Barsten in bekritiseerde recordschikking ING

Toezicht op witwassen Een overwinning voor de slachtoffers van falende witwascontroles bij ING: wellicht moet het OM de bank toch vervolgen.

Gaat er een streep door de hoogste schikking aller tijden in Nederland? Die vraag hangt de komende maanden boven de markt nu slachtoffers van de falende witwascontroles van ING een belangrijke juridische overwinning hebben geboekt.

Vorig jaar kocht ING voor 775 miljoen euro strafvervolging af wegens het jarenlang overtreden van anti-witwasregels. Op basis van vier fraudezaken stelde het Openbaar Ministerie „een breed falend” beleid bij ING vast. In de recordschikking die volgde, spraken OM en de bank af dat ING niet vervolgd wordt voor andere witwasfouten de afgelopen acht jaar.

De schikking viel slecht. Zo klonk er maatschappelijke en politieke kritiek omdat er geen ING-bestuurders werden vervolgd. De Raad voor de Rechtspraak noemde „megaschikkingen schadelijk voor vertrouwen in de rechtsstaat”. De Tweede Kamer schaarde zich vervolgens achter een motie die rechters in de toekomst een rol wil geven bij dergelijke schikkingen.

Rechters hebben nu alsnog een belangrijke rol toebedeeld gekregen in de ING-witwasaffaire. Dat is dankzij een speciale ‘artikel-12-procedure’ die twee slachtoffers en een belangenbehartiger zijn gestart bij het gerechtshof Den Haag. Zo’n procedure staat open voor belanghebbenden in strafzaken waarbij het OM besluit niet te vervolgen. Het gerechtshof wordt verzocht het OM te verplichten een verdachte alsnog te vervolgen.

Dossier overdragen

Bij ING is het zo ver nog niet. De twee slachtoffers en belangenbehartiger wonnen deze week wel de belangrijke eerste slag in hun vervolgingsqueeste. Na een maandenlange juridische strijd achter de schermen (artikel-12-procedures zijn besloten) oordeelde het gerechtshof, ondanks fel protest van het OM, dat de drie ontvankelijk zijn in hun klacht. De zaken zullen nu inhoudelijk worden behandeld. Daartoe moet het OM het volledige ING-onderzoeksdossier aan het gerechtshof overdragen. Delen daarvan zullen daarna worden overgedragen aan de slachtoffers en belangenbehartiger om hun vervolgingseis te onderbouwen.

In de context van de ING-schikking is dit bijzonder relevant. In de schikkingsovereenkomst staat dat die wordt verscheurd zodra het gerechtshof een vervolgingsopdracht aan het OM geeft. De staat moet ING dan 775 miljoen euro terugbetalen. Of ING vervolgens ook schuldig wordt bevonden, is daarvoor niet relevant.

Het OM zei vorig jaar ondanks grondig onderzoek geen strafrechtelijk verwijtbare handelingen van ING-bestuurders te hebben gevonden. Het noemde de schikking „effectiever” dan jarenlange slepende rechtszaken tegen ING. Bovendien konden zo verbetermaatregelen bij ING worden afgedwongen. Dat kan de rechter niet.

Artikel-12-procedure E2-3