Polder weg voor bedrijven: ‘Gemeente is nietsontziend’

Lutkemeerpolder De Lutkemeerpolder in Amsterdam wordt een bedrijventerrein en de biologische zorgboerderij moet stoppen. En dat terwijl de bouwdeal destijds gepaard ging met corruptie.

Een „klaroenstoet” vindt hij het, „en gewoon een vorm van intimidatie”. Erik Geurts staat op zijn erf en wijst in de richting van de akkers. Graafmachines zijn druk in de weer, overal liggen hopen zand. Hij zucht. „De gemeente wil gewoon laten zien: hier zijn we, er is géén weg terug.”

Een septemberochtend in de Lutkemeerpolder, ingeklemd tussen Osdorp en de Ringvaart. Hier bestieren Erik en zijn vrouw Trijntje Hoogendam al meer dan twintig jaar biologische zorgboerderij De Boterbloem. Op hun zeven akkers verbouwen ze tarwe, gerst en spelt. In de moestuin groeien courgettes, pompoenen, tomaten, boerenkool, sperziebonen – „tja, wat niet eigenlijk?”

Trijntje Hoogendam is één met De Boterbloem. Haar familie leeft al meer dan honderd jaar van dit stuk land: haar grootvader begon er vlak voor de Eerste Wereldoorlog als boer. Ze groeide hier op. Toen Trijntje de boerderij in 1996 overnam, maakte ze er een ecologisch bedrijf van. Een vetpot is het niet, maar Erik en zij kunnen er van leven. De gerst gaat naar brouwerijen in de stad, de grasklaver naar de geitenboerderij in het Amsterdamse Bos. Ze verdienen ook geld als zorgboerderij voor Amsterdammers met psychische problemen of een verstandelijke beperking.

De oogst is gedaan, het land ligt braak. Maar vrolijk en voldaan zijn Erik en Trijntje niet. Integendeel. Alles wijst erop dat dit hun laatste zomer is geweest op De Boterbloem. Per 1 februari volgend jaar moeten ze vertrekken van de gemeente. Na jaren onzekerheid is het zover: hun akkers gaan plaats maken voor een bedrijventerrein. Begin september arriveerden de eerste graafmachines – en sindsdien moeten ze toekijken hoe hun perceel bouwrijp gemaakt wordt. Vlak achter de boerderij is inmiddels een sloot gegraven, zodat ze zijn afgesneden van hun akkers.

Trijntje Hoogendam, die met haar man Erik ruim twintig jaar biologische zorgboerderij De Boterbloem bestiert. Op 1 februari moeten ze vertrekken. Foto Novi Zijlstra

Voor Erik en Trijntje is dat onverteerbaar. Niet alleen omdat hun levenswerk eraan gaat – ook omdat ze niet kunnen bevatten dat de gemeente Amsterdam, geleid door een links college met torenhoge groene ambities, zo’n waardevol stukje biologische landbouwgrond opoffert voor het zoveelste bedrijventerrein. Nét nu de samenleving radicaal van mening aan het veranderen is over klimaatverandering en voedselproductie. „Als je zo’n kneiterlinks college wil zijn”, zegt Erik terwijl hij een shaggie draait, „bewijs het dan!”

Erik en Trijntje weigeren zich neer te leggen bij het nakende einde van hun boerderij. Ze krijgen steun van een bont gezelschap aan buurtbewoners, klimaatactivisten, kunstenaars en milieuclubs die actie voeren voor het behoud van De Boterbloem en de polder als geheel. „We hebben De Boterbloem zelf gebouwd en zelf betaald”, zegt Erik. „Dat moeten we nu loslaten en dat verdom ik.”

