Wolfgang Mozart en zijn twee #MeToo-opera’s

Klassiek Deze maand is zowel Mozarts ‘Don Giovanni’ als zijn ‘Così fan tutte’ te zien. Beide opera’s worden aangejaagd door manspersonen die je in tijden van #MeToo als discutabel zou kunnen bestempelen. Thomas Oliemans en André Morsch reflecteren over hun personages.

‘Così fan tutte’ tijdens repetities.
‘Così fan tutte’ tijdens repetities. Foto Hans van den Bogaard

‘Nee, niet haasten”, klinkt de stem van dirigent Kenneth Montgomery door de kapel van de Keizersgrachtkerk. Voor hem ligt de slotscène van Mozarts Don Giovanni. Eerste leesrepetitie met de solisten. De leden van het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam schuiven een week later aan.

Ook op de begeleiding van enkel een roffelende fortepiano grijpen Mozarts noten bij de lurven. Het spookachtige d-klein, de mokerende akkoorden, de huiveringwekkende kreet van Don Giovanni (bariton André Morsch) wanneer hij de hel in wordt gesleept. Als ergens korte metten wordt gemaakt met het beeld van Amadeus de zoetgevooisde Mozartkugelcomponist, dan is het hier.

Mozarts Don Giovanni (1787), na Le nozze di Figaro (1786) was het zijn tweede samenwerking met librettist Lorenzo da Ponte. Voor een werk dat volgens onder meer Goethe, Gounod en Kierkegaard de ultieme opera definieerde, is de plot van Don Giovanni betrekkelijk eenvoudig. Een adellijke losbol schaakt de ene mooie Donna na de andere, en krijgt na een moord, een vermeende verkrachting en ander onverkwikkelijks zijn verdiende loon.

Hoewel, verdiend? Over de moraal van de opera lopen de meningen uiteen. Sinds de première in oktober 1787 groeide Don Giovanni uit tot een van de meest bediscussieerde figuren uit de operageschiedenis. Voor de een was hij leugenachtige schurk en kille sociopaat, volgens anderen een onweerstaanbare charmeur en de bevrijder van een benepen zedenmoraal.

Anno 2019 dringen nieuwe interpretaties zich op: een edelman die zijn macht misbruikt om zijn seksuele driften bot te vieren. Een playerige patser die zijn veroveringen bijhoudt in een logboek (alleen al in Spanje 1.003). Is dat geen #MeToo en toxic masculinity avant la lettre? En hoe geef je zo’n rol gestalte in deze context?

Volslagen egomaan

„De overeenkomsten met de Weinsteins en de Epsteins zijn onmiskenbaar”, beaamt Morsch, die amper tien minuten na zijn bloedstollende hellevaart doodgemoedereerd een slok van zijn koffie neemt. Na diverse keren de rol van Giovanni’s koddige knecht Leporello te hebben gezongen, maakt de Duitse bariton komende maand zijn Don-debuut.

„Ik zou de parallel met het heden nog wel wat breder willen trekken”, zegt Morsch. „Don Giovanni is een volslagen egomaan. Niet alleen in zijn houding tegenover vrouwen. Zijn egocentrisme bepaalt ook hoe hij in de wereld staat. Alles draait om hem. Hij heeft altijd gelijk, zelfs als hij ongelijk heeft. Je kunt in hem ook een Poetin of een Trump zien.”

Volgens Morsch is het een noodzaak om in opera te blijven zoeken naar raakvlakken met het heden. Juist in die Da Ponte-opera’s, waarin van meet af aan een flinke dosis maatschappijkritiek besloten lag. „In zowel Don Giovanni als Le nozze komt de adel er niet best vanaf”, zegt Morsch. „In Mozarts tijd schuurden die opera’s aan alle kanten, dus laten we vooral naar een prikkelend perspectief blijven zoeken. Anders wordt het een dode, museale kunstvorm.”

In de semi-scenische Don Giovanni waarmee het Orkest van de Achttiende Eeuw deze maand door Nederland toert, zijn het vooral de ouverture en de epiloog waarin lijntjes naar de actualiteit worden uitgegooid.

Repetitie van ‘Don Giovanni’.

Foto Andreas Terlaak

Vrouwenhaat in laagje bladgoud

Regisseur Jeroen Lopes Cardozo: „Ik speel met het idee van twee tableaux vivants, waarin de vrouwen van Cappella Amsterdam een hoofdrol zullen spelen. Een soort frame, waarin ik de verhouding Don-vrouw onder de loep neem. Verder wil ik ervoor waken dat het drammerig wordt. Ik ben geen regisseur die de krant uitpluist voor zijn regieconcepten. De thematiek van Don Giovanni is van alle tijden, daar hoef je de actualiteit niet nog eens bovenop te leggen. Dikke kans dat je daarmee alleen maar het zicht ontneemt op de diepere lagen.”

