Makkie voor kabinet, dankzij GroenLinks

Financiële Beschouwingen Met de dividendmaatregel verdween de eensgezindheid waarmee de oppositie het kabinet aanpakte.

Henk Nijboer (Pvda) en Paul Smeulders (Groenlinks) tijdens het debat over de stijgende woonlasten voor huurders.
Henk Nijboer (Pvda) en Paul Smeulders (Groenlinks) tijdens het debat over de stijgende woonlasten voor huurders. Foto Bart Maat

In het eerste grote debat zonder meerderheid in de Tweede Kamer, moet minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) zijn begroting verdedigen. Woensdagochtend zette PvdA-leider Lodewijk Asscher extra druk door in een interview te dreigen tegen de onderwijsbegroting en het Belastingplan te stemmen als het kabinet niet meer geld zou vrijmaken voor leraren. En dan was er nog het veelbesproken investeringsfonds waarvoor het kabinet tientallen miljarden wil uittrekken, maar waarover nog amper iets bekend is.

Lees ook: Tweede Kamer aan zet: Miljardenfonds staat zoekt werk

De oppositie had het de coalitie woensdag bij de financiële beschouwingen moeilijk kunnen maken, maar dat gebeurde niet. Sterker nog, de opmerkelijkste onenigheid was er binnen de oppositie zelf, tussen PvdA en GroenLinks, twee partijen die het goeddeels met elkaar eens zijn en samen een tegenbegroting maakten.

Tweede Kamerlid Bart Snels van GroenLinks had geen zin in „politieke spelletjes over de ruggen van politieagenten en leraren”, zei hij in reactie op het dreigement van de PvdA om tegen de onderwijsbegroting en het Belastingplan te stemmen. Hij vindt dan wel dat het kabinet „veel te weinig” doet, maar hij wil niet „heel veel dingen wegstemmen waar we voor zijn”. Henk Nijboer van de PvdA had daar juist geen moeite mee. Ja, er zitten goede dingen in de begroting, zei hij, maar veel plannen vindt hij onvoldoende. Zo is de partij ontevreden dat de winstbelasting voor bedrijven nog steeds wordt verlaagd en dat de belastingplannen te veel de hoge inkomens bevoordelen.

Hoe anders ging het er vorig jaar aan toe. Toen vocht de oppositie nog eensgezind tegen de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting. Het leverde niets op: het kabinet hield er gewoon aan vast. Maar de oppositie slaagde er wel in om het beeld neer te zetten van een kabinet dat er alleen maar zat voor de multinationals.

Nu ging het niet meer over de dividendbelasting. Levensmiddelenconcern Unilever maakte vorig jaar één dag na de beschouwingen bekend het hoofdkantoor toch niet naar Rotterdam te verplaatsen, waarna het kabinet de voorgenomen afschaffing introk. Daarna kwam Rutte III met nog meer belastingmaatregelen die in het nadeel van bedrijven zijn én met lastenverlichting voor gewone mensen.

Zo bleef er van het beeld dat de oppositie graag van Rutte III schetst, weinig over. En daarmee verdween ook de eensgezindheid, precies op het moment dat de oppositie zaken kon doen met het kabinet.

Sinds Wybren van Haga vorige week uit de VVD-fractie is gezet, denkt hij na of hij zijn zetel inlevert of als eenmansfractie verdergaat. Zolang hij er nog niet uit is, heeft de coalitie (VVD, CDA, D66 en ChristenUnie) 75 zetels en moet het kabinet ook in de Tweede Kamer steun zoeken bij de oppositie. In de senaat is de coalitie de meerderheid al sinds dit voorjaar kwijt. Dat betekent dat de oppositie eisen kan stellen.

Strategisch dreigen

Maar bij de Algemene Politieke Beschouwingen twee weken geleden gaf GroenLinks-leider Jesse Klaver eigenlijk alle onderhandelingsruimte al weg. Hij had, zei hij, overwogen om strategisch te dreigen tegen het Belastingplan te stemmen. „Dat is hoe het spel werkt.” Maar hij wil helemaal niet tegenstemmen, zei hij, „omdat dat Nederland niet beter maakt”.

De financiële woordvoerder van GroenLinks, Snels, herhaalde dit woensdag. Door tegen de onderwijsbegroting te stemmen, zei hij, „stem je tegen de verlaging van de werkdruk, tegen extra handen in de klas. Ik vind dat je dat niet kan waarmaken.”

De SP klonk wel als vanouds. Mahir Önder Alkaya vroeg minister Hoekstra waarom hij „weer kiest voor de allerrijksten en de multinationals en niet voor gewone mensen”. Nu VVD en CDA „in woord” afscheid hebben genomen van het neoliberalisme, zei hij, moeten ze dat omzetten in daden.

Het kabinet heeft de koers drastisch veranderd, zien meer partijen, maar, is de vraag: waar gaat het heen? Nu Hoekstra toch zo gul is en het verlagen van de staatsschuld minder belangrijk lijkt te vinden, vroegen Kamerleden zich af welke beperkingen de bewindsman zichzelf oplegt. Hoe hoog mag de staatsschuld zijn?

Verder leven in de Tweede Kamer nog veel vragen over het investeringsfonds. Hoe gaat het eruit zien? Het mag „geen snoeppot” worden, waarschuwde VVD’er Aukje de Vries. CDA’er Evert-Jan Slootweg noemde het fonds „het meest mystieke onderdeel van de Miljoenennota”. Nijboer noemde het „armoedig” dat hij in de krant moest lezen dat het kabinet er tientallen miljarden in wil stoppen, terwijl een goede analyse in de Miljoenennota ontbreekt. Hij hoorde zelfs „gedachten aan” een beleggingsfonds. „Als dat de inzet wordt, gooi dan alstublieft uw grootse plannetjes direct in de prullenbak.”