Dankzij een schoolklas worden de Joodse dwangarbeiders nu herdacht

Tweede Wereldoorlog Overal in Oost- en Noord-Nederland waren werkkampen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gebruikt om Joodse dwangarbeiders te huisvesten. In de gemeente Staphorst werd dat donderdag voor het eerst herdacht.

Voor het eerst werd donderdagochtend herdacht, aan de Afschuttingsweg, dat Joodse dwangarbeiders in de Tweede Wereldoorlog in Staphorst en Rouveen in werkkampen zaten.
Voor het eerst werd donderdagochtend herdacht, aan de Afschuttingsweg, dat Joodse dwangarbeiders in de Tweede Wereldoorlog in Staphorst en Rouveen in werkkampen zaten. Foto Kees van de Veen

Het is herfst 2004 als groep 7 van de Prins Mauritsschool in Staphorst zich opmaakt voor de jaarlijkse projectweek. Meester Gert-Jan Westhoff (nu 45) zoekt ieder jaar een groot nationaal thema uit, waarover hij zijn leerlingen met een lokale invalshoek kan vertellen. „Ik vroeg me af: wat zal ik ze nu eens voorschotelen?”

Zijn oog valt op een boekrecensie waar terloops melding gemaakt wordt van een drietal werkkampen in de gemeente Staphorst. In het oorlogsjaar 1942 heeft een groep van zeker 344 Joodse mannen hier dwangarbeid verricht.

De kampen (Het Wijde Gat, Beugelen en Conrad) waren in de jaren dertig in gebruik als huisvesting voor arbeiders uit het westen die daar – in crisistijd – gesubsidieerd werk kwamen verrichten. „Heide ontginnen, bossen aanleggen, graven verplaatsen, sloten en wegen aanleggen. Dat dit soort werk vanuit die kampen verricht werd, daar wist ik wel van. Maar dat daar ook Joden hadden gezeten, was mij niets bekend.”

Schoolmeester Westhoff heeft zijn thema gevonden. „Er was maar één probleem: er was nagenoeg niets over bekend.” Hij besluit zijn leerlingen aan het werk te zetten en geeft een vragenlijst mee om voor te leggen aan hun opa’s en oma’s. De antwoorden verifieert hij door bij hen op bezoek te gaan. „De respons was overweldigend. De ene na de andere herinnering kwam bovendrijven. Op de avond dat hun kleinkinderen op school hun expositie toonden, waren de opa’s en oma’s ook uitgenodigd. Hun kinderen [de ouders van de schoolkinderen] reageerden verontwaardigd over de generatie vóór hen: waarom hebben jullie ons dat nooit verteld?”

77 jaar geleden

Dat is dé vraag die Staphorst zichzelf stelt, nu de gemeente vandaag – 3 oktober 2019 – voor het eerst officieel stilstaat bij de gebeurtenissen van exact 77 jaar geleden. Op zaterdag 3 oktober 1942 – een sabbatdag tijdens de joodse feestdag Jom Kipoer – werden zeker 344 mannen die in de kampen werkzaam waren, gesommeerd naar Meppel te lopen om vandaar naar Westerbork te worden vervoerd, en verder naar een vernietigingskamp. Slechts zes wisten te overleven.

Lees ook: In de val van het werkkamp gelokt

Bij een plechtigheid donderdagochtend werden een krans gelegd, een gedicht voorgelezen en een nieuw straatnaambord met informatie onthuld op de plek waar de Joodse dwangarbeiders een straat hebben aangelegd. De Afschuttingsweg, op de rand van Rouveen (Overijssel), heette in de volksmond lange tijd de ‘Jodenweg’, gelegen aan de ‘Jodensloot’. Het nieuwe straatnaambord markeert deze geschiedenis.

Dat het zover gekomen is, komt door een gastles die Geertjan Lassche (43) gaf aan een andere schoolklas in het dorp. Meteen na de gastles vroegen schoolkinderen in een brief de burgemeester om in actie te komen. Lassche, journalist en televisiemaker, maakte in het verleden indringende documentaires over pijnpunten in de lokale geschiedenis. De journalist kan maar moeilijk voorbijzien aan het jarenlange wegkijken van zijn plaatsgenoten. „Als er nu één algemene les voor iedereen overeind blijft van dat hele christendom, dan is dat voor mij het idee van medemenselijkheid. Dat je omziet naar elkaar, ook door de tijd heen. Naar medemensen die van de ene op de andere dag het werken werd verboden, uit hun gezinnen werden gehaald en hier aan het werk werden gezet.”

Foto Kees van de Veen

Het initiatief werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Annie Visscher wil niets afdoen aan het leed van de Joden die haar straat hebben aangelegd, maar geeft aan dat zij en veel straatbewoners de aandacht maar vervelend vinden. „Veertig jaar lang kon niemand onze boerderij vinden, omdat men het telkens over de Jodenweg had en er een andere naam op de borden stond. Nu er internetnavigatie is heet onze straat eindelijk echt Afschuttingsweg, maar we zijn bang dat die oude naam nu ook bij de nieuwe generatie weer ingeburgerd geraakt.”