GroenLinks blijkt tegenspeler

Het verhaal van de Lutkemeerpolder is er een met absurde trekjes, waarin alle rollen omgedraaid lijken. Zo is de grote tegenspeler van de biologische boeren een wethouder van GroenLinks (Marieke van Doorninck, Ruimtelijke Ordening), krijgen de eco-actievoerders op hun beurt steun van Forum voor Democratie en komt, jawel, de wegens corruptie veroordeelde VVD’er Ton Hooijmaijers ook nog om de hoek kijken.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Om dat te begrijpen, moeten we terug in de tijd. Voor de Lutkemeerpolder circuleren al sinds de jaren negentig bouwplannen. Een flinke lap grond aan de rand van Amsterdam, vlakbij Schiphol: daar wisten de gemeente en projectontwikkelaars wel raad mee. Rond de eeuwwisseling verwierf een slimme speculant, Jelle Kuiper, het perceel naast de Boterbloem. Hij verkocht het in 2009 door aan de gemeente Amsterdam – met enkele miljoenen winst. Bij die deal verwierf Kuipers bedrijf Seku B.V. bovendien het recht om eenderde van het gebied te bebouwen.

Met die samenwerkingsovereenkomst in de hand sommeert de gemeente Erik en Trijntje nu te vertrekken. In 2017 werd de pacht definitief opgezegd. Nadat het eerste deel van de polder, een stukje verderop, vijftien jaar geleden werd bebouwd met opslagloodsen en bedrijfsverzamelgebouwen, zijn nu de percelen van De Boterbloem en aanpalende akkers aan de beurt. Er komt, zo kregen omwonenden te horen, een reusachtig distributiecentrum „voor voedsel”. De gemeente is „dicht bij een overeenkomst met één partij”, zegt wethouder Van Doorninck. Om welk bedrijf het gaat, wil ze niet zeggen.

Dat is onbegrijpelijk, zegt Erik – en wel om twee redenen. Eén: het eerste deel van de polder is nog helemaal niet volgebouwd. Dat blijkt tijdens een fietstochtje. Via dierenhotel Pocahondas en een natuurstrook die erg in trek is bij hondenuitlaters („schaamgroen”, aldus Erik), belanden we op de dijk van de Ringvaart. Daar is het duidelijk te zien: verschillende percelen van ‘Lutkemeerpolder Deelgebied 1’ liggen nog braak.

Foto Novi Zijlstra

Erik wijst op een strook langs de Ookmeerweg: „Daar zou een vreetschuur komen, maar dat plan werd drie jaar geleden geschrapt omdat de ondernemer in kwestie niet integer bleek te zijn. Sindsdien is er niets meer gebeurd.” De bestaande loodsen en bedrijfsgebouwen, zegt hij, zijn ook „lang niet allemaal in gebruik.”

Waarom dit van belang is? Nou, zegt Erik, bij de wijziging van het bestemmingsplan van de Lutkemeerpolder in 2002 bepaalde de gemeente dat het tweede deelgebied – achter De Boterbloem – pas bebouwd zou worden als het eerste voltooid was. „Ze houden zich dus niet aan hun eigen bepalingen.”

Tweede reden. In 2015 moest VVD’er Ton Hooijmaijers, oud-gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, voor twee jaar en vier maanden de cel in wegens omkoping, witwassen en valsheid in geschrifte. Centraal in zijn veroordeling stond de Lutkemeerpolder: de rechters achtten bewezen dat Hooijmaijers in ruil voor tienduizenden euro’s aan smeergeld Jelle Kuiper en diens zakenpartner bevoordeelde bij de overeenkomst die hun het recht gaf de grond te ontwikkelen. (Kuiper werd dit voorjaar vrijgesproken van omkoping.)

Het lot van de Lutkemeerpolder werd dus bezegeld door een corrupte deal, zeggen de tegenstanders. En dat, vinden Erik en Trijntje, is al reden genoeg om de overeenkomst te ontbinden en het gebied te behouden als boerenland.

Ze krijgen steun van het Platform Behoud Lutkemeer, een coalitie van buurtbewoners, klimaatactivisten en milieuclubs. Zij hebben een alternatief plan ontwikkeld. De ‘biopolder Lutkemeer’ voorziet in een coöperatie van biologische boeren die voedsel produceren voor de lokale afzetmarkt in Amsterdam.

De sympathisanten proberen de polder en de bioboerderij op alle mogelijke manieren te redden: via gerechtelijke procedures, inspraak in de gemeenteraad en acties. Afgelopen zomer namen ze een deel van de polder in gebruik als moestuin. Toen ze van de rechter moesten vertrekken, lieten ze het aankomen op een ontruiming. Op 12 oktober is weer een actiedag, vertelt Alies Fernhout, buurvrouw van Erik en Trijntje en betrokken bij het Platform. „Dan komen er burgerlijke ongehoorzaamheidsacties.”

