Merlijn Doomernik

Arm geboren in Sri Lanka, nu hoogleraar in Nederland

Interview Prabath Nanayakkara (55) groeide op in Sri Lankaanse armoede en oorlog. Hij vluchtte naar Nederland, waar hij zijn medische studie kon afmaken. Nu is hij hoogleraar.

In de aankomsthal van Schiphol heeft Prabath Nanayakkara, 26 jaar oud, een gitaar vast. In zijn andere hand een geleende koffer. Er zitten zes kledingstukken in. Verder heeft hij wat kleingeld.

„Wat ga je in Nederland doen?”, had zijn vader hem twaalf uur eerder gevraagd in Colombo, grootste stad van Sri Lanka. Nanayakkara wist geen antwoord. Hij ziet zijn vader nog staan in de vertrekhal en hoort hem zeggen: „Als je het goed doet, zal je goed voor mij zorgen.” Een half jaar later overlijdt zijn vader. Nanayakkara durft zonder Nederlandse verblijfsvergunning niet heen en weer voor de begrafenis.

Dat was in 1989. Volgende week, dertig jaar later, houdt Nanayakkara zijn oratie als hoogleraar acute interne geneeskunde bij het Amsterdamse UMC, locatie VU medisch centrum. Hij is sectiehoofd algemene en acute interne geneeskunde.

De wetenschappelijke top ligt niet voor de hand, voor een kind uit een arm gezin in Sri Lanka. De katholiek gedoopte Nanayakkara groeit op in Wattala, een groene buitenwijk van Colombo. Altijd op straat, herinnert hij zich. Cricket spelen, of voetballen met buurtgenoten. Hij luistert naar Indiase muziek op de radio. Een televisie heeft hij nog nooit gezien.

Zijn moeder werkt zes dagen in de week in een postkantoor. Zijn vader is verslaafd aan alcohol en draagt weinig bij aan het gezin. De armoede is sommige jaren erger dan andere. „Ik had drie zussen. Als het eten kwam, vochten we er soms om.”

Tegelijkertijd ervaart Nanayakkara rijkdom. In het zomerseizoen kan hij eindeloos veel fruit plukken. Hij wast zich bij een waterput, bij een „ongelooflijk mooi en groen” meertje. „Achteraf is het primitief. Maar het was heerlijk.”

Nanayakkara is 8 als er een gewapende opstand van communisten in het zuiden van Sri Lanka is. Met vrienden speelt hij oorlogje door met bezems op laagvliegende helikopters te ‘schieten’. Tot een lokaal radiostation waarschuwt dat de helikopters, die op rebellen jagen, zich kunnen vergissen en op kinderen schieten.

Hij steekt dagelijks met de bus de Kelani-rivier over naar de middelbare school. Soms drijven de lichamen van dodelijke slachtoffers van de onlusten buiten de hoofdstad voorbij. „Wij aten veel vis uit die rivier, maar op een gegeven moment durfden we dat niet meer.”

Studeren in oorlog

Leren gaat hem makkelijk af. Hij wordt door zijn hoge cijfers toegelaten tot de studie geneeskunde in Colombo. Een jaar later begint een burgeroorlog tussen de vooral hindoeïstische Tamil Tijgers en de voornamelijk boeddhistische Singalezen. Soms komt de oorlog dichtbij. Zoals wanneer hij in 1986 moet leren autopsie, lijkschouwing, te doen. Op zijn eerste stagedag ontploft een bom bij een frisdrankfabriek. Nanayakkara onderzoekt een omgekomen man. „Een dertiger, in korte broek en T-shirt. Met een glimlach op zijn gezicht. Geen bloed. Hij leek bevroren.”

Die glimlach raakt hem. „Ik zag voor me hoe hij met andere medewerkers zat te keten in die fabriek. Waarschijnlijk lachte hij net keihard. En opeens…”, Nanayakkara knipt met zijn vingers, „wég.”

Telkens als de burgeroorlog oplaait, sluit de universiteit. Nanayakkara woont met studiegenoten in een garage. Op zijn bed, een matras waar hij de lattenbodem doorheen voelt, schrijft hij ‘Nowhere to go’ over de toestand in het land.

Tired of their lives and their ways
I see those people moan their lives away

Met studievrienden richt hij een band op, The Medix, die landelijk succes heeft. Ze scoren een nummer 1-hit en Nanayakkara kan bijverdienen met zijn muziek. Zijn studie gaat minder voorspoedig. Na zeven jaar studeren weet hij nog geen vier jaar aan vakken af te ronden. De universiteit blijft maar sluiten door de oorlog. In 1989 opnieuw, na een bomaanslag. Nanayakkara schrijft naar universiteiten in het Westen; hij wil zijn studie afmaken.

Toeristen kunnen door een avondklok niet meer naar buiten. Nanayakkara speelt in hotellobby’s gitaar voor gestrande reizigers. Hij zingt uit het repertoire van Simon & Garfunkel. ‘The Sound of Silence’, dat staat voor hem voor de repeterende ellende om hem heen.

