Opinie

Boeren zullen niet aan ingrepen kunnen ontkomen

protestacties

Commentaar

De boeren kwamen naar Den Haag en de rest van Nederland heeft dat geweten. 1 oktober 2019 gaat de boeken in als de dag met de drukste ochtendspits ooit gemeten. Het ongemak is over het algemeen gelaten geaccepteerd. De tocht van duizenden boeren vanuit diverse delen van het land en de daarop volgende demonstratieve manifestatie op het Haagse Malieveld zijn afgezien van het negeren van afspraken over aantallen tractoren waarmee Den Haag mocht worden binnengereden en een omgereden hek, ordelijk verlopen.

De agrarische sector kwam de politiek massaal vragen om begrip en heeft dat ruimschoots gekregen. Zelden zal met zo veel stroop zijn gesmeerd. De boer was de beste vriend en in genen dele een probleem. De regen bestond dinsdag vooral uit krokodillentranen. Want een groot deel van de uitgenodigde politici, die zoveel compassie toonden, weet dat het boerenbedrijf niet zal kunnen ontkomen aan harde en pijnlijke maatregelen.

Sterker nog, die politici hebben er in het verleden meerdere malen voor getekend. Bijvoorbeeld door middel van het regeerakkoord dat VVD, CDA, D66 en ChristenUnie in 2017 met elkaar sloten. Daarin staat, weliswaar in verzoenende bewoordingen, dat ingrepen nodig zijn. De nu voor zo veel commotie zorgende extra maatregelen om de stikstofuitstoot te beperken? Die werden reeds in het ‘huwelijkscontract’ van de vier coalitiepartijen aangekondigd.

Boeren eisen waardering, maar belangrijker nog, zij eisen dat het niet komt tot een gedwongen verdere inkrimping van de veestapel. Maar dat is een onuitvoerbare eis gezien de steeds manifester wordende milieu-en klimaatproblemen en de hiermee samenhangende internationale afspraken waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd.

Forse stappen om de veehouderij te begrenzen zijn nodig, zoals ook de Sociaal Economische Raad reeds drie jaar geleden in een breed gedragen advies vaststelde. Hierin wordt gesproken over een voorhoede van 30 procent van de bedrijven waar banken exclusief hun financiering op moeten richten en die in aanmerking komen voor overheidssubsidie. Het toenmalige tweede kabinet-Rutte, dat regeerde met steun van VVD en PvdA, zag in het SER-advies „aangrijpingspunten” voor de „gewenste versnelling” van het inkrimpen van de veehouderij.

Bij de komst van het huidige kabinet in 2017 is de bestuurlijke structuur van voor 2010 hersteld en het beheer van de landbouwsector weer opgewaardeerd tot ministersniveau.

Dit gebeurde in de persoon van Carola Schouten (ChristenUnie). In haar eerste jaren durfde zij de boerenlobby enkele malen te trotseren. Maar dinsdag op de bijeenkomst in Den Haag ontpopte zij zich als een klassieke vertegenwoordiger van het Groene Front. „Ik ben jullie minister.” En :„we zullen ons niet uit elkaar laten spelen”, zei Schouten. Zij deed de belofte dat de veestapel niet zou worden gehalveerd, zolang zij minister was. Het was een rechtstreekse terechtwijzing van coalitiegenoot D66, die dit onlangs in het kader van de stifstofdiscussie voorstelde.

Natuurlijk was het een makkelijke toezegging, want de veestapel kan niet in de anderhalf jaar die dit kabinet resteert worden gehalveerd. Maar het is bovenal een verkeerd signaal. Er is behoefte aan een eerlijk verhaal. En dat verhaal is dat de boeren toch anders en minder moeten gaan produceren. Dat kan niet zonder pijn.