Paramaribo, altijd ‘de parel van het Caribisch gebied’, raakt in verval

Cultureel erfgoed Suriname Komend weekend opent ‘De Grote Suriname-tentoonstelling’, met kunstwerken uit Surinaamse musea. Door de economische crisis hebben die het zwaar. Ook het erfgoedbeheer lijdt eronder. „Die oude gebouwen herbergen de verhalen die ons hebben gevormd.”

Vervallen huizen in het historische centrum van Paramaribo.
Vervallen huizen in het historische centrum van Paramaribo. Foto Sandra Smallenburg

Het is een archeologisch topstuk dat zijn gelijke in het Caribisch gebied niet kent: een stenen masker van nog geen twintig centimeter groot. Twee kraaloogjes, een smalle neus en een puntige kin zijn ongeveer duizend jaar geleden door een inheemse bewoner van Suriname in een ovaal stuk donkerrode steen gekerfd. Eeuwenlang moet het kunstwerk verstopt hebben gelegen in de drassige grond van het regenwoud. Totdat het in 2000 werd opgegraven in het Surinaamse Alfonsdorp.

Vanaf volgende week zal het precolumbiaanse masker het gezicht vormen van De Grote Suriname-tentoonstelling in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Nu, een maand voor de opening, ligt het pronkstuk nog vrij onopvallend in een van de vitrines van het Surinaams Museum in Paramaribo. De archeologische afdeling van dit belangrijkste museum van Suriname is weggestopt in een donker gangetje van Fort Zeelandia, waar de belichting het begeven heeft. In de meeste museumzalen oogt de opstelling verouderd, met schaarse toelichting op getypte labeltjes.

Lees ook: deze voorbeschouwing van De Grote Suriname-tentoonstelling

Stenen ceremonieel masker. Gevonden in Alfonsdorp, precolumbiaans. De precieze datering is onbekend, maar waarschijnlijk 900-1250.

Foto Surinaams Museum, Paramaribo

„Het museale werk staat momenteel op een laag pitje”, verontschuldigt directeur Laddy van Putten zich. „We zijn vooral bezig met overleven.” Hij wijst naar de tropische planten en de klimop die tegen de zeventiende-eeuwse muren van het fort groeien. „Die planten zijn onze vijanden, ze ontzetten de stenen.”

Sinds de staatssubsidie zeven jaar geleden is stopgezet, moet Van Putten zijn museum runnen met de inkomsten van kaartverkoop en zalenverhuur. „Het gebouw is van de overheid, maar over het onderhoud ervan ligt niets vast. Alle reparaties doen we zelf.” Het museumrestaurant ligt er intussen verlaten bij. De uitbaatster heeft al een jaar geen huur betaald en dus zag Van Putten zich onlangs genoodzaakt haar eruit te zetten. „Dat betekent opnieuw minder inkomsten voor ons museum.”

Dat de verlichting het in dit deel van het museum niet doet, komt doordat de vitrinelampen op dezelfde elektragroep zitten als het gesloten restaurant. Maar daarin komt binnenkort verandering, zegt Van Putten. Met de bruikleenvergoeding die zijn museum van De Nieuwe Kerk voor het masker ontvangt, kan hij de verlichting van het museum verbeteren.

Fort Zeelandia Foto Sandra Smallenburg

Die oude gebouwen herbergen de verhalen die ons hebben gevormd

Cynthia McLeod, schrijfster

Koloniale huizen

Het Surinaams Museum is niet de enige culturele instelling in Paramaribo die het zwaar heeft. Sinds de regering-Bouterse in 2012 alle subsidies heeft bevroren, vechten veel Surinaamse musea en erfgoedinstellingen voor hun voortbestaan. Ook de binnenstad zelf, met zijn fraaie houten koloniale huizen die in 2002 op de Unesco Werelderfgoedlijst werden gezet, dreigt in te storten als er niet snel wordt gerestaureerd. ‘De parel van het Caribisch gebied’, zoals Paramaribo wel genoemd wordt, ligt er vervallen bij. Verflagen zijn afgebladderd, daken zijn verroest. De mooiste huizen zijn half afgebrand of verkrot.