Hello darkness my old friend
I’ve come to talk with you again

Toeristenvisum

Nanayakkara raakt aan de praat met een Nederlandse vrouw. Ze is met familie in Sri Lanka om een kind te adopteren. „Ze zeiden: misschien kunnen wij je helpen om te studeren.” Op een toeristenvisum reist hij naar Nederland, hij trekt in bij haar en haar man in het Brabantse Wagenberg. Twee dagen later wordt de moeder van Nanayakkara op het postkantoor gebeld. De smeekbrief van Nanayakkara gericht aan een Britse universiteit, is toevallig doorgestuurd naar het VUmc. Haar zoon mag er uiteindelijk zijn studie afmaken.

De rijkdom van Nederland dringt geleidelijk tot hem door. „Voor de supermarkt in het dorp stonden drie Volvo’s. Wat doen hier rijke mensen boodschappen, zei ik, terwijl ik naar zo’n Volvo wees. Mensen lachten: de auto bleek van de lokale boer te zijn.”

Een paar maanden later rijdt het stel met hem over knooppunt Ridderkerk bij Rotterdam. Snelwegen kruisen boven en beneden hem. „Ik dacht: ik ben op een hele rare plek. Het is hier een soort paradijs.”

Nanayakkara stort zich volledig op het ziekenhuis en bouwt er niet alleen zijn carrière op, maar ook zijn vriendenkring. Na het behalen van zijn doctoraal klimt hij op tot internist. Daarna specialiseert hij zich verder binnen de acute geneeskunde en vasculaire (bloedvaten) geneeskunde.

Op de een of andere manier heeft iedereen in Nederland het heel druk.

Prabath Nanayakkara

Zijn werk vult hij op zijn eigen manier in. „In de communicatieles werd gezegd dat artsen nooit op het bed van een patiënt mogen zitten. Maar dat betwijfel ik. De meeste dankbaarheid krijg ik van patiënten vanwege steun op moreel, in plaats van medisch vlak.” Hij geeft patiënten soms zelfs zijn mobiele nummer. „En ik heb nooit meegemaakt dat een patiënt me te vaak belde.”

Zijn carrière gaat voorspoedig, maar littekens van vroeger zijn er ook. Hij kreeg een lange relatie met een Nederlandse en twee kinderen. Maar die liep uiteindelijk stuk. „Ik bleef maar keihard werken. Ik wilde niet dat mijn kinderen meemaken wat ik meegemaakt heb.” Een collega vraagt waarom Nanayakkara ondanks zijn vaste contract stug door blijft sparen. „Ik zei: je kan alles wat je hebt binnen een paar seconden verliezen.”

Alles opnieuw

Toch: als Nanayakkara mocht kiezen tussen geboren worden in Nederland of in Sri Lanka, dan zou hij alles opnieuw doen, zegt hij. De warmte van het Sri Lankaanse volk – hij bezoekt nog regelmatig zijn familie – past bij hem.

Hij mist die grote betrokkenheid tussen mensen soms in Nederland. Oudere patiënten hebben vaak weinig mensen om op terug te vallen, ziet hij. Participatiesamenleving, Nanayakkara rolt met z’n ogen bij dat woord. „Als er al mantelzorgers zijn, raken zij zelf ontregeld als ze te veel zorg op zich nemen. Op de een of andere manier heeft iedereen in Nederland het heel druk.”

Hij herinnert zich een bejaarde vrouw die de spoedeisende hulp werd binnengebracht. Ze had drie dagen onder een omgevallen kast gelegen. Een buurvrouw had haar gevonden, in haar ontlasting.

In Sri Lanka is er meer steun van familieleden en buren. Nanayakkara herinnert zich zijn schuldgevoel toen hij een paar jaar geleden door zijn werk zijn moeder niet kon bezoeken met Kerst. „Eerste Kerstdag belde ik haar schuldbewust op. Wat is dat voor lawaai?, vroeg ik. Oh, zei ze, het hele dorp wist dat ik alleen was. M’n huis zit vol met mensen.”

Nanayakkara probeert in zijn onderzoeken de patiënt niet te zien als zijn ziektebeeld, maar zoekt onderliggende oorzaken voor de problemen. „Veel vaker dan ons lief is, zien we patiënten die we hebben behandeld op de spoedeisende hulp daarna weer terug.”

Lees ook: Het grote taboe bij moslims op het verzorgingstehuis

Nanayakkara onderzocht dan ook hoe kan worden voorkomen dat mensen opnieuw worden opgenomen. Betere communicatie blijkt mee te spelen: tussen zorgaanbieders zoals huisartsen met het ziekenhuis, of duidelijkere uitleg aan de patiënt over medicijnen. Ook onderzocht hij welke factoren voorspellen of een patiënt na ontslag zal terugkeren. Een van de sterkst bepalende factoren blijkt of de patiënt zichzelf klaar vindt om te gaan. Als de patiënt ‘nee’ zegt, blijkt de kans aanzienlijk hoger dat hij binnen dertig dagen terugkeert. „We hebben die vraag inmiddels in onze ontslagchecklist opgenomen.”

Nanayakkara schrijft nog muziek, onder de artiestennaam Serendib, zijn teksten zijn nu positiever gestemd dan 30 jaar geleden. Vorig jaar schreef hij ‘Wake up and Shine’, er luisterden een kleine vierhonderdduizend mensen naar op Spotify. Hij zet zijn gedachten graag om in muziek. „Ik heb het gevoel dat ik een boodschap heb. Als je kijkt naar hoeveel ik heb meegemaakt in de laatste vijftig jaar. Dat is niet weinig.”