De processierups sloeg erger toe dan een griepepidemie

Plaagdier 2019 was een heftige processierupsenzomer. De vlijmscherpe brandharen veroorzaken jeuk, ontstoken ogen en erger.

Een asperge met weerhaakjes erop. Zo omschrijft arts Henk Jans de brandhaar van de eikenprocessierups die op het scherm achter hem te zien is. De haartjes zijn niet langer dan 0,2 millimeter, maar sterk uitvergroot is direct te zien hoe ze zoveel overlast kunnen veroorzaken. Ze zijn puntig en vlijmscherp.

Jans sprak eind september op de Landelijke Bijeenkomst Eikenprocessierups in Ede, georganiseerd door het Kennisplatform Processierups. De zaal zit afgeladen vol met beheerders, beleidsmakers, biologen, medisch specialisten.

‘De proseccorups’ noemt Jans de rups gekscherend, omdat hij in de media steeds opduikt in de zomermaanden: komkommertijd. Dat neemt niet weg dat de eikenprocessierups écht voor overlast zorgt: van jeuk, roodheid en bultjes tot ademhalingsklachten en oogproblemen. Jans laat een foto zien van een oogbol waarin een brandhaartje zich naar binnen heeft gewerkt. „Een eeuw geleden zou je hier blind door zijn geworden. Tegenwoordig kunnen we het er in het uiterste geval met een freesje uitslijpen – alsnog niet prettig.” Hij gaat verder met zijn opsomming: rode oogbol, rode en opgezwollen oogleden. „Dat zie je bij mensen, maar ook bij paarden die brandharen in hun ogen hebben gekregen.”

Elektronenmicroscopische opname van de 0,2 mm lange brandharen van de eikenprocessierups. Foto MASER Engineering/RTVOost

Het aantal eikenprocessierupsen was in de zomer van 2019 uitzonderlijk hoog, zei bioloog Arnold van Vliet van website Nature Today (ook aangesloten bij het Kennisplatform) al in zijn openingstoespraak. Uit een inventarisatie van 20.000 eiken in Noord-Brabant bleek dat het aantal rupsen op sommige plekken drie keer zo hoog lag als in 2018 – een jaar waarin er óók al sprake was van overlast. 16.000 van die onderzochte bomen herbergden meer dan één nest; een nest kan al honderden rupsen bevatten. Van de 11.500 bomen die niet preventief waren behandeld met een bacteriepreparaat was 75 procent aangetast door de eikenprocessierups; van de 8.500 behandelde bomen bevatte 25 procent nesten.

Erger dan de griepepidemie

De overlast in 2019 was duidelijk terug te zien in het aantal mensen dat zich bij de huisarts meldde met jeuk, vertelt Jans: eind juni en begin juli liep het vooral in Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Drenthe storm. „In sommige regio’s konden huisartsen de aanloop niet meer aan. Over heel Nederland gezien gingen er per 100.000 mensen 85 met jeukklachten naar de dokter. In Overijssel waren het er ruim 150 per 100.000. Dat klinkt misschien niet als heel veel, maar bij een griepepidemie ligt de ondergrens al bij 51 mensen per 100.000. En dan gaat het dus alleen om de mensen die daadwerkelijk naar de huisarts gingen.”

Jans heeft als arts en medisch milieukundige al dertig jaar ervaring met de eikenprocessierups. In 1989 werden de eerste nesten – na decennia van afwezigheid – in eiken nabij Hilvarenbeek ontdekt. En in 1996, toen de Tour de France in Den Bosch startte, kregen veel toeschouwers ook last van de brandharen. „Uit een onderzoek onder 600.000 mensen in die regio bleek toen dat 90.000 van hen klachten hadden.” In principe is iedereen gevoelig voor de brandharen, zegt Jans. „We spreken daarom ook wel van een pseudo-allergie. Sommige mensen reageren er heel extreem op, vaak bij volgend contact met de brandharen. Zo was er iemand van wie het hele bovenlijf aanvankelijk rood werd na contact met de haren. Om na te gaan of de brandharen ook na jaren in de bodem actief waren, brachten we deze persoon in contact met haren die meer dan 5 jaren in de bodem begraven waren. Toen werd zijn héle lijf rood.”