Huis in het historische centrum van Paramaribo. Dit gebied is sinds 2002 UNESCO ergfoed.

Foto Getty Images

Het Surinaams Museum moet het rooien met vijftien mensen die in deeltijd werken. Slechts één medewerker wordt door de overheid betaald. Er komen zo’n 14.000 bezoekers per jaar, voornamelijk toeristen, maar voor Engelse vertalingen van de zaalteksten is voorlopig geen geld. Het museum telt maar één geklimatiseerde ruimte. Daar hangen onder meer de kwetsbare diorama’s die Gerrit Schouten in de vroege negentiende eeuw maakte van inheemse dorpen en koffieplantages. In alle andere zalen slaat de tropische, klamme hitte je in het gezicht.

„Maar het is niet alleen kommer en kwel hoor”, haast Van Putten zich te zeggen. „Natuurlijk houden we vol en zijn er ondanks de moeilijkheden ook positieve zaken te noemen. We maken tal van tentoonstellingen met Nederlandse musea, vaak medegefinancierd door of via de Nederlandse ambassade. Onze educatieve dienst draait erg goed. Ik durf zelfs te stellen dat deze afdeling met minimale middelen vaak beter draait dan die van Nederlandse musea. En dan is er nog onze zeldzaam mooie historische fotocollectie die we online ontsloten hebben en die al 6,5 miljoen hits heeft behaald.”

Lees ook dit interview met Marcel Pinas, een van de vijf hedendaagse kunstenaars op De Grote Suriname-tentoonstelling: ‘Ik wil de marrons hun culturele trots teruggeven’

Die planten zijn onze vijanden, ze ontzetten de stenen

Laddy van Putten, directeur Surinaams Museum

Slavernij

Aan de overkant van het water ligt Fort Nieuw Amsterdam, een aardenwallen vesting uit 1747 die door de Nederlanders strategisch werd geplaatst op de plek waar de Commewijne-rivier en Suriname-rivier samenkomen. Sinds 1982 dient het fort als openluchtmuseum dat aandacht besteedt aan de immigratiegeschiedenis en het slavernijverleden van Suriname. Onder de palmen staan diverse kapa’s, grote ijzeren kommen waarin slaven het sap van het suikerriet moesten koken. In het kruithuis vertellen vergeelde foto’s de verhalen van heldhaftige Surinaamse oorlogsveteranen.

Fort Nieuw Amsterdam. Foto Sandra Smallenburg

Tuinmannen zijn bezig het onkruid te wieden dat in dit klimaat tegen de klippen opgroeit. Er zijn dagelijks vijf mensen nodig om het twaalf hectare tellende terrein te onderhouden, vertelt directeur Gerard Alberga. De overheid betaalt hun salarissen, maar heeft de jaarlijkse subsidie van 50.000 Surinaamse dollar (circa 6.000 euro) al zeven jaar niet betaald. Ook Alberga voelt de bezuinigingen die in 2012 zijn doorgevoerd. Sinds die tijd heeft hij zeven man personeel moeten ontslaan. Zelf staat de directeur niet op de loonlijst van de overheid. Hij is gepensioneerd zakenman en wilde als vrijwilliger een jaartje bijspringen. „Intussen zit ik hier al zeven jaar.”

Accountants

In de hoogtijdagen trok Fort Nieuw Amsterdam jaarlijks 60.000 bezoekers. Nu zijn dat er nog maar 25.000. „Sinds de economische crisis is vooral het bezoek van Surinamers enorm teruggelopen”, vertelt Gerard Alberga. Hij zou de subsidie graag opnieuw aanvragen om de teruggelopen kaartverkoop te compenseren. „Maar om de aanvraag te kunnen doen, is sinds kort een accountantsverklaring verplicht. En omdat er een tekort is aan accountants in dit land – er zijn 46 – is dat niet eenvoudig. Daarbij is zo’n accountantsverklaring waarschijnlijk duurder dan de subsidie die we zouden kunnen krijgen.”

