Fatima Aboulouafa: Vriendjes blijven en aardig gevonden worden, is belangrijker dan het moeilijke gesprek aangaan of straffen.

Roger Cremers

Fatima Aboulouafa: ‘Ik heb een paar mannen pissed off gemaakt’

Teamchef politie Fatima Aboulouafa, teamchef van de politie in Leiden, zit al een week thuis. Ze is naar huis gestuurd omdat haar kritiek over misstanden binnen de politie te veel spanningen veroorzaakt. Een interview met een blauwe klokkenluider.

Dinsdag 1 oktober was een feestdag voor de vijftigjarige politieagente Fatima Aboulouafa. Precies 25 jaar geleden trad ze in de dienst bij de politie, de helft van haar leven. Maar echt feestelijk werd het dienstjubileum niet. Een bloemetje van haar superieuren werd er niet bezorgd. De teamchef van de politie in Leiden – baas over een eenheid van 130 agenten – kreeg dinsdagmiddag alleen een appje van Liesbeth Huyzer, lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, die haar feliciteerde met het bereiken van deze „mijlpaal”.

Het was dezelfde Huyzer die de teamchef een week geleden telefonisch liet weten dat ze naar huis moest gaan. Aboulouafa werd „op pauze” gezet nadat een tiental andere teamchefs uit de eenheid Den Haag had laten weten dat ze niet meer met de collega uit Leiden wensten samen te werken. Aboulouafa zou zich te confronterend opstellen ten opzichte van andere leidinggevenden waardoor er een „onwerkbare situatie” is ontstaan.

Lees ook: Op het politiebureau in de Schilderswijk heersen discriminatie, geweld en een ‘ongezonde cultuur’

Het optreden van Aboulouafa houdt de Nationale Politie sinds de zomer flink bezig. De van oorsprong Marokkaanse agente heeft het gewaagd de, zoals ze het zelf noemt, blue wall of silence binnen de politie te doorbreken door publiekelijk aandacht te vragen voor misstanden binnen de organisatie. Op 6 juni plaatste ze een post op haar Instagram-account waarin ze klaagde over discriminatie en machtsmisbruik binnen de politie.

Politieagenten die „structurele problemen en grensoverschrijdende zaken binnen onze organisatie” aankaarten, hebben volgens haar „mentale of lichamelijke klachten opgelopen”.

Door het buiten hangen van de vuile was kan Aboulouafa voorlopig haar werk niet uitoefenen. Maar haar strijdbaarheid is nog niet verdwenen. „Ik heb 25 jaar lang via het zoeken van de dialoog geprobeerd deze organisatie beter te maken. De tijd van wegkijken moet nu voorbij zijn. Het is tijd voor echte verandering”, vertelt ze in haar Haagse woning waar ze sterke zwarte koffie serveert.

Aboulouafa maakt een zelfbewuste indruk. De afgelopen maanden heeft ze door haar kritiek weliswaar bij veel leidinggevenden kwaad bloed gezet, maar ze heeft via sociale media ook een grote groep aanhangers verzameld. Vorige week hebben collega’s op Facebook de pagina We Support Fatima Aboulouafa aangemaakt, die inmiddels door ruim tweeduizend mensen wordt gevolgd. Ze plaatsen aanmoedigingen. „Fatima Aboulouafa is een mens, met hart en ziel en rechtvaardigheidsgevoel. Iemand als zij verdient support, in plaats van tegenwerking”, is een van de vele gelijkluidende reacties.

Het is een opvallende ontwikkeling voor een meisje dat op vierjarige leeftijd met haar ouders van de Marokkaanse kustplaats Casablanca verhuisde naar het dorpje Buchten in Zuid-Limburg. Haar vader ging werken in de DAF-fabriek in Born. Ze komt naar eigen zeggen uit een familie van sterke, feministische vrouwen en was al jong „een idealistisch kind”.

Na de middelbare school wilde ze „de wereld zien, proeven en ruiken”. Ze ging aan de slag als au pair in een joods gezin in New Jersey in de Verenigde Staten en begeleidde kinderen uit arme gezinnen tijdens zomerkampen. Twee jaar later keerde ze terug naar Nederland. Op advies van een vriend schreef ze zich in voor de politieschool. Het leek hem wel wat als de sportieve Aboulouafa in een arrestatieteam zou gaan werken.

De eerste 23 jaar van haar loopbaan bij de politie in Limburg klom ze op tot hoofdagent, brigadier en later hoofdinspecteur. Ze vond het heerlijk om „met de poten in de modder te staan”. Twee jaar geleden ontmoette ze een collega van bureau Hoefkade uit Den Haag, die zei: „Fatima, het wordt tijd dat je naar Den Haag komt. Je hebt je plafond al lang bereikt in Limburg.”

