Opinie

Dafne nog geen Fanny

Frits Abrahams

Het is dinsdag 1 september 2015. Dafne Schippers is de hoofdgast in de tv-talkshow De Wereld Draait Door. Ze is de voorafgaande dagen bij het wereldkampioenschap atletiek in Beijing beroemd geworden met een zilveren medaille op de 100 meter en een gouden op de 200 meter. Nederland zwelt van trots en gastheer Matthijs van Nieuwkerk zwelt mee.

Ik trouwens ook, want hoe vaak komt het nou voor dat Nederland uitblinkt bij atletiek? Toch kan ik me dat interview vooral nog zo goed herinneren omdat ik me halverwege ongemakkelijk begon te voelen. Je hoorde Schippers bijna denken: „Jongens, niet overdrijven, jullie verwachten nu te veel van mij.”

Ik heb dit oude interview nog eens teruggekeken na de mislukte deelname van Schippers aan het WK in Doha. „Het is ongelofelijk”, roept Van Nieuwkerk euforisch aan het begin, „niemand kende je tevoren. Wat belooft dat?” „Ik moet stabieler worden, er zijn nog verbeteringen mogelijk”, zegt Schippers bescheiden. „Je wilt nu nog het liefst de 100 meter winnen, het koningsnummer”, zegt Van Nieuwkerk. „Eigenlijk wel”, knikt Schippers.

Van Nieuwkerk oppert dat concurrente Shelly-Ann Fraser-Pryce het vanaf nu wel erg benauwd zal krijgen en roept: „Wat ’n sensatie! Weet je wanneer de finale is van de 100 meter op de Spelen van Rio [in 2016]?” „Nee”, zegt Schippers. „Op 13 augustus Nederlandse tijd vijf voor half elf finale 100 meter”, schalt Van Nieuwkerk, „en op 17 augustus half elf finale 200 meter”. „Ik zet het in mijn agenda”, glimlacht Schippers. „Je bent nu al bijna de beste”, bezweert Van Nieuwkerk. „De concurrentie zit ook niet stil”, zegt Schippers.

Van Nieuwkerk laat zich niet uit het veld slaan: „Maar jij bent nog niet eens begonnen, ze wisten niet eens wie jij was.” „Ik ga met vertrouwen de winter in”, verzekert Schippers hem.

Van Nieuwkerk komt met zijn laatste troef: „Weet je wat er gebeurt als je tweemaal goud wint in Rio? Dan ben jij de snelste vrouw op aarde.” „Dat zou wel bijzonder zijn”, zegt Schippers. „Ik zal je laten zien wat er met Fanny Blankers-Koen gebeurde”, roept Van Nieuwkerk, „ze zaten op de daken!” En hij toont een filmfragment van de huldiging in Amsterdam van Blankers-Koen, die in 1948 vier gouden olympische medailles won.

Het interview is bijna voorbij. „Heb je het onthouden, die datum?” vraagt Van Nieuwkerk, „volgend jaar zelfde tijd en we weten het. Het is een groot wachten op 13 augustus, het wachten is begonnen”.

Het was een kwestie van aftellen. Nog een jaartje en dan hadden we op zijn minst die twee gouden plakken binnen. Van Nieuwkerk verwoordde de nationale ambitie – voor minder zouden we het niet doen.

Wankelend onder die torenhoge verwachtingen ging Schippers een jaar later naar Rio, waar de schade (‘slechts’ zilver) nog meeviel, vergeleken met de neergang die haar daarna te wachten stond, enkele uitschieters – vooral de wereldtitel op de 200 meter in 2017 – daargelaten. In Doha moest ze de pers huilend te woord staan. Het was wéér mislukt.

„Kunnen we je nog ergens mee helpen?” had Van Nieuwkerk haar destijds ook nog in DWDD gevraagd. „Soms een beetje met rust laten”, zei Schippers.

Daar zouden we vanaf nu mee kunnen beginnen. Misschien, heel misschien, komt het dan alsnog goed.