Brandijzers, gebruikt op Plantage Bakkie.
Foto Simon Lenskens
Een ‘kromboei’ gebruikt op Plantage Bakkie.
Foto Simon Lenskens
Brandijzers en een ‘kromboei’ gebruikt op Plantage Bakkie.
Foto Simon Lenskens

Daarom zoekt Alberga nu in Nederland naar partners. In het cellencomplex van de oude gevangenis opende onlangs de nieuwe vaste presentatie ‘Hoe wij hier ook samen kwamen’ (een frase uit het Surinaamse volkslied), waarin de diverse bevolkingsgroepen van Suriname worden voorgesteld. Het onderzoek hiervoor werd verricht door studenten van de Reinwardt Academie in Amsterdam, de tentoonstelling kwam tot stand met hulp van het Amsterdam Museum.

Ook zijn contacten bij de Rotary Club van Paramaribo leveren Alberga nog wel eens iets op. „Ik vraag mijn vrienden uit de ondernemerswereld geregeld om bij te dragen.” Hij wijst naar dranghekken met het logo van telecombedrijf Telesur. „We hadden een afzetting nodig. Deze heb ik gekregen van de directeur van Telesur, die ook Rotary-lid is.”

Maquette van de Directeurswoning Plantage Katwijk.

Foto Simon Lenskens

Plantages

Vanaf Fort Nieuw Amsterdam kun je de Commewijne-rivier op varen, waar stroomopwaarts de oude koffie- en suikerplantages te vinden zijn die de Hollanders in de zeventiende en achttiende eeuw aanlegden. De lange kanalen, de sluisjes en rechthoekige kavels land doen nog steeds denken aan het Hollandse polderland. Maar de jungle heeft op veel plekken alweer bezit genomen van het ontgonnen land. Kreken en paden die niet worden bijgehouden, groeien binnen luttele weken dicht. Waar elders in het Amazonegebied grote delen ontbost worden, is het in Suriname de natuur die de sterkste is – al tast illegale goudwinning delen van het oerwoud aan.

Directeurswoning op Plantage Katwijk, nu. Foto Sandra Smallenburg

Op Plantage Katwijk, op 32 kilometer van Paramaribo, wordt sinds enkele jaren weer koffie geproduceerd – het is de enige nog werkzame koffieplantage in Suriname. In de achttiende eeuw werkten hier honderden tot slaaf gemaakten op de landerijen. Nu wonen en werken er zo’n 35 Javaanse en Hindoestaanse families, afstammelingen van de contractarbeiders die in de negentiende en begin twintigste eeuw door de Nederlanders werden geronseld in toenmalig Nederlands-Indië en Brits-Indië.

Manager Radjes Kasi leidt rond langs de nieuwe opslagloodsen waarin moderne machines de koffiebonen branden. Hij vertelt dat twee weken geleden het dak van het eeuwenoude houten koffiepakhuis is afgewaaid. Hij denkt niet dat de eigenaren het nog zullen vervangen. Ook de directeurswoning, een ooit majestueus pand uit de koloniale tijd, staat op instorten. „We durven het huis niet meer te betreden”, zegt Kasi gelaten. „De wespen hebben er bezit van genomen.”

Zo’n accountantsverklaring is waarschijnlijk duurder dan de subsidie die we kunnen krijgen

Gerard Alberga, directeur Fort Nieuw Amsterdam

Felrode daken

Het paradoxale is dat op de tentoonstelling in De Nieuwe Kerk straks maquettes te zien zullen zijn van deze en andere plantagehuizen, afkomstig uit de collectie van Fort Nieuw Amsterdam. Die maquettes zijn mooi geconserveerd en tonen de koloniale architectuur in al haar glorie: met felrode of groene daken en helderwit geschilderde gevels. Maar de originele gebouwen zakken letterlijk het moeras in. Niemand neemt de moeite om ze te restaureren.

