Gia Kantsjeli, componist met verstilde stijl, overleden

Gia Kantsjeli (1935-2019) Hij schreef tragische muziek, omdat hij naar eigen zeggen het recht niet heb om andersoortige muziek te schrijven. De Georgische componist Gia Kantsjeli overleed woensdag.

Giya Kancheli in 2000
Giya Kancheli in 2000 Foto Thierry Martinot/ Hollandse Hoogte

Vrolijk ging het er zelden aan toe in de muziek van Gia Kantsjeli. De Georgische componist leidde naar eigen zeggen een gelukkig leven, maar wat er om hem heen gebeurde, in zijn vaderland en in de wereld, stemde zijn werk somber: „Ik schrijf tragische muziek, omdat ik het recht niet heb om andersoortige muziek te schrijven,” zei Kantsjeli onlangs in een interview. Kantjseli was al enkele jaren ziek. Op 10 augustus vierde hij nog zijn 84e verjaardag in het ziekenhuis van Tbilisi, waar hij woensdag overleed.

Vaak wordt Kantsjeli in één adem genoemd met geestverwanten als de Est Arvo Pärt en de Oekraïner Valentin Silvestrov, en de raakvlakken zijn in het oog springend: alle drie begonnen ze als worstelende modernist ten tijde van de Sovjetunie en vonden ze onder invloed van minimal music – en een onwrikbaar geloof – een eigen, veelal verstilde stijl. Hoewel stilte een cruciale rol speelt in zijn werk is Kantsjeli’s melancholieke grondtoon stekeliger dan die van Pärt, en zocht hij af en toe de extremen met gewelddadige klankerupties – „die typische, net niet doorzettende, verstikkende Kantsjeli-climaxen” noemde deze krant ze in 2002.

Volksmuziek

Kantsjeli (Tbilisi, 1935) studeerde piano en compositie aan het conservatorium van zijn geboortestad, waaraan hij vanaf 1970 zelf doceerde. Als non-conformistisch componist legde hij zich toe op het schrijven van film- en toneelmuziek, net als veel collega’s, wat hem een zekere mate van vrijheid bood. Muziek uit deze periode verscheen in 2010 op het album Themes from the songbook. Aanvankelijk was Bartók zijn voorbeeld, en Georgische volksmuziek bleef voor Kantsjeli een inspiratiebron. Vanaf de jaren 80 ontwikkelde hij zijn ritueel-spiritualistische idioom. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie verruilde hij Georgië voor Europa; hij woonde enkele jaren in Berlijn en sinds 1995 in Antwerpen, waar hij huiscomponist werd van het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen.

De Nederlandse kennismaking met Kantsjeli was niet onverdeeld positief: „dromerige, lege mooitonerij van Kantsjeli” recenseerde deze krant in 1992. Toch vond zijn werk veel weerklank, al bereikte hij nooit de iconische status van Arvo Pärt. Met premières van het Concertgebouw tot New York en een uitgebreide cd-catalogus op het label ECM Records bereikte hij een groot publiek. Violist Gidon Kremer betoonde zich een pleitbezorger van Kantsjeli’s muziek, evenals cellist Mstislav Rostropovitsj, die voor zijn 75e verjaardag het celloconcert Lonesome van hem cadeau kreeg. De Russische componist Rodion Sjtsjedrin omschreef zijn collega ooit treffend als „een asceet met het temperament van een maximalist – een ingehouden Vesuvius.”