Van de ene op de andere dag zat Mascha Mooy thuis. „Zelfs een brood kopen in de supermarkt was te veel.”

Foto Olivier Middendorp

‘Opgebrand raken is sluimerend proces’

Interview | Mascha Mooy, burn-outadviseur Na haar herstel van een burn-out ging Mascha Mooy bedrijven erover adviseren. „Je moet in een veel eerder stadium ingrijpen.”

Ze begon met het zoeken van de stukjes van de rand. Bij een puzzel van 1.000 stukjes was ze daar zo een dag mee bezig. Volgende dag: de randen aan elkaar leggen. Dag daarna: langzaam een deel van de binnenkant van de puzzel. Totdat ze uiteindelijk, vaak pas na twee weken, het laatste stukje legde. „En ondertussen maar huilen, huilen, huilen.”

Mascha Mooy (40) was begin dertig toen ze een burn-out kreeg. Als ambitieuze consultant op de Zuidas had ze haar terugkerende hoofdpijn genegeerd, net als dat knagende gevoel dat haar werk haar geen voldoening meer gaf. Tot ze last kreeg van paniekaanvallen, huilbuien en slapeloosheid. Van de ene op de andere dag zat ze thuis. „Zelfs een brood kopen in de supermarkt was te veel.”

De legpuzzels, een tip van haar huisarts, lieten haar toch met íets een beetje vooruitgang boeken. Maar verder waren er weinig oplossingen voorhanden, zegt Mooy. „Destijds kwamen burn-outs nog vooral voor bij veertigers en vijftigers. Bedrijfsartsen lieten die mensen dan reflecteren op hun lange loopbaan, wat ze hadden geleerd, wat ze nog wilden. Maar ik zat nog maar net in mijn nieuwe baan.”

Zodra Mooy weer wat meer aankon, ging ze zelf onderzoeken wat haar kon helpen. Ze las boeken, speurde het internet af en interviewde psychologen en burn-outonderzoekers. „Langzaam ging ik denken: misschien moet ik mijn inzichten delen met anderen.”

Sinds 2012 is Mooy directeur van Bye Bye Burnout, een bureau met coaches, psychologen en arbeidsjuristen die door heel Nederland bedrijven adviseren over het voorkomen van burn-out en, als het al te laat is, helpen bij het herstel.

Volgende week verschijnt haar boek, met dezelfde naam als haar bureau. Mooy wil ‘bye bye’ zeggen tegen het groeiende aantal burn-outs in Nederland. Bijna één op de zes werkenden vertoont tekenen van burn-out, bleek begin dit jaar uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Tien jaar eerder was dat nog één op de tien.

Jij richt je in je boek specifiek op werkgevers. Waarom?

„ Bergen mensen hebben al over hun eigen burn-out geschreven. Maar mijn uitgever wist me te overtuigen dat er nog geen goed boek was voor werkgevers. Voor ondernemers in het mkb die een mooi bedrijf willen runnen en dan opeens bezig moeten met burn-out op de werkvloer. Het is voor iedereen met personeel, dus ook voor grotere organisaties.”

Wat is je gouden tip?

„Besef dat het niet genoeg is om regelmatig aan je werknemers te vragen hoe het gaat. Mensen zullen nooit tegen hun baas zeggen: ‘Weet je, ik voel me onwijs beroerd’. Als directeur, manager of teamleider zit jij in een machtspositie. Mensen vrezen toch, terecht of onterecht, dat hun eerlijkheid tegen ze wordt gebruikt.”

Hoe moet het dan wel?

„Als leidinggevende moet je opletten welke collega’s structureel extra taken oppakken. Dat zijn natuurlijk de fijnste werknemers. Ze zijn loyaal, zeggen nooit nee. Maar is dat op de lange termijn wel zo fijn? Als iemand uitvalt, ben je ver van huis. Een collega met een burn-out zit gemiddeld zo’n negen tot veertien maanden thuis. Volgens mijn berekeningen kost dat bij een gemiddelde medewerker al snel 150.000 euro.

„Je moet al in een veel eerder stadium ingrijpen. Ga met zo’n overijverige collega zitten en bespreek het takenpakket. Alles wat er niet bij hoort, leg je bij iemand anders neer. Is het structureel te druk? Dan moet je meer personeel aannemen. Er zijn grenzen aan hoe hard je mensen kunt laten werken.”

Zijn sommige mensen extra gevoelig voor burn-out?

„Ja. Er komen grofweg twee types bij onze coaches terecht. De eerste zijn de strebers, de snelle jongens en meiden die van alles willen realiseren. Ze willen presteren, op het podium staan. Maar in de praktijk blijkt dat dan niet allemaal haalbaar. En krijgen ze het gevoel dat ze falen.

„De andere groep zijn de afvalbakjes. Op iedere afdeling heb je wel zo’n zorgzaam type dat de taken oppakt die anderen laten liggen. Die de centjes inzamelt voor een cadeautje voor een jarige collega. Ik zeg altijd: zorg nou eerst voor jezelf. Dan krijgt die collega maar geen cadeautje.

„Ik was een streber, deed alles voluit. Had mijn collega een nieuwe leaseauto, dan wilde ik die ook. Hetzelfde met sporten. Dat was geen ontspanning, dat was presteren.”

Hoe ga je daar nu mee om?

„Ik bouw veel meer rust in mijn agenda. Heb ik een drukke week met mijn bedrijf, dan houd ik mijn weekend leeg. Ik wil de tijd hebben om te wandelen en om op de bank te hangen. Gewoon even niets doen. Ik zeg regelmatig een feestje af. Dat zou ik vroeger niet doen.

Is het realistisch om Nederland helemaal vrij van burn-out te maken?

„Nee. Opgebrand raken is een sluimerend proces, vaak plegen mensen al jarenlang roofbouw op zichzelf. Bovendien negeren velen de signalen. De vage fysieke klachten, het onvermogen om te ontspannen. Dat deed ik ook. In die zin moet je als werknemer ook zelf verantwoordelijkheid nemen. Het is niet allemaal de schuld van je baas.”

Heb je aan je eigen ervaring genoeg om anderen te helpen?

„Nee. Ik heb er bewust voor gekozen om de één-op-éénbegeleiding van cliënten over te laten aan ervaren coaches en psychologen. Ik doe alleen het contact met de werkgevers en de eerste intake met iemand met een burn-out, zodat ik kan kijken welke mensen uit mijn team hem of haar het beste kunnen helpen.”

Iedereen mag zich burn-outcoach noemen. Tijd voor een keurmerk?

„Ja, we werken daar nu aan met een aantal partijen. De klachten van cliënten kunnen heel heftig zijn. Vaak komen tijdens een burn-out ook andere problemen naar boven. Bijvoorbeeld dat iemand vroeger is misbruikt. Of dat er tegelijkertijd een depressie speelt.

„Een slechte coach probeert dat soort complexe problemen allemaal zelf aan te pakken. Ons protocol is dat we direct extra hulp inschakelen zodra een tweede of derde probleem aan het licht komt. Bijvoorbeeld als iemand verslavingsgedrag vertoont, of suïcidale gedachten heeft.

„Het zou jammer zijn als ik tegen een werkgever moet zeggen: ik had je beloofd om die collega met een burn-out weer aan het werk te krijgen, nu is hij dood.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.