Dubravka Ugresic

Foto: Merlijn Doomernik

‘Vrienden met wie ik twintig jaar heb samengewerkt keerden zich tegen me’

Dubravka Ugresic Kroatië is weer in de fascistische staat uit de Tweede Wereldoorlog veranderd, stelt deze schrijver. ”Fascisme is de natuurlijkste conditie van de mens.”

‘Ze noemen mij altijd een Kroatische schrijfster die in Amsterdam woont, terwijl ik dat niet ben”, zegt Dubravka Ugresic (Kutina, 1949) geërgerd halverwege ons gesprek. „Ik woon in Nederland, maar schrijf in het Engels en Kroatisch. Waarom dwingen ze me dan toch altijd ergens bij te horen?”

Niet voor niets verzet ze zich in haar nieuwe essaybundel Het tijdperk van de huid tegen die hokjesgeest. Niet alleen als het gaat over Kroatië, haar geboorteland dat volgens haar weer in de fascistische staat uit de Tweede Wereldoorlog is veranderd. Maar ook voor zover het de kunsten betreft, waarin iedereen alleen mooi vindt wat anderen mooi vinden.

Nadat in 1991 in Joegoslavië de oorlog uitbrak, nam Ugresic stelling tegen het moordzuchtige geweld en de nationalistische ideeën van zowel de Kroaten als de Serviërs. In de pers schreef ze kritisch over de cultuur van leugens die daarmee samenhing. Het leverde haar een haatcampagne op van de nationalistische Kroatische media, die haar voor ‘verrader’, ‘vijand van het volk’ en ‘heks’ uitmaakten. „Een heks slaapt met de duivel, oftewel een buitenlander, een moslim, een Serviër”, zegt ze lachend, tijdens ons gesprek in haar appartement in Amsterdam.

In 1993 verliet ze Kroatië en zette ze haar schrijverscarrière voort in het buitenland. Ze woonde achtereenvolgens in München, Berlijn en de Verenigde Staten, totdat ze in 1996 in Nederland neerstreek. Inmiddels is ze wereldberoemd en geldt ze als een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs.

Uit uw essays blijkt dat in uw geboorteland Kroatië de waarheid is uitgewist.

„Toen in 1991 de oorlog begon, verbleef ik op een eiland. Daar voelde ik alles aan wat er zou gaan gebeuren. In paniek noteerde ik meteen wat ik me van mijn kindertijd herinnerde, alsof ze dat van me zouden afnemen. Met het herschrijven van de Kroatische geschiedenis is dat inderdaad gebeurd. Ik heb het erover in mijn roman Museum van onvoorwaardelijke overgave.”

Heeft die nieuwe werkelijkheid niet ook te maken met nostalgie, die je in voormalig Joegoslavië vaak tegenkomt?

„Ik heb altijd veel over nostalgie geschreven. Bijvoorbeeld over de sokken die je kunt kopen met de handtekening van Tito of een boek over de betekenis van Tito voor de wetenschap. Het zijn allemaal leugens, die gesteund worden door historici en leraren. Hetzelfde gebeurt overigens in Bulgarije, Hongarije en Slowakije. Maar de Joegoslaven zijn in dit gezelschap speciale leugenaars.”

In haar vorige essaybundel confronteerde de Kroatische schrijfster je ook al met de gevaren die Europa bedreigen en waarvoor velen zich blind houden. Lees ook: We hebben het naderend onheil aan onszelf te danken

Waarom?

