voor mij had ze vier kinderen, allemaal verloren aan wiegendood. Ze was te jong om zwanger te worden.”

„Sabri betekent mijn geduld”, zegt Shady.

„Mijn geduld, ja. Mijn moeder zal zeventien of achttien zijn geweest toen ze zwanger was van mij, niemand weet precies hoe oud ze is. Haar buurvrouw had gezegd dat ze haar buik moest laten zegenen door een blinde sjeik die ziener was. Die schreef een briefje en deed het met wat zwart zaad in een zakje, met een muntje van dat jaar erbij, 1957. Hij zei: als je kind geboren wordt, geef hem dan een naam met Sabr als stam. Je geduld zal beloond worden. En hou dit zakje altijd bij hem in de buurt. En kijk, het heeft geholpen, want ik bleef leven. Een wonder!” Hij lacht. Hij gelooft niet in dat soort dingen. Maar toch. Het muntje hangt aan een kettinkje om zijn hals.

„Je bent het een keer kwijt geweest”, zegt Shady. „Aan de rand van de Rode Zee.”

„Ik raakte in paniek. Dit kan niet, dit mag niet. Ik vroeg aan alle kinderen in de buurt om naar het muntje te duiken – ik kon niet duiken – en het werd teruggevonden. Een tweede wonder!”

Was je vader veel ouder dan je moeder?

„Het is niet het cliché dat jullie denken. Er was liefde toen ze trouwden. Het huwelijk was niet gearrangeerd, niet helemaal.” Sabri’s vader was politieman.

„Ik heb mijn opa nauwelijks gekend”, zegt Shady. „Ik was eh…” – hij kijkt naar zijn vader – „Hoe oud was ik toen hij overleed?”

„Drie. Hij stierf in 1991.”

„Een mythische figuur in een land dat voor mij als kind iets heel magisch had. Mijn opa, misschien omdat ik hem bijna niet heb meegemaakt, is heel erg gaan leven in mijn hoofd. Dat ik hem in mijn film heb geschreven heeft daar alles mee te maken. En wie kon hem beter spelen dan Sabri?”

Werkt het averechts, een vader die zo streng is voor zijn zoon?

„Weet ik niet. Weet ik niet. Maar ik ben wel” – hij wappert met zijn hand in Sabri’s richting – „heel blij met dit.”

„Met dit dat hier zit.” Sabri’s lach schalt door het restaurant. Er gaan alweer een paar mensen rechtop zitten. Nee, hij is nooit de broer van zijn vader geworden. Hij heeft het wel geprobeerd. In 1989 ging hij met Lisa en Shady een halfjaar in Caïro wonen om te herontdekken – daar kwam het op neer – waarom hij ooit was weggegaan, en om zijn vader beter te leren kennen. Of überhaupt te leren kennen. Hij wil over hem gaan vertellen, maar begint nu in plaats daarvan over zijn moeder, die altijd, zegt hij, de hoofdrol in zijn leven heeft gespeeld. „Ze was echt Mijn Moeder. Ik vertelde haar over mijn eerste verliefdheden, ik vroeg haar om advies. Als ik niet hard genoeg studeerde, was zij degene die zei: hé, dat meisje daar met haar kutje – sorry, maar zo ben ik opgevoed – is beter dan jij. Dat kan niet, Sabri! Je moet…”

„Je ging over je vader vertellen”, zegt Shady.

„O ja, mijn vader. Ik had besloten hem meer ruimte in mijn leven te geven en naar hem te luisteren. Dus ging ik naast hem zitten, naast zijn bed…”

Bij Lisa en de kinderen weggaan, was de grootste en pijnlijkste beslissing van mijn leven

Sabri Saad El-Hamus

Was hij ziek?

„Nee, maar wel oud. Of eigenlijk was hij helemaal niet oud, hij was eh… 66 toen, maar na zijn pensionering lag hij voornamelijk in bed, dat was zijn domein. Liggen en aan zijn waterpijp lurken. Daarom heeft hij het ook niet lang meer volgehouden. Ik zag het gebeuren. Sta op! Ga iets doen! Je bent te jong om zo te leven! Het hielp niet.”

Wat vertelde hij?

„Niets. Mijn vader was de koning van de stilte. Mijn moeder sprak graag en altijd, daarin lijk ik ook op haar, maar hij zei geen woord. Alleen toen hij ons meenam naar het dorp waar hij geboren was, en waar ik ook deels ben opgegroeid, in de zomervakanties, toen begon hij verhalen over vroeger te vertellen, over mijn moeder, hoe hij om haar hand was gaan vragen. En dat hij thuiskwam en zag dat er naast haar weer eh… een kind dood lag.” Hij slikt. „In dat dorp zag ik de waardigheid van mijn vader. Een waardigheid die hij in Caïro niet had. Lisa zei: de Godfather.”