De actievoerders krijgen steun uit onverwachte hoek. De meest uitgesproken politieke tegenstander van het bedrijventerrein is namelijk Forum voor Democratie. Volgens FVD-raadslid Anton van Schijndel, die zich al anderhalf jaar vastbijt in het dossier, zou het van „wanbestuur” getuigen als de gemeente het plan toch doorzet. Bovendien komt de deal met Seku B.V. neer op „ongeoorloofde staatssteun”, zo betoogde hij onlangs in de raad.

Alies Fernhout vindt de wonderlijke coalitie met FVD „absoluut iets ongemakkelijks hebben”, maar ze ziet het als een „zakelijke samenwerking”.

Ze blijft optimistisch over de toekomst van de Lutkemeerpolder. Er lopen nog juridische procedures: deze vrijdag vragen ze bij de rechter om opschorting van graafwerkzaamheden. En misschien, zegt Fernhout, kunnen ze via de stikstof-uitspraak van de Raad van State nog „een spaak in het wiel steken” bij de gemeente. „Het is een race tegen de klok. Maar als we het proces juridisch stil weten te leggen, denk ik dat het politiek kan gaan kantelen.”

Toch geeft het stadsbestuur vooralsnog geen krimp. Het bedrijventerrein gaat er komen, zegt GroenLinks-wethouder Van Doorninck: de contracten voor de bebouwing worden „half tot eind oktober” getekend. En nee, dat is niet in lijn met de belofte van de gemeente om pas bij De Boterbloem te gaan bouwen als het eerste bedrijventerrein vol is. Maar: „De partij waarmee we nu onderhandelen heeft 5,5 hectare nodig. Dat paste niet op het andere terrein.” De bezwaren van omwonenden en actievoerders, zegt Van Doorninck, zijn gebaseerd op een „extreem strakke interpretatie” van het bestemmingsplan. „Je kunt ook op iedere slak zout leggen.”

En de corruptiezaak van Hooijmaijers? Geen reden om de overeenkomst te ontbinden, zegt Van Doorninck. „Dat iemand een graantje wilde meepikken van de grondprijzen en daartoe een gedeputeerde bereid vond, staat los van het feit dat de gemeente daar een bedrijventerrein wil bouwen.”

Gemeente is ‘nietsontziend’

Op De Boterbloem turen Erik en Trijntje uit het raam, naar de graafmachines op hun akkers. Ze zien er moe en afgepeigerd uit. De strijd voor de boerderij vreet aan ze – ze kunnen er niet meer van slapen.

Lees ook: Wageningen Universiteit wist video over Lutkemeerpolder na druk firma

De opstelling van de gemeente, zeggen ze, is „nietsontziend”. Nadat de pacht van de akkers was opgezegd, kwam wethouder Van Doorninck met een aanbod: ze mochten op de boerderij blijven, met behoud van drie hectare landbouwgrond. Dat voorstel wezen ze af. „Over dat plan is nooit van tevoren met ons overlegd”, zegt Erik. „De boodschap was: slikken of stikken.” Drie hectare aan grond is veel te weinig, zegt hij. „Dan zouden we van landbouw moeten omschakelen naar 100 procent tuinbouw. Dat vereist een enorme investering en daar krijgen we nooit een lening voor bij de bank.”

Hij geeft toe dat hun opstelling „niet erg toegeeflijk” is. Maar dat komt ook, zegt hij, omdat er voor Trijntje en hem maar één alternatief is: behoud van álle akkers van De Boterbloem. „Wij verzorgen nu dit prachtige stukje Amsterdam voor de gemeenschap, dat is niet in geld uit te drukken. GroenLinks zou daar gevoelig voor moeten zijn.” Hij neemt een trek van zijn shaggie. „Koester wat je hebt, het komt nooit meer terug.”

Laat de politie maar komen op 1 februari, zegt Erik: ze zullen tot de laatste snik op De Boterbloem blijven. „Ik heb hier zeventien jaar van mijn leven ingestoken. Ze moeten me hier fysiek weghalen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.