„Alle andere Oost-Europese landen hadden tijdens het communisme een lange geschiedenis van samizdat en ondermijning van het systeem. Het leverde prachtige literatuur en films op, zie György Konrád en Milan Kundera, zie Jiri Menzel. In Joegoslavië, dat geen lid was van het Warschaupact en zijn ziel aan het Westen had verkocht, was het leven weliswaar beter dan elders in het Oostblok, maar op een enkeling als Milovan Djilas na hadden wij geen dissidentenbeweging of culturele underground. Na de val van de Muur konden al die andere landen het communisme en hun slachtofferschap als reden voor hun ondergrondse activiteiten aanvoeren. Maar dat gold niet voor ons. Wij konden hoogstens zeggen dat we onder het regime geen lucht hadden. Toen Joegoslavië merkte dat het niet serieus werd genomen, begon het fabeltjes te verzinnen dat het door het communisme werd onderdrukt. Ook al was daar geen enkel bewijs voor. En wat betekent zoiets? Dat Joegoslaven de grootste lafaards ter wereld zijn omdat ze hun mond onder het communisme niet opendeden en ze daar over logen.”

Wie heeft de Joegoslavië-oorlog uiteindelijk gewonnen?

„De Kroaten. Zij hebben 250.000 Serviërs uit de Kroatische Krajina verdreven, waarbij er duizend zijn omgekomen. De leider van die etnische zuivering, generaal Ante Gotovina, is door het Joegoslavië Tribunaal vrijgesproken. Hij werd thuis als een held onthaald, kreeg van de staat een grote villa aan de kust en visrechten op tonijn. Tegenwoordig wijdt hij zich aan de schilderkunst.

„In Kroatië zijn na 1995 alle Serviërs ontslagen. Artsen, rechters, journalisten, hoogleraren. In alle geledingen van de samenleving werken alleen etnisch zuivere Kroaten. Ook zijn drieduizend standbeelden van Servische helden uit de Tweede Wereldoorlog vernield of verwijderd.”

Voor mannen zijn er alleen nog banen bij het leger of de geestelijkheid, voor vrouwen in de porno-industrie

Dubravka Ugresic

Wat is Kroatië voor een land?

„In 1967 was het welvarend, nu staat alles er stil. Onder het communisme telde het land vierduizend politieagenten, nu veertig- à vijftigduizend. Voor mannen zijn er alleen nog banen bij het leger of de geestelijkheid, voor vrouwen in de porno-industrie. Ik kan er niet leven, want dan ga ik tweehonderd jaar terug in de tijd.”

Na uw kritische artikelen in de pers in 1991 keerde iedereen zich tegen u. Nam niemand het voor u op?

„Ik heb geen misdadige fantasie. Ik kon me dan ook niet voorstellen dat iedereen me zou laten vallen. Zo was mijn uitgever in 1992 ineens politiecommissaris geworden. Op een avond stond hij op mijn buitendeur te bonzen, zo woest was hij over wat ik geschreven had. Stel je eens voor: ik kon niet eens de politie bellen. En zelfs toen dacht ik: dit is onmogelijk. Ik geloofde nog altijd in de redelijkheid van de mens. Maar waarom zou je redelijkheid van misdadigers verlangen.”

Wat schreef u dat ze zo boos werden?

„In het culturele tijdschrift Lettre International had ik een artikel gepubliceerd over primitivisme en nationalisme, dat circuleerde onder mijn collega’s op de universiteit van Zagreb. Daarna schreef ik nog een stuk voor Die Zeit en toen begon het. Eerst werd ik door een collega aangevallen, die wilde aantonen dat hij van zijn land hield en ik niet. Verder wilde hij laten zien dat hij als dichter een nationale bard was en ik een kluns.

„Maar het was ook een aanval op vrouwen. Zo kreeg een actrice ervan langs, omdat ze met een Serviër samenleefde en alleen daarom al fout was. Andere vrouwen werden voor heks uitgemaakt.”

Dubravka Ugresic Foto: Merlijn Doomernik

Hoe is zoiets mogelijk?

„Het is heel gemakkelijk. Nadat die ‘nationale bard’ zich tegen me had gekeerd, volgden al mijn collega’s. Ze keken weg als ze me zagen. Stel je voor, vrienden met wie ik twintig jaar had samengewerkt.”

Is dat typerend voor het fascisme?