„Jammer dat ik er geen herinneringen aan heb”, zegt Shady. „Ik weet wel dat Lisa het superleuk vond om een halfjaar naar Egypte te gaan.”

„Ze pakte de kans met beide handen aan”, zegt Sabri. „Ze ging Engelse les geven aan Egyptenaren, en als ik er dan ook niet was, paste mijn moeder op Shady. Mijn moeder spreekt één Nederlandse zin: naar Lisa toe. Van jou geleerd, Shady.”

Shady lacht.

„Mijn moeder zegt het nog altijd als ze Shady ziet. Naar Lisa toe.”

„Twee jaar geleden,” zegt Shady, „was ik voor het eerst in mijn eentje bij haar. Ik sliep bij haar, in hetzelfde huis waar we vroeger ook altijd kwamen. We konden elkaar niet verstaan, maar dat gaf niet. Ik zat naast haar, zij praatte en ik knikte. We hielden elkaar vast. Van mijn nulde tot mijn veertiende was ik iedere zomer een maand in Egypte.”

„Ja”, zegt Sabri.

„Mijn neefjes en nichtjes, iedereen was er. Ik voetbalde op straat.”

„Ja, ja.”

„Van tevoren ging ik met Sabri de stad in om voor iedereen cadeaus te kopen. Niet dat wij zoveel geld hadden, maar dat was wel een verplichting, geloof ik.” Hij kijkt naar zijn vader, die ja knikt. „We kochten de halve H&M leeg, en wat ik ervan geleerd heb, is dat zo’n T-shirtje waarvan ik als tienjarige mwah dacht, voor een ander iets heel kostbaars kan zijn. De blik in de ogen van het nichtje of neefje dat het ontving. Dat T-shirt was van goud!”

Toen je vader bij jullie wegging…

„Op mijn veertiende.”

…was dat dus allemaal voorbij.

„Ja. Maar daar was ik op dat moment niet zo mee bezig. Het was niet zo dat daardoor mijn band met Egypte opeens verdween. Op dat moment was het belangrijker voor me dat de situatie van een vader aan de keukentafel er opeens niet meer was.”

Was je boos?

„Een korte periode. Kinderlijke boosheid. Je hebt er gewoon geen zin in dat er iets in je leven verandert. Maar al heel snel had ik met Sabri een relatie van naar de film gaan en na afloop een biertje drinken, en praten, heel veel praten. Het was een versneld volwassenwordingsproces waar ik in gefietst werd. Ik begreep niet waarom mijn vader was weggegaan, maar ik begreep wel dat het groter was dan ik kon begrijpen.”

„Scheiden,” zegt Sabri, „was de grootste en pijnlijkste beslissing van mijn leven.”

Is de vrouw met wie je nu bent Egyptisch?

„O, nee! Bibi is Nederlands. Ik heb nog nooit” – hij kijkt met een schuin oog naar zijn zoon – „de liefde bedreven in mijn eigen taal.”

Je jongste zoon was nog geen twee.

„Ik was al met Bibi, en ik zei: het kan niet, ik ben een kathedraal, een getrouwde man met drie kinderen, we moeten hiermee stoppen. Maar er was geen ontkomen aan. Het was geen vrije keuze. Natuurlijk, je kiest ervoor, maar zo voelde het niet. Ik was 43, 44, en dacht: blijf ik avond aan avond in mijn pyjama televisie zitten kijken, als vierde in de rij? Of kies ik voor de mogelijkheid om opnieuw te beginnen? Met een vrouw en drie kinderen ben je als man nummer vier. Zo zag ik het in die tijd.”

Je zocht een nieuw podium?

„Haha, een nieuwe arena!”

Hoe oud was Bibi?

„Toen? Eh, 23.”

„Zo gaat het gewoon”, zegt Shady. „Zo is het leven. Ik oordeel er verder niet over. Jouw generatie” – hij kijkt naar zijn vader – „heeft zich de vrijheid toegeëigend om te scheiden en opnieuw te beginnen. Ik snap het wel, als je uit een tijd komt waarin ouders bij elkaar bleven omdat het moest. Ik snap dat jullie dachten: ik doe het anders. Het gaat over zelfontwikkeling, over dat jíj gelukkig bent. Mijn generatie heeft dat misschien nog wel sterker. Je kunt je afvragen of we er niet een beetje in doorslaan. Eerlijk gezegd denk ik van wel.”

Sabri knikt.

„Je weet dat ik jou niets kwalijk neem, Sabri. Maar ik zie in mijn generatie wel veel trauma’s door scheidingen. Echt hoor.”

„Weet ik, weet ik.”