Ze noemen zich de ‘zuivere’ groep, macho’s die prat gaan op geweld

Fatima Aboulouafa

In het zuiden reageerden ze verbaasd. Waarom ga je naar zo’n warzone, werd haar gevraagd. Basisteam Hoefkade telt 130 agenten, het bureau ligt aan de rand van de Schilderswijk. Het multiculturele decor wijkt nogal af van de Limburgse omgeving die ze gewend was. „De eerste keer dat ik in uniform door de wijk liep, zeiden jongens: ‘hé lekkertje’. Ik kon twee dingen doen: pissig worden of het gesprek aangaan. Ik vroeg hen waarom ze dit tegen me zeiden? ‘Ik had je zusje of nichtje kunnen zijn.’ Dit is het enige incident dat ik in deze wijk meemaakte. Als je straight het gesprek aangaat met jongeren en je grenzen aangeeft, krijg je respect. Ik heb de Schilderswijk in mijn hart gesloten, ik zie dat de bewoners er alles aan doen om samen iets moois neer te zetten.”

Op de werkvloer van bureau Hoefkade is het onrustig. Waar aan de ene kant de meerderheid van de collega’s „met hart en ziel” contact probeert te maken met de buurt, zegt Aboulouafa, gebruikt „een groep rotte appels” buitensporig veel geweld tegen burgers. Een groep van een man of vijftien ondermijnt het gezag van de leiding.

Wie zijn deze rotte appels?

„Ze noemen zich de ‘zuivere’ groep. In een app-groep praten ze over ‘kutmarokkanen’, ze maken grove grappen en klagen dat er bij de politie alleen nog maar tere zieltjes worden aangenomen die praten in plaats van knokken. Het zijn informele leiders die al jarenlang werken op de Hoefkade. Macho’s die veel sporten en prat gaan op geweld en alleen gelijkgestemden tot hun groep toelaten. De buitenwereld zien ze niet als gewone mensen.”

Hoe werken ze in die wijk?

„Ze liegen in processen-verbaal over het geweld dat ze plegen. Ze gebruiken constant het woord kanker. Kanker- dit, kanker-dat. Een van de agenten spuit voordat hij iemand aanhoudt pepperspray op zijn kogelwerend vest, zodat hij een verdachte tegen zich aan kan drukken en dan niet hoeft te rapporteren dat hij geweld heeft gebruikt. Een collega vertelde me hoe een geboeide arrestant bij een voorgeleiding aan een hulpofficier van justitie zo hard werd geslagen dat het bloed uit zijn neus spoot.”

Aboulouafa merkt tot haar verbazing dat collega’s niet durven op te treden tegen de foute agenten. „Mijn eerste reactie was: ‘Zeg er iets van!’ Collega’s zeiden: ‘Dit is al jaren zo.’ Ze waren bang.”

Eind september 2018 neemt Aboulouafa een belangrijk besluit. Ze stapt naar de leiding en wordt klokkenluider. Op verschillende vergaderingen heeft ze dan al ter sprake gebracht dat de kleinere teams binnen het basisteam moeten worden omgegooid om de orde te herstellen, maar concrete stappen blijven uit, vertelt ze. Er worden collega’s gepest, getreiterd en buitengesloten.

Lees ook: Politiechef naar huis gestuurd vanwege beschuldigingen seksuele intimidatie

Wat zei u tegen uw leidinggevenden?

„Ik heb hun verteld dat de rotte appels de hondengeleiders Marokkanenverdelgers noemen, ik vertelde over een arrestant tegen wie buitenproportioneel geweld met de wapenstok werd gebruikt.” Ze zucht. „Ik vertelde zoveel dingen. Het waren de verhalen van collega’s die zich niet veilig genoeg voelden om hun nare ervaringen met de teamleiding te delen.”

Hoe reageerden uw superieuren?

„Ze waren stil, maar schreven niks op. Geen gespreksverslag, niets. Informatie die ik had gegeven, kwam ook bij de foute agenten terecht. Kort erop mag één van de beruchte agenten zijn eigen team samenstellen. Weer vormden dezelfde foute agenten een groepje. De leiding stond zelfs toe dat een gedeelte van dit clubje op vakantie kon gaan met een dienstauto. Het was gewoon een skivakantie. Men heeft in eerste instantie getracht de zaak onder het tapijt te schuiven, maar het werd te groot.”

Als er klachten binnenkomen van andere collega’s begint de afdeling Veiligheid Integriteit en Klachten (VIK) van de Haagse politie in januari van dit jaar een onderzoek naar basisteam Hoefkade. Twintig agenten worden gehoord, onder wie Aboulouafa. De leiding erkent in augustus dat er een „ongezonde cultuur” is binnen het team en is geschrokken van de schrijnende voorbeelden. Naar vier mannelijke agenten wordt een disciplinair onderzoek gestart. Pas als die conclusies uitlekken naar de pers, maakt de politie melding van deze affaire.

Zijn de problemen nu opgelost?

„De foute agenten mochten gedurende het onderzoek gewoon in dienst blijven. Geen schorsing, niet ontslagen, niks. Collega’s die tegen hen verklaarden, zaten later gewoon weer tegenover de rotte appels op het bureau. Ze voelden zich in de steek gelaten door hun eigen teamleiding.