Stapsteen

Burgemeester Theo Segers (ChristenUnie) stond direct open voor het initiatief van de schoolklas. Toch wil hij de bijeenkomst van donderdagmorgen geen officiële herdenking noemen. In plaats daarvan spreekt hij van het plaatsen van een „merkteken”, een „stapsteen”. „Ik wil dat mensen aan de hand van zo’n bord elkaar vragen gaan stellen. En dat het de ouderen in onze gemeenschap stimuleert om verhalen dóór te vertellen. Daar ontbreekt het hier nog wel eens aan; het is meer een doe-cultuur dan een praatcultuur.”

Toch komen de herinneringen snel boven bij de 90-jarige Grietje uit Rouveen. Gevraagd naar de Joden in het kamp tovert ze een foto tevoorschijn. Er staat een stel lachende, vitaal uitziende jonge mannen op, enkelen met een Jodenster. In het midden staat haar vader. „Je moet je voorstellen”, vertelt ze, „we hadden in die tijd weinig geld. Dat er dus mensen uit de stad hier werk kwamen verrichten, dat konden we wel gebruiken.”

Ze had direct vanaf het begin door dat de Joodse mannen anders dan hun voorgangers niet vrijwillig aan het werk waren. „Dat wist je. Maar ja, je had geen band met die mensen. Het was geen familie. En het was ook twee kilometer verderop. Als je dat moet lopen, is dat nog een heel eind.”

Initiatiefnemer Lassche noemt deze houding „typisch” voor de regio waarin hij geboren en getogen is en tegenwoordig weer woont. „Daar zit geen cent kwaad in, echt niet. De mensen proberen hier elkaar voort te helpen, zo goed ze kunnen. En daar gaan ze heel ver in. Maar ze beperken zich ook, door in eerste instantie voor elkáár klaar te staan.”

De straat was je wereld

Ook onderzoeker Lion Tokkie (70), zoon van een Joodse dwangarbeider die uit een kamp even verderop in Drenthe wist te ontsnappen, ziet weinig kwaad in de houding van de dorpelingen tegenover hun verleden. Hij meent dat mensen niet konden weten welk lot de Joden zou wachten. „Je wereld reikte zo ver als je straat en van de 1.700 kranten die er voor de oorlog uitkwamen, waren er toen nog maar zo’n 640 à 675 over. Allemaal gecensureerd. Het heeft geen zin daar nu nog allemaal wroeging over en schuldgevoelens bij te voelen.”

Foto Kees van de Veen

Tokkie merkt op dat er op steeds meer van de drieënveertig plaatsen waar werkkampen waren – voornamelijk in Oost-Nederland en Drenthe – herdenkingen plaatsvinden. „Doordat provinciale en gemeentelijke archieven zijn gedigitaliseerd, is het verleden veel beter doorzoekbaar. Dat zorgt voor een hernieuwd bewustzijn.”

In 2021, aan de vooravond van het 80-jarig jubileum, hoopt hij na acht jaar „dag en nacht” met de kampen bezig te zijn geweest een boek te presenteren. Hij wil nog niet te veel op zijn conclusies vooruitlopen, maar wil wel alvast kwijt dat hij hoopt dat op de toegenomen aandacht voor de werkkampen ook officieel erkenning volgt, voor de rol die deze kampen – beheerd door Nederlanders – hebben gespeeld, als voorportaal van de deportaties vanuit Westerbork. „Het was in feite een stuwmeer van mensen. Dat kon, toen de bezetter te horen kreeg dat het quota uitgevoerde Joden voor Nederland verhoogd was, worden ingezet om duizenden Joden te deporteren.”

Marien Jonkers

Tokkie meent dan ook dat de omwonenden niet hadden kunnen weten wat de Joodse dwangarbeiders te wachten stond. Ook initiatiefnemer Lassche wil van de schuldvraag wegblijven: „Maar alleen door te herdenken en te erkennen wat er in het verleden gebeurd is, kun je de geschiedenis werkelijk recht doen, en nieuwe energie laten vrijkomen. Ik hoop dat de kinderen die er vandaag waren hebben gezien wat er gebeurt wanneer je vergeet dat je elkaars medemens bent.”

Beste herinnering

Ook meester Westhoff, die als dorpshistoricus de bal in beweging bracht, was donderdagmorgen bij de herdenking. Zijn schoolproject in 2004 mondde uit in een fraai vormgegeven historische studie naar de kampen, waar hij menig avond tot diep in de nacht aan gewerkt heeft. „Dat ik met Coenraad Rood heb mogen spreken, op dit moment nog de enige van de zes overlevenden, behoort tot de beste herinneringen van mijn leven.”