Opinie

De jongeren weten het meestal beter

Clarice Gargard

Het is bekend dat de Zweedse klimaatactivist Gretha Thunberg als een rode lap op een stier werkt bij bepaalde mannen van een zekere leeftijd. Maar er zijn meer criticasters die stellen dat tieners niet horen te demonstreren. Afgelopen weken gingen wereldwijd miljoenen de straat op om te protesteren tegen de klimaatcrisis. Een beweging die bijna overal door strijdbare jongeren wordt geleid.

Zoals de Oegandese Leah Namugerwa die op haar vijftiende verjaardag geen feestje wilde, maar ervoor koos tweehonderd bomen te planten. Ze organiseert (soms alleen) de klimaatacties in haar land. Naar eigen zeggen omdat het niet aan volwassenen over gelaten kan worden.

Of Autumn Peltier. De Canadese is op haar vijftiende Anishinabek Nation Chief Water Commissioner, leider van een belangengroep voor veertig First Nations in Ontario, de dominante inheemse bevolkingsgroep in Canada. Ze speecht bij de Verenigde Naties over het belang van water dat zij ‘het bloed van Moeder Aarde’ noemt. Een belangrijke focus, omdat uit een rapport van de VN blijkt dat meer dan negentig procent van de natuurrampen – van droogte tot overstromingen – inderdaad met water te maken hebben.

Maar volgens critici zouden jongeren geen activist moeten zijn. Ze moeten naar school. Of ze worden heimelijk middels activisme voor het karretje gespannen van de ‘linkse identiteitspolitiek’. Het ergste dat je als ouder kan overkomen is natuurlijk een kind dat zich durft in te zetten voor een betere wereld. Quelle horreur.

Terwijl deze jongeren exact hetzelfde doen als elke generatie voor hen. Denk aan de ‘Greensboro Four’, de Afro-Amerikaanse tieners die in 1960 ten tijde van segregatie een ‘sit-in’ hielden in Greensboro, North Carolina. Hun vreedzaam burgerlijke ongehoorzaamheid inspireerde honderden. Die voegden zich bij de jongens en de stille protesten droegen bij aan de wettelijke de-segregatie.

Of de Fluwelen Revolutie in 1989. Ongeveer een week na de val van de Berlijnse Muur gingen duizenden studenten de straten van Tsjechoslowakije op. Hun protest leidde tot de val van het communistische regime.

De meeste mensen denken met trots en ontroering terug aan die historische momenten. Ze herinneren ons aan de kracht van het volk. Iets dat sommige volwassenen vergeten lijken te zijn.

Toen ik jong(er) was voelde ik ook de behoefte om ‘iets’ te doen en me in te zetten voor de samenleving. Ik kon nachtenlang wakker liggen van de beelden van oorlog en armoede op het nieuws. Het is een onbeschrijflijk gevoel waarbij het van kruin tot teen kriebelt, omdat je je simpelweg niet erbij neer kunt leggen dat de dingen zijn zoals ze zijn.

Toch moet ook ik bekennen dat ik me soms ongemakkelijk voel bij het klimaatactivisme van jongeren. Niet omdat ik vind dat ze geen activist zouden kunnen zijn of niet in demonstraties thuishoren. Maar omdat het eigenlijk niet zou moeten. Ze zouden niet hun school, levens en mogelijk welzijn moeten opgeven, omdat ouderen weigeren te doen wat juist is.

Dan denk ik weer aan een gedicht van de Libanese dichter en filosoof Kahlil Gibran:

„Je kinderen zijn je kinderen niet. Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten, want zij hebben hun eigen. Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen, want hun zielen toeven in het huis van morgen.”

Dat is precies wat de jonge klimaatactivisten doen. Ze leren van het verleden om ‘het huis van morgen’, dus de toekomst, te redden.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.