Opinie

De rechtsstaat en zijn veerkracht?

Strafrechter Jacco Janssen herdacht de vermoorde advocaat Derk Wiersum, en is ervan overtuigd dat de rechtsstaat veerkracht heeft, schrijft hij in de Togacolumn.

Foto Jeroen Jumelet/ANP

„Ik kan niet mee naar de hockey vandaag, ik ga naar een ceremonie ter nagedachtenis van een overleden strafrechtadvocaat”, zei ik. Mijn zoon van negen keek mij beteuterd aan en zei: „Misschien kan je voor heel even gaan?” Ik vertelde hem dat heel even gaan echt niet kon en dat ik best tegen de dag opzag, maar dat ik volgende week zeker weer bij de hockeywedstrijd zou zijn. Ik vertelde hem daarmee ook heel veel niet en zeker niet mijn diepste gedachten van dat moment.

Mijn vrouw vertrok met onze beide kinderen naar de hockey en ik fietste gelaten naar het station waar ik met de strafrechters uit mijn team bij de rechtbank Rotterdam had afgesproken om naar Amsterdam te reizen.

De ceremonie leerde mij veel, maar vooral dat hij een heel bijzonder mens was.

Nu ben ik weer thuis en zit aan de keukentafel. De dag is voorbij, de week ook en de dag dat mogelijk ook de rechtsstaat voor een zware beproeving kwam te staan ligt alweer tien dagen achter ons. De afgelopen dagen hebben mijn collega strafrechters, officieren van justitie, maar bovenal veel strafrechtadvocaten zich afgevraagd: ‘Hoe nu verder?’ Verder gaan, was voor velen van hen heel ver weg.

Maar na vandaag geloof ik het echt! Onze rechtsstaat heeft veerkracht. Vandaag was er niemand die buigen wilde. Er was saamhorigheid en vastberadenheid om de draad weer op te pakken. Niet alleen omdat het onmetelijke verlies niet zinloos mag zijn, maar omdat wij, ‘wij’ zijn. Wij, strafrechters, officieren van justitie en strafrechtadvocaten, wij zijn de voorhoede van de rechtstaat. Een voorhoede die niet verzaken kan, omdat de aanval nu eenmaal de beste verdediging is. Dat was waarschijnlijk de reden dat wij deze afgelopen dagen elkaar vol ongeloof opzochten. Op bijeenkomsten in Amsterdam, Rotterdam en Breda en op vele andere plekken in het land kwamen rechters, officieren van justitie en strafrechtadvocaten bij elkaar om verdriet, onmacht en angst te delen. Ieder van ons in zijn eigen rol en in zijn eigen positie. In ‘Spraakmakers’ op Radio 1 verwoorde Robine de Lange, president van onze rechtbank, het trefzeker: ‘het voelt als één van ons!’

Daarmee moeten wij na vandaag verder. Wij moeten inzien dat er een nieuwe realiteit is maar ook uitdragen dat heel veel niet is veranderd. Veel van wat goed is en onze rechtsstaat zo kenmerkt, is gebleven.

Afgelopen week was ik met twee collega’s op de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wij verzorgden daar een paneldiscussie voor masterstudenten strafrecht. Een student vroeg mij of ik weleens vooringenomen was en wat ik daar dan aan deed. Ik vertelde over de rechte rug van de strafrechter en hoe ijzersterk die is. Plotseling hoorde ik mijzelf vertellen over de invloed van de gebeurtenissen in Buitenveldert. Ik vertelde hoe ik die week bij het nakijken van een vonnis mij had afgevraagd of een al uitgediscussieerde straf toch niet hoger moest. De nieuwe realiteit sloop bijna ongemerkt mijn handelen binnen.

Die nieuwe realiteit is een feit en met feiten en omstandigheden kan in het strafproces rekening worden gehouden. Dat is goed en zoals het moet gaan. Toch moeten wij, de deelnemers aan het strafproces ervoor waken dat de nieuwe emotie daarin niet de overhand krijgt. Toen ik dat deze week aan de studenten vertelde was ik er nog niet zeker van of dat zou gaan lukken. Na vandaag sla ik met een gerust hart mijn laptop dicht in het volste vertrouwen dat wij: strafrechters, officieren van justitie en strafrechtadvocaten ook daarin met elkaar de juiste maat zullen vinden.

De Togacolumn wordt geschreven door een rechter, officier en advocaat. Jacco Janssen is senior (straf)rechter A in de rechtbank Rotterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.