Een eikenprocessierups maakt in zijn ontwikkeling van ei naar vlinder zes larvale stadia door, vertelt de volgende spreker, entomoloog Silvia Hellingman. Vanaf het derde larvale stadium, vaak in juni, heeft de rups zo’n 700.000 brandharen.

Natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups zijn er in overvloed

Hellingman is ook verbonden aan het Kennisplatform en plaatste de afgelopen maanden samen met collega’s 1.799 feromoonvallen in Nederland, om mannelijke eikenprocessievlinders te vangen.

Opvallend genoeg werden er landelijk veel minder vlinders gevangen dan in 2018: 72.059 tegenover 135.243. „Dat zijn er nog steeds ruim 40 per val. Mogelijk zijn veel rupsen in een zogeheten verlengde diapauze gegaan door de hitte en de droogte. Als de nesttemperatuur boven de 32 graden uitkomt, graven de rupsen zich in, en komen pas het volgende jaar weer boven. Die verstopte rupsen, in combinatie met het nog altijd hoge aantal vlinders per val, duiden erop dat de plaagdruk ook in 2020 nog behoorlijk hoog kan zijn.” Ook de aanwezigheid van de eikenmeeldauw – een schimmel die voor een witte waslaag op de eikenbladeren zorgt, waardoor die vervroegd afsterven – kan ervoor gezorgd hebben dat de rupsen de grond in trokken. „Zulke verdorde bladeren lusten ze niet.” Eventuele vorst deert de rupsen niet: ze kunnen overleven bij temperaturen tot 20 graden onder nul.

Hellingman was de afgelopen twee jaar betrokken bij een proef met natuurlijke bestrijding van de eikenprocessierups, in de Drentse gemeente Westerveld. Op de proeflocatie plantten de onderzoekers duizenden bloemplanten om natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups te lokken. Daarnaast werden er nestkasten voor insectenetende vogels en grootoorvleermuizen opgehangen, en speciale kasten waarin nesten met geparasiteerde eikenprocessierupsen werden geplaatst, zodat mensen er niet mee in contact komen. Door gaatjes in die kasten kunnen sluipwespen en sluipvliegen vervolgens nog wel uitvliegen. Hellingman: „Op de proeflocatie waren er 80 procent minder nesten dan op controlelocaties. Ook werd bijna 90 procent van de rupsennesten aangetast door natuurlijke vijanden, tegenover maximaal 6 procent op de controlelocaties.”

‘Ze smaken heerlijk zoet’

Natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups zijn er in overvloed. Volwassen eikenprocessievlinders worden onder andere door vleermuizen en hoornaars gegeten. Eitjes en eikenprocessierupsen uit het eerste en tweede larvale stadium worden gegeten door winterkoninkjes, gaasvlieglarven en larven van het tweestippelige lieveheersbeestje. In het derde en vierde larvenstadium (rond mei en juni) worden de rupsen van alle kanten belaagd, onder andere door sluipvliegen, roofwantsen en de kleine poppenrover. „Dat is een kever die de rupsen als kroketjes opeet.”

Elektronenmicroscopische opname van de 0,2 mm lange brandharen van de eikenprocessierups. Foto MASER Engineering/RTVOost

De meest actieve vijand is de koolmees, die de rupsennesten in alle stadia belaagt. „Koolmezen werken ontzettend systematisch – pas als ze het hele nestje leeggegeten hebben, gaan ze naar het volgende. Als ze de rupsen aan hun jongen voeren, schudden ze die eerst een paar keer flink heen en weer, om de haren eraf te krijgen.” Zelf heeft Hellingman de pop van de eikenprocessierups ook weleens geproefd. „Uit nieuwsgierigheid, om te kijken waarom die koolmezen er zo gek op zijn. En ik snapte het direct: ze smaken heerlijk zoet. Maar don’t try this at home – ik had een injectiespuit naast me, voor het geval ik een allergische reactie zou krijgen.”