Foto Simon Lenskens

Surinaamse kunstenaar Marcel Pinas: ‘Ik wil de marrons hun culturele trots teruggeven’

Interview Hij is een van de vijf hedendaagse kunstenaars op De Grote Suriname-tentoonstelling. In De Nieuwe Kerk bouwt Pinas een offertafel voor de 38 mensen die in 1986 gedood werden in het marrondorp Moiwana.

‘Het bloedbad van Moiwana’, zo staat de massamoord bekend die op 29 november 1986 plaatsvond in Moiwana, een marrondorp in het uiterste noordoosten van Suriname. Troepen van legerleider Desi Bouterse waren geïnformeerd dat rebellenleider Ronnie Brunswijk van het Junglecommando zich in het dorpje bevond. Toen de militairen Brunswijk niet konden vinden en de dorpelingen niet konden vertellen waar hij was, schoten ze ten minste 38 onschuldige burgers dood, onder wie veel zwangere vrouwen en kinderen. Scholen, wegen en ziekenhuizen werden vernield. Hele marrondorpen werden platgebrand.

De slachting markeert het dieptepunt van de Binnenlandse Oorlog (1986-1992) in Suriname. Na het bloedbad kwam een grote vluchtelingenstroom op gang. Zo’n vijfduizend marrons, afstammelingen van gevluchte slaven, staken de Marowijne-rivier over naar Frans-Guyana. Nog altijd is Moiwana een spookdorp, overwoekerd door het oerwoud. Wel staat er sinds 2007 een monument voor de slachtoffers, gemaakt door kunstenaar Marcel Pinas, die in de regio is geboren en zelf van marron-afkomst is. Op een braakliggend veld plaatste hij 38 zuilen, met daarop de namen van de slachtoffers in Afaka-schrift, de codetaal die de marrons begin twintigste eeuw diep in de binnenlanden ontwikkelden.

Afaka-schrift uit de catalogus ‘Marcel Pinas, Artist, more than an artist’, 2011.

Pinas (1971) was zestien en volgde in Paramaribo tekenlessen aan het Nola Hatterman Instituut toen zijn geboortedorp, Pelgrim Kondré, tijdens de Binnenlandse Oorlog werd verwoest. Zijn familie moest vluchten uit het gebied. Dankzij een beurs van de Surinaamse overheid kon hij zijn studie vervolgen aan het Edna Manley College of Visual and Performing Arts in Jamaica. Daar besefte hij dat hij iets wilde gaan doen met zijn eigen cultuur, die verloren dreigde te gaan. Hij wilde „zijn mensen” hun culturele trots teruggeven.

„Ik vertaal in mijn kunstwerken wat er speelt in de gemeenschap”, vertelt Pinas, aan de telefoon vanuit zijn woonplaats Moengo. „Vanwege het trauma van de massamoord, maar ook vanwege de discriminatie die ze ervaren, gaat het slecht met veel marrons. Er is hier in de jungle geen bureau waar je heen kunt gaan voor traumaverwerking. Om die reden heb ik het Moiwana Monument destijds uit eigen beweging gemaakt. Ik wil de gebeurtenissen van 1986 blijven herinneren in mijn kunstwerken. Hoe meer we weten, des te beter de mensen hun trauma’s kunnen verwerken.”

Bord op de ‘Moiwana 86 tafa’ van Marcel Pinas op de expositie.

Foto Simon Lenskens

Offertafel

Marcel Pinas (1971) is samen met Remy Jungerman, Ken Doorson, Razia Barsatie en Iris Kensmil een van de vijf hedendaagse kunstenaars die hun werk tonen op De Grote Suriname-tentoonstelling in De Nieuwe Kerk. Voor de tentoonstelling maakt hij een nieuw werk, dat eveneens een eerbetoon is voor de 38 slachtoffers van Moiwana. In de kerk wordt voor hen een lange tafel gedekt, de ‘Moiwana 86 tafa’. „Als er in de marroncultuur mensen doodgaan, worden er offers gebracht op een tafel”, vertelt Pinas. „Deze offertafel telt 38 stoelen en 38 borden waarop afbeeldingen uit artikelen over de moorden zijn afgedrukt.” Hij heeft stad en land afgezocht naar portretten van de slachtoffers, maar die bleken niet allemaal te vinden.

Lees ook over erfgoed in Suriname: Paramaribo, altijd ‘de parel van het Caribisch gebied’, raakt in verval

Kunstwerk van Iris Kensmil op de expositie in De Nieuwe Kerk.

Foto Simon Lenskens

Pinas probeert in zijn kunstwerken de marroncultuur in ere te houden. De felle kleuren en symbolen op zijn schilderijen herinneren aan de decoraties waarmee de marrons hun huizen en boten versieren. Soms schildert hij op geruit marron-textiel, de zogenaamde pangi’s, ooit vanuit Afrika meegenomen op de slavenschepen. Of hij bedrukt zijn werken met de 56 tekens uit het Afaka-schrift. „Omdat het onvoorstelbaar knap is dat de marrons diep in de jungle, onder moeilijke omstandigheden, toch een eigen taal wisten te ontwikkelen.” Bij de toegangsweg naar Moengo, waar het marrongebied begint, stapelde hij in 2006 zwarte olievaten met afaka-tekens op elkaar tot totems, om zo het gebied te beschermen tegen kwade invloeden van buitenaf. Tevergeefs, zo is onlangs gebleken.