„Dit is tekenend voor sommige leidinggevenden binnen de politie. Vriendjes blijven en aardig gevonden worden, is belangrijker dan het moeilijke gesprek aangaan of straffen.”

Een ander groot probleem is volgens Aboulouafa dat er bij de politie met twee maten wordt gemeten. „Het overheersende gevoel bij veel collega’s met een niet-westerse achtergrond is dat de blanke agent vaker de hand boven het hoofd wordt gehouden als die een fout maakt. De agent van niet-westerse komaf wordt na een incident sneller gestraft.

Vriendjes blijven en aardig gevonden worden, is belangrijker dan het moeilijke gesprek aangaan of straffen

Fatima Aboulouafa

„Ik had een collega van Marokkaanse afkomst die een simpele, oude Nokia telefoon stal op het bureau. Het rechercheteam deed een inval en trof de telefoon aan. Hij is direct ontslagen. In een ander basisteam nam een blanke wijkagent, een oudgediende, een hele lading plastic koffiebekers mee. Hij heeft alleen een mail moeten opstellen met wat voor lessen hij hieruit heeft geleerd.”

Aboulouafa zegt dat het belangrijk is dat de politie een afspiegeling vormt van de samenleving. „Toch is het belangrijkste niet diversiteit, maar inclusie. Als je collega’s met Marokkaanse, Surinaamse en Turkse wortels bij elkaar zet, krijg je mogelijk ook wantoestanden. Diversiteit is geen toverwoord en je moet het niet door de strot duwen. Dat leidt tot polarisatie binnen de organisatie. De betrokken blanke collega van middelbare leeftijd die al vele jaren met hart en ziel bij de politie werkt, voelt zich terecht buitengesloten. Ook voor die mensen strijd ik. Zij verdienen respect.”

De strijd, zelf spreekt ze over „een missie”, wordt lang niet door iedereen gesteund, merkt ze. Collega’s noemen haar in besloten appgroepen een „arrogant kutwijf” en „een goudzoeker”. Tijdens vergaderingen met de andere teamchefs in haar district wordt haar gevraagd of ze nog wel „in verbinding is” met de organisatie.

Foto Roger Cremers

Ze vindt het de omgekeerde wereld dat zij nu als klokkenluider naar huis is gestuurd. „Alleen omdat ik als intelligente, zelfverzekerde vrouw een paar mannen in onze patriarchale organisatie pissed off heb gemaakt. Het old boys network bestaat uit informele leiders binnen de top die de dienst uitmaken. Collega’s die klagen over machtsmisbruik en discriminatie voelen zich niet gehoord. Mensen uit de politietop die fouten maken worden weggepromoveerd of krijgen een prijs uitgereikt. Er zijn leidinggevenden die misbruik maken van hun macht, die liegen en bedriegen, valse verklaringen afleggen en hardwerkende politiemensen kapot maken. Ik hoop dat ik samen met vele goede collega’s de rotte appels de organisatie uit kan werken. Ik ben vastbesloten bij de politie te blijven werken.”

Is dat realistisch nu u zo de confrontatie aangaat en korpschef Erik Akerboom op televisie een technocraat heeft genoemd?

„Natuurlijk wel. Ik begrijp dat hij het moeilijk heeft, maar ik wil een leider zien die de boodschap uitdraagt dat iedereen voor de wet gelijk is. Dat als je mensen niet met respect behandelt, er dan geen plaats voor je is in deze politieorganisatie. De politietop moet stoppen met managen en beginnen met besturen. En de politiek moet een standpunt innemen en een parlementaire enquête beginnen.”

Waarover moet die parlementaire enquête gaan?

„Over de misstanden binnen de politie. Er zijn signalen van machtsmisbruik, van ernstige, strafbare feiten. De politie dreigt haar legitimiteit te verliezen. The fish starts to smell at the head. De top bepaalt de cultuur, als die niks doet dan brokkelt het gezag af.

„De kernwaarden van de politie – moedig, integer, verbindend, betrouwbaar – die dreigen mij nu de kop te kosten. We zijn niet een veilige organisatie waarin mensen worden uitgenodigd om kritisch te zijn en tegenspraak te geven. Binnen de politie is het tegenwoordig bijna standaard dat agenten gesprekken opnemen. Dat komt omdat politiemensen zich niet veilig voelen bij leidinggevenden. Ik ben bedreigd, geïntimideerd en denigrerend aangesproken. Terwijl ik alleen maar zeg: koester je mensen, je lichtschijners en lead by example’’.

Bent u niet bang voor dit gevecht?

„Ik probeer angst niet te laten regeren.” Maar dan geeft ze aarzelend toe dat ze af en toe nachtmerries heeft. „Ik droom dat de politie gewelddadig mijn woning binnenkomt om me te grazen te nemen. Maar ik droom ook over een organisatie die straks voor iedereen, ongeacht geslacht, kleur, ras of seksuele geaardheid, aantrekkelijk is als werkplek. Ten dienste van de burgers.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: De nationale politie wordt niet diverser. Wat is er aan de hand?

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.