„Lisa en jij hebben het supergoed gedaan, maar om me heen hoor ik mensen zeggen dat de generatie boven ons best klakkeloos is omgegaan met relaties en kinderen, met alles eigenlijk, onder het mom van: we vechten ons los van het oude stramien, we kiezen voor onszelf, want dat is vrijheid. Ondertussen is de aarde zeg maar naar de tering en zijn er heel wat kinderen gekneusd geraakt. Jouw generatie laat wel wat brandhaarden achter, Sabri.”

Voelt Sabri zich schuldig?

„Helemaal niet.”

„Als je ja had gezegd,” zegt Shady, „had ik gezegd: niet nodig.”

„Ik kom uit een cultuur,” zegt Sabri, „waarin je inderdaad niet scheidt. Je maakt elkaars leven onmogelijk, maar je scheidt niet. Nooit. Ik weet nog hoe ik schrok” – hij doet alsof hij weer schrikt – „toen ik er voor het eerst aan dacht om van Lisa te scheiden. Ik zei tegen mezelf: je wilde toch hiernaartoe komen? Je wilde toch meedoen? Aangepast zijn aan de westerse cultuur? Hier kan het.”

Scheiden als de ultieme assimilatie?

„Nee. Maar ja.”

Wat vond je moeder in Egypte ervan?

„Eh… ze vindt het nog altijd moeilijk.”

Maakten jouw ouders elkaar het leven onmogelijk?

„Ja. En ik nam het voor mijn moeder op als mijn vader haar eh… een duw gaf. Het waren de enige keren dat ik mijn vader dood wenste. Dat wilde ik nog aan jou vragen, Shady. De vadermoord. Het moment waarop je als zoon denkt: nu stoot ik hem van de troon. Nu neem ik het voor mijn moeder op. Heb jij dat eh… ooit gehad?”

„Haha”, zegt Shady. „Ja. Per definitie. Op het moment dat je ons verliet.”

Sabri: „Hm, hm.”

„Dat was de fase van de boosheid. Ik bleef bij Lisa. Ik was oud genoeg om haar…”

„…verdriet te zien.”

„Als kind kijk je heel erg op tegen je vader en opeens zie je dat hij een mens met flaws is. Je komt naast hem te staan.”

„In kebir ibnak…”

„Zeker, en in ons geval ging dat heel snel. De oude vader verdween als in een goocheltruc…”

„Hm, hm.”

„…en ik moest op zoek naar de nieuwe vader.”

Sabri slaat zijn handen voor zijn gezicht en speelt dat hij op zijn sterfbed ligt. „Dit was het dan, jongens. Ik heb nergens spijt van. Niet van het hierheen komen, niet van het negeren van mijn vaders boosheid, niet van het negeren van zijn tranen toen ik na tien jaar terugkwam.”

Huilde je vader?

„Hij zat voor in de taxi vanaf het vliegveld en ik dacht: wat is er met hem? Hij was tegen mijn vertrek en nu huilt hij. En ik heb hem niet getroost. Ik genoot stiekem van de tranen die langs zijn gezicht liepen. Fijn om te zien dat hij toch van me hield, dat hij me gemist had.”

En dat je je moeders hart hebt gebroken?

„Heb ik ook geen spijt van. Als zij zegt: door jou ben ik ziek geworden, dan denk ik: sorry daarvoor, maar het is niet waar. Geen enkele schuld die je wordt aangepraat is waar. Bij niemand niet. Bij mij ook niet.”

Je klinkt als een imam.

„Allahu akbar”, zegt hij, nu zacht. „Het is juist andersom. Een imam zegt: je bent wél schuldig. Ik pleit mezelf vrij van schuld. Maar nog even over mijn vader en waarom hij nooit wat zei. Was het wijsheid? Of ging er gewoon niet zoveel in hem om? Je durft het niet te zeggen, maar misschien was hij wel eh…”

Leeg?

„Ja. Leeg. Je wilt geen lege vader hebben, maar misschien was hij dat wel. Mijn moeder is vol, ook letterlijk. Ze is dik. Als ik haar aan de telefoon heb, dan is het: doe dit, denk daaraan, en zul je niet vergeten dat. Laat het! Je gaat dood!”

Gaat ze dood?

Hij is even van zijn à propos. „Als ik dat zou vertalen in het Arabisch, zou ik schrikken. Zo direct, zo hard. In Egypte noem je de dingen nooit bij de naam. Je verhult ze, en dan zijn ze er niet. Mijn moeder is ziek, maar ze wordt beter, insjallah.”

Shady: „Het is nep.”

„Dat zeg je goed, het is nep. Ze kan niet staan, niet lopen, niet naar de wc. Ze ligt op haar sterfbed, ze gaat dood. Ik ben eraan gewend geraakt om zo te denken en te praten.”

Wordt je vader ooit filmmateriaal, Shady?

„Dat is hij al. Jullie hebben mijn origin story aangehoord. Alles wat ik maak komt daaruit voort.”