Lees meer over de Surinaamse kunst in opmars: Direct uit het hart

Ziekenhuis

We zouden elkaar eigenlijk in Paramaribo treffen, maar vanwege recente politieke ontwikkelingen in zijn thuisstad Moengo heeft Pinas de twee uur durende autorit niet kunnen maken. De kunstenaar heeft in 2009 in het oude ziekenhuis van Moengo, ooit eigendom van bauxietmaatschappij Suralco, de Tembe Art Studio opgericht, een werkplaats waar jongeren kunstonderwijs kunnen krijgen. Er is een muziekstudio en een oefenruimte, een bibliotheek en een residency voor buitenlandse kunstenaars. Ook begon Pinas in 2011 in het voormalige ziekenhuis een eigen museum, het Contemporary Art Museum Moengo (CAMM), met een groeiende collectie van internationaal bekende kunstenaars.

Lees meer over het niet doorgaan dit jaar van het festival: Moengo wijkt uit naar buurland

Maar het ministerie van Onderwijs wil in het ziekenhuis een middelbare school beginnen en aast op het gebouw. In juni, toen Pinas even in Nederland was, is er een inval in het kunstcentrum geweest en zijn de deuren van het museum opengebroken. Pinas is uiterst bezorgd over het voortbestaan van de Tembe Art Studio. „Honderden jongeren hebben hier een vak geleerd. Zij zien in Moengo een toekomst. Dit is een dolksteek in de rug van de marrongemeenschap.”

Als het kunstcentrum in Moengo moet sluiten, zou dat een harde klap zijn voor de kunstgemeenschap in Suriname. Het museum is een van de weinige plekken in het land waar hedendaagse kunst te zien is. Het aantal galeries in Paramaribo is op de vingers van één hand te tellen. Kunstenaar George Struikelblok, bekend van het ‘I love Su’-kunstwerk dat naast Fort Zeelandia staat en geliefd is bij selfies nemende toeristen, opende in 2015 een kunstruimte waar hij ook lesgeeft: G-Art Blok. En kunstenaar Soeki Irodikromo is in 2009 een ‘Volksacademie’ begonnen waar hij lesgeeft in ambachten als houtbewerken. De enige commerciële galerie van Suriname, Readytex, is tevens een enorme souvenirwinkel. En dan is er nog de jaarlijkse kunstbeurs in Paramaribo, georganiseerd door de Rotary Club.

De ‘Moiwana 86 tafa’ van Marcel Pinas op de expositie. Met de offertafel voor 38 personen herdenkt Pinas de doden die vielen tijdens de Binnenlandse Oorlog in het marrondorp Moiwana.

Foto Simon Lenskens

Marronkunst

Het is niet gemakkelijk om kunstenaar in Suriname te zijn, benadrukt Marcel Pinas in het telefoongesprek. „In Nederland kun je subsidies aanvragen, die luxe hebben we hier niet. Daar word je wel creatiever van, maar het kost ook meer tijd. Er is geen enkele ondersteunende rol van de overheid. Alles moeten we zelf creëren. Er is geen infrastructuur, er zijn nauwelijks galeries, musea of tijdschriften.” Het is daarom belangrijk, zegt Pinas, dat Surinamers opgeleid worden als curator. „Zodat zij ons werk in het buitenland onder de aandacht kunnen brengen.”

Luister ook naar de podcast Vandaag: Het culturele erfgoed van Suriname is in gevaar

Zelf probeert hij in de Tembe Art Studio jongeren te interesseren voor oude ambachten en hedendaagse kunst. Iedere middag zijn er lessen in tekenen, beeldhouwen, sieraden ontwerpen en muziek. Het streven is dat jongeren zelfstandig „artistieke producten” kunnen maken waarmee ze in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Vroeger werden die ambachten van vader op zoon en van moeder op dochter overgedragen. Maar zoals veel inheemse culturen dreigt ook de marronkunst te verdwijnen. Veel marrons werken tegenwoordig in de goudsector, dat levert meer op.

Kunstwerk van Remy Jungerman op de expositie in De Nieuwe Kerk.

Foto Simon Lenskens

Onder het motto Kibri A Kulturu, bescherm de cultuur, probeert Pinas de cultuur van zijn voorouders te behouden. „Ik wil kunst van eigen grond laten zien. Jullie kunnen veel van ons leren, als het gaat om duurzaamheid bijvoorbeeld. In het Westen zijn er trams, auto’s en vliegtuigen. Maar de marrons leven samen met de natuur.”

Voor de tentoonstelling in De Nieuwe Kerk heeft hij de stoelen laten bekleden met stoffen die in Moengo geweven zijn, door lokale ambachtslieden. Pinas: „Zij zijn er ontzettend trots op dat hun werk straks in Amsterdam te zien is. Die trots, daar gaat het om, na alles wat er gebeurd is in Moiwana.”

Kunstwerk van Razia Barsatie op de expositie in De Nieuwe Kerk.

Foto Simon Lenskens