„Fascisme is de zachtste, meest natuurlijke conditie van de mens. Als je niet meedoet, hoor je er niet meer bij. En de angst voor uitsluiting is ieders grootste angst. Dat geldt voor de meerderheid van de mensheid. Al op de kleuterschool wil niemand buitengesloten worden. Zelf werd ik daar gepest omdat ik een Bulgaarse moeder had. Je wordt gedwongen ergens bij te horen en dat is precies de basis van iedere fascistische organisatie. Het marktdenken, waarin iedereen hetzelfde wil hebben, speelt er ook een rol in.

„In Kroatië zijn alle fascistische symbolen uit de Tweede Wereldoorlog weer terug: de munteenheid, de vlag, het wapen, de straatnamen zoals die van de man die de rassenwetten heeft ingevoerd. Al het andere uit het communistische en Joegoslavische verleden wordt uitgewist. Franjo Tudjman (de eerste president van het onafhankelijke Kroatië in de jaren negentig, red.) begon ermee. Hij zag de geschiedenis als een film, waarin hij 1945 had verbonden met 1991 en alles wat er tussen lag had uitgewist.”

De meeste mensen zagen het verval van de democratie in de jaren dertig niet. Lees ook: Herkennen we de signalen voordat het te laat is?

Een beangstigende situatie.

„Je bent in Kroatië alleen een man omdat je Kroaat bent. Verder hoef je niets te doen. Dat is wat Tudjman heeft geïntroduceerd vanaf de eerste dag dat hij aan de macht was. ‘Jullie zijn ridders’, zei hij. En ridders krijgen een beloning voor hun daden. Concreet betekent dat concessies op het gebied van het bouwen van hotels, wegen, et cetera. Het is als bij de maffia.”

U ontwaart in uw essays ook een soort bange volgzaamheid als het om de kunstconsument gaat. Hoe zit dat?

„Er zijn geen echt wijze mannen meer zoals George Steiner of Allan Bloom, die het kaf van het koren kunnen scheiden. Nu bepaalt vooral de markt wat goed is of niet. Als wordt gezegd dat Murakami in veertig landen vertaald wordt, dan is hij een goede schrijver. Opnieuw is er die angst om buitengesloten te worden.

„Zo moet je een iPhone 9 hebben om erbij te horen. Het vergroot je gevoel van eigenwaarde. Wat dat betreft heeft het marktdenken iedereen gelijk gemaakt.”

Wat betekent dat voor de literatuur?

„Dankzij de digitale cultuur hebben we een standaardisatie van de culturele smaak gekregen. Literatuur is onderworpen geraakt aan dezelfde regels als Goudse kaas. Maar is die de beste ter wereld? Nee natuurlijk, en toch is die kaas overal ter wereld te koop.

„Ik geloofde jarenlang in The New York Times Book Review, maar ontdekte dat literair agenten en uitgeverijen het succes van een boek bepalen. Toen Bret Easton Ellis’ roman Glamorama een slechte recensie kreeg, raakte ik in de war, want toch had iedereen het over dat boek. Een week later stond in The New York Times een paginagrote advertentie van de uitgeverij met citaten over hoe goed Glamorama wel niet was. Die pagina bepaalde het succes.”

Zijn er dan echt zo weinig mensen met een eigen mening?

„Ja. Sterker nog, in de toekomst hoeven ze helemaal geen eigen smaak meer te hebben. Om je vrienden te behouden moet je houden waar zij van houden.”

Je zou er pessimistisch van worden.

„Gelukkig is het niet altijd zo. Vorig jaar was ik in de Verenigde Staten en voelde ik me net als in Moskou tijdens het communisme. Ik belandde er in een underground van trouwe lezers. Ze hadden al mijn boeken gelezen. Ook ontdekte ik de maker van de podcast Between the Covers, waar iedere schrijver van nu geïnterviewd wil worden. Er zijn dus genoeg mensen die zich van de meerderheid niets aantrekken.”