Recensie

Recensie

Hoe de Flippo-koning zijn miljoenen verloor door een knikker

Biografie Met zijn Flippo zette ondernemer Hans Zandvliet de chipsmarkt op haar kop. In een boek over zijn zakelijke opkomst en ondergang leren we dat niet elk kunstje voor herhaling vatbaar is.

Had Hans Zandvliet (61) maar een kapitaaltje achter de hand gehouden. Al was het maar 1 procent van de 30 miljoen euro die hij had vergaard. Maar nee, de bedenker van de Flippo moest en zou nóg een rage ontketenen: een knikker met een driedimensionaal poppetje erin.

Dat zoiets door glasblazers voor onmogelijk werd gehouden, stimuleerde hem alleen maar in zijn ambitie. Er was hem immers ook verteld dat hij nooit een plastic schijfje – bedrukt met een tekenfilmfiguurtje – zou kunnen persen die van de voedsel- en warenautoriteiten in chipszakken mag. Tóch was hem dat na twee jaar gedoe en geregel wel gelukt.

Dat de ondernemer nu in de bijstand zit, haalde vorig jaar de media. ‘Flippo-koning aan de grond’, kopte De Telegraaf. Maar wat je moet doen om zo’n enorme slag te slaan en hoe het mogelijk is daarna alles te verliezen, leren we in Flippo en het spel om de knikkers, een biografie geschreven door Leendert Jan van Doorn.

Eigenwijze donder

„Geloel in de bierpoel!”, zegt Hans Zandvliet steeds als hem duidelijk wordt gemaakt dat zijn idee onuitvoerbaar is. Die ‘uitdrukking’ komt zeven keer in het boek voor en geeft nul treffers op Google. ‘Geloel’ moet doorgaan als tegenhanger van Elsschots veralgemeniseerde dichtregel: tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. In detail wordt beschreven hoe Zandvliet overal en altijd die ‘ja, maar’ wil logenstraffen.

‘Een knikker is een eigenwijze donder, die wil geen gerotzooi’

Dat levert hilarische anekdotes op, zoals die keer dat hij ’s werelds grootste knikkerproducent in Mexico bezocht. De directeur: „Knikkers met een figuurtje erin? Een knikker heeft een karakter, een ziel. Een knikker is een eigenwijze donder, die wil geen gerotzooi. (…) Om dat te begrijpen moet je één worden met de knikker. Je moet in feite zelf knikker worden.”

Tja, als dat geen geloel in de bierpoel is. Dit soort anekdotes maken De Flippo een genot om te lezen. Schokkend is het verraad door Zandvliets vriend en investeerder, die er met de aandelen vandoor ging tijdens zijn ziekte. In de tweede helft maakt Van Doorn – zelf ook ondernemer maar tegenwoordig vooral schrijver – er bijna een bedrijfsthriller van. Je voelt de frustratie als het maar niet lukt om een ‘goede knikker’ van de band te laten rollen.

Fabriek verwoest

De Flippo is niet zozeer een verhaal over een briljant idee (iedereen heeft weleens zo’n ingeving), als wel een aansporing om je idee uit te voeren en je in dat proces niet van de wijs te laten brengen. Dat maakt het relevant voor lezers die ook iets in de schappen willen krijgen. Zij leren wat over licenties, octrooien, onderhandelen, investeren en marktonderzoek. En over de knop die je om moet durven zetten: een idee krijgt pas vleugels als het een obsessie wordt.

Uiteindelijk, meer dan tien jaar na het idee, rolde er een goede knikker van de band, de Winner genaamd. Maar toen volgde er een reeks tegenslagen die Zandvliet niet meer te boven kwam. De bank joeg hem midden in de economische crisis uit zijn villa, zegde zijn kredietlijnen op en tot overmaat van ramp werd hij op onnavolgbare wijze ontslagen in de aandeelhoudersvergadering van zijn eigen bedrijf. Eerder al was zijn knikkerfabriek in Vietnam verwoest door een overstroming. Zijn vrouw had intussen de benen genomen. Ook al was het Hans Zandvliet gelukt de knikker te maken die hij voor ogen had, een rage werd het niet en hij zou er nooit mee uit de schulden komen.

‘Ik ben er misschien uitgeknikkerd, maar ik ben nog niet uitgeknikkerd’

Ondoorgrondelijk positief

Een boek over de zakelijke opkomst en ondergang van Hans Zandvliet mag natuurlijk helemaal over Hans Zandvliet gaan. Maar Hans Zandvliet is geen Steve Jobs. Voor een tamelijk onbekende ondernemer, ook al is hij de Flippo-koning, is 288 bladzijden aan verwikkelingen wat veel. Soms reflecteert hij, maar echt inspirerend wordt het niet. Je voelt wel met hem mee als hij in de greep komt van Philips, dat een knikkerproductielijn zou ontwikkelen. Daar slaagde het glaslab niet in, terwijl hij er toen al miljoenen Flippo-euro’s in gestopt had. Volgens de overlevering smeet Zandvliet toen een hand mislukte knikkers tegen de muur, en bulderde: „Ik geef jullie puur goud in handen en jullie weten er modder van te maken!”

Lees ook dit interview met Zandvliet uit 2013: Jagen op de nieuwe Flippo

Die uitbarsting typeert hem overigens niet. In zijn nawoord zegt hij: „Als ik u iets mee zou mogen geven, dan zou het dit zijn: vergeet nooit dat het gaat om het spel, niet om de knikkers. Ik ben er misschien uitgeknikkerd, maar ik ben nog niet uitgeknikkerd.” Raak is ook de beschrijving van zijn zakenpartner: „Als andere mensen bij de pakken neer gaan zitten en er de brui aan geven, lijkt Hans juist meer energie te krijgen.” Dat reikt naar een psychologische laag die het boek zo node mist: hoe blijf je positief als alles om je heen in elkaar dondert.

Het boek eindigt nogal abrupt. We komen niet meer te weten hoe het leven aan de onderkant is voor oud-multimiljonairs. En of je nog kunt doorknikkeren als de sociale dienst je tewerkstelt. Hans Zandvliet bleef ook in zijn val de positivo uithangen, ondoorgrondelijk stabiel in zijn niet-aflatende enthousiasme.