„Hashtags zijn leuk, maar per definitie reductief”, onderschrijft bariton Thomas Oliemans. Zijn stem resoneert tussen de glazen wanden van een vergaderruimte in De Nationale Opera, waar hij deze maand zijn Don Alfonso-debuut maakt in Mozarts Così fan tutte (1790). „Begrijp me niet verkeerd, ik ben een groot voorstander van moderne operaregie, maar een te actuele blik kan ook leiden tot versmalling. Misschien is een opera als Così te veelomvattend om op één thema te worden vastgepind.”

Così fan tutte, nog zo’n Mozart-Da Ponte die gevoelig ligt binnen het hedendaagse gender-debat. Het gedonder begint al met de titel: ‘zo doen zij allen’ (lees: de vrouwtjes), waarmee gedoeld wordt op de wispelturige en overspelige aard van het vermeend zwakke geslacht.

Tongue-in-cheek, zo luidt de gangbare interpretatie. Maar wie verder graaft naar seksistische motieven, vindt ze bij bosjes in de plot. In vogelvlucht: twee officieren testen de trouw van hun geliefden door ze te verleiden in exotische snorvermomming. Noem het een ervaringsonderzoek naar de ware vrouwelijke natuur, maar dan wel in een strikt mannelijke context.

Meesterbrein achter de intrige is namelijk de oude Don Alfonso, tevens debiteur van misogyne oneliners als: „Wie zijn hoop vestigt op een vrouwenhart, probeert de wind te vangen in een net.” Voor de Britse musicoloog Charles Ford was het reden om Così te bestempelen als „wraakzuchtige vrouwenhaat, verpakt in een dun laagje bladgoud”. Diens collega Thomas Glasow hoorde in de opera niets minder dan een „war of the sexes”.

Wijze meester

„Ik zie Così absoluut niet als een mannen-tegen-de-vrouwen-opera”, nuanceert Oliemans. „De mannen worden namelijk net zo goed op de proef gesteld. Het zijn Guglielmo en Ferrando die in de eerste scène staan te bluffen dat hun geliefden zo trouw zijn. Ze belichamen de oer-conservatieve liefdesmoraal: als je van iemand houdt dan plaats je die persoon op een voetstuk en zweer je eeuwige trouw. Don Alfonso laat zien dat die romantische voorstelling van zaken nogal naïef is. Hij vervult de rol van wijze meester die de jongelui een pijnlijke, maar waardevolle les leert: de liefde is een stuk gecompliceerder dan ze lijkt. Menselijke relaties zijn niet in marmer gebeiteld.”

En Don Alfonso als nurkse vrouwenhater? Onzin, volgens Oliemans: „Luister alleen al naar het beroemde trio ‘Soave sia il vento’. Zijn partij is zó mooi en gevoelvol dat je hem onmogelijk als een cynicus kunt blijven zien. Volgens mij broeit er veel meer gevoel in hem dan hij wil toegeven.”

Over Mozart en #MeToo: „Misschien moeten we de vergelijking eens omdraaien. Wat zou er gebeuren als je de #MeToo-discussie beziet vanuit een opera als Così of Don Giovanni? Ik denk dat er dan veel meer ruimte ontstaat voor nuance.”

Paradox

In de Keizersgrachtkerk ligt de balscène uit Don Giovanni op de lessenaar. Lastige kost, prent dirigent Kenneth Montgomery zijn zangers in, al was het maar omdat Mozart hier de voltallige solistencast opvoert én drie orkestjes tegen elkaar uitspeelt. De scène ontaardt in een strikt uitgecomponeerde chaos als Don Giovanni het boerenmeisje Zerlina (vlammende hulpkreten van mezzosopraan Rosanne van Sandwijk) aanrandt.

„Ach, Zerlina”, grinnikt André Morsch. „Je kunt je afvragen hoe onschuldig ze werkelijk is. In de eerste akte zien we haar openlijk zwichten voor de charmes van Giovanni, maar tegen haar verloofde zegt ze doodleuk dat er niets gebeurd is. Geen zuivere koffie.”

Uiteindelijk komt niemand brandschoon uit de opera, wil Morsch maar zeggen. „Leporello moppert voortdurend over de daden van zijn meester, maar schiet hem telkens weer te hulp. Elvira is keer op keer door Giovanni bedrogen, en toch wil ze hem terug. En Donna Anna? Is ze echt verkracht, of heeft ze zich laten verleiden tot overspel? We weten het niet. Als Don Giovanni iets laat zien, dan is het wel dat de waarheid altijd complexer is dan ze op het eerste gezicht lijkt.”

Regisseur Jeroen Lopes Cardozo: „Eigenlijk is Don Giovanni een grote paradox. Mozart noemde de opera een ‘dramma giocoso’. Een ‘luchtig drama’, maar dan wel over moord en aanranding. Eenzelfde ambivalentie vind je terug in het karakter van de Don. Enerzijds is hij een heel foute man, die vrouwen tot zijn speelbal maakt. Maar hij is ook ontzettend charmant en grappig. Het geniale is dat Mozart en Da Ponte je zowel afschuw als sympathie laten voelen. Als toeschouwer voel je je als Donna Elvira: je wéét dat de Don een ploert is. En toch ga je onherroepelijk voor de bijl.”