Dirk Valkenburg, Ritueel van slaafgemaakten op een suikerplantage in Suriname, 1707

Foto Statens Museum for Kunst, Kopenhagen

Wie zich het lot van deze huizen wel aantrekt is Philip Dikland, een Nederlandse architect die al veertig jaar in Suriname woont en werkt. Als partner van bureau KDV Architects nam hij het initiatief voor de Suriname Heritage Guide, een database waarin het cultureel erfgoed van Suriname op systematische wijze in kaart wordt gebracht. De database biedt een schat aan historische informatie, foto’s en technische tekeningen. Ook de directeurswoning van Plantage Katwijk is door Dikland uitvoerig gedocumenteerd en opgemeten. Zodat wanneer het gebouw instort en er ooit geldschieters zouden komen, het weer opnieuw kan worden opgebouwd.

Spookstad

Voor veel monumentale houten gebouwen in de binnenstad begint de tijd intussen te dringen. In het vochtige klimaat rot het hout gemakkelijk weg. Op deze zondagochtend lijkt Paramaribo een spookstad. Ministeries zijn verhuisd naar moderne, stenen gebouwen buiten het Unesco-gebied. Veel bewoners zijn weggetrokken uit het centrum, talloze panden staan leeg. Alleen in de fraaie cederhouten kathedraal, het hoogste houten gebouw op het westelijk halfrond, bruist het. Door de open ramen draagt het gezang tot ver in de straten.

In 2013 luidde Unesco de noodklok en waarschuwde dat het gebied van de werelderfgoedlijst zou verdwijnen als de panden nog verder zouden verkrotten. Inmiddels heeft de Surinaamse overheid bij de Inter-American Development Bank een lening van 20 miljoen Amerikaanse dollar afgesloten voor de rehabilitatie en restauratie van de oude binnenstad van Paramaribo. Volgens Stephen Fokké, directeur van de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname en site-manager voor de Unesco-werelderfgoedsite, zullen daarvan vijf monumentale overheidspanden worden gerestaureerd, waaronder twee historische huizen aan de Waterkant. „De planning is om dit jaar nog met de aanbesteding te beginnen.”

Elisabeth Samsonhuis, Paramaribo.

Foto Sandra Smallenburg

Elisabeth Samson

Maar het is dweilen met de kraan open, zo lijkt het. En lang niet alle panden komen voor die lening in aanmerking. Het monumentale woonhuis van Elisabeth Samson, in de achttiende eeuw de rijkste zwarte zakenvrouw van Suriname, staat net 150 meter buiten het Unesco-kerngebied. Tot 2012 was in het gebouw, dat uit 1740 dateert, het ministerie van Arbeid gevestigd. Nu oogt het aftands, met kromme planken die van de gevel springen.

De Surinaamse schrijfster Cynthia McLeod, bekend van haar romans Hoe duur was de suiker en De vrije negerin Elisabeth, heeft zich het lot van het pand persoonlijk aangetrokken en richtte een stichting op om het te kunnen behouden. Met hulp van de Postcodeloterij kan de stichting het huis nu voor een half miljoen euro kopen van de Surinaamse overheid. „De restauratie zal minstens 600.000 euro kosten”, zegt McLeod. „En de inrichting van het huis tot museum zal nog eens 100.000 euro vergen. Daarvoor zoeken we nu naarstig naar geld. Mede daarom ben ik nu in Nederland, om lezingen te geven en geld bijeen te sprokkelen.”

Het monumentale woonhuis van Elisabeth Samson, in de achttiende eeuw de rijkste zwarte zakenvrouw van Suriname, oogt aftands

Stadsherstel

Zo zijn er meer kleine initiatieven. Met hulp van Stadsherstel Amsterdam is in 2011 Stadsherstel Suriname opgericht, een stichting die panden opkoopt, opknapt en vervolgens weer verhuurt. In de afgelopen acht jaar zijn zo vier panden gerestaureerd, waaronder het woonhuis aan de Prinsessestraat 43, waarin sinds 2015 het Koto Museum met zijn kleurrijke collectie Afro-Surinaamse klederdracht is gevestigd dat jaarlijks zo’n vierduizend bezoekers trekt. Onlangs nog werd het pand aan Prinsessestraat 47, waarin ooit de oudste man van Suriname woonde, door zijn 21 erfgenamen geschonken aan Stadsherstel Suriname.

Het is misschien een druppel op een gloeiende plaat, zegt Stella van Heezik van Stadsherstel Amsterdam. „Aan de andere kant: ieder pandje is er één. Zo zijn we in Amsterdam ook begonnen, in de jaren vijftig. Intussen hebben we ruim zeshonderd Amsterdamse huizen gerestaureerd. Wij helpen onze zusterorganisatie in Paramaribo met de ervaring die we hier hebben opgedaan. Hoe maak je een rendementsberekening voor een pand en hoe kun je fondsen werven voor de restauratie ervan?”

Gerrit Schouten, Diorama van Indiaans dorp met piaiman, 1810. Tropenmuseum, Amsterdam

Om aandacht te vragen voor de problematische situatie in Paramaribo organiseerde Stadsherstel Amsterdam afgelopen zomer voor de tweede keer de Suriname-maanden, met lezingen in de Amstelkerk. Ook is er vorig jaar bij het Prins Bernhard Cultuurfonds een fonds op naam opgericht: het Themafonds Surinaams Erfgoed. „We hebben al meer dan 25.000 euro opgehaald”, zegt Van Heezik. „Dat geld wordt gestoken in ons volgende project: de restauratie van Prinsessestraat 47.” Ook Fort Nieuw Amsterdam heeft onlangs twee bijdragen gekregen van het fonds.

Verhalen

De Nederlandse overheid heeft intussen een speciaal programma in het leven geroepen voor ‘gedeeld cultureel erfgoed’. Als een van de uitvoerders van dit programma werkte de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met verschillende landen samen, waaronder Suriname. „Maar de samenwerking gebeurt wel op basis van wederkerigheid”, benadrukt programmaleider Jinna Smit. „Natuurlijk vinden wij het belangrijk dat de binnenstad van Paramaribo behouden blijft, maar Suriname is eigenaar en dus zelf verantwoordelijk. Bovendien heeft ieder land zijn eigen prioriteiten en mogelijkheden. Daar moet je ook begrip voor hebben.”

Lees ook: Hoe oude plantages in Suriname toeristische attracties worden

De samenwerking met Suriname is daarom niet gericht op het geven van geld voor restauratie, maar op kennisuitwisseling. Smit: „Zo organiseren we trainingen in ‘Urban Heritage Strategies’, waarbij we laten zien dat cultureel erfgoed een belangrijke factor kan zijn in stedelijke ontwikkeling. Het is belangrijk dat erfgoed wordt verbonden aan actuele maatschappelijke opgaven. Zo kan de historische binnenstad van Paramaribo een belangrijke rol vervullen in een veranderende samenleving. Mensen zullen er dan graag willen wonen en leven.”

„Die oude gebouwen”, zei Cynthia McLeod onlangs in het erfgoedtijdschrift Monumentaal, „herbergen de verhalen die ons hebben gevormd. Samen vertellen ze de geschiedenis van Suriname.” Natuurlijk kent die geschiedenis veel donkere kanten, en herinneren de koloniale gebouwen aan de tijd dat de Hollanders rijk werden over de ruggen van slaven. „Maar het zijn prachtige gebouwen, daar gaat het om. We zijn onszelf verplicht de geschiedenis levend te houden, ook als die pijnlijk is.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Het culturele erfgoed van Suriname is in gevaar

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.