50 jaar Aktie Tomaat: heeft het theater nog rookbommen en tomaten nodig?

Engagement In oktober 1969 eiste Aktie Tomaat meer ruimte voor experiment en maatschappelijke betrokkenheid op het Nederlandse toneel. Hoe gaat de huidige generatie regisseurs om met die roep om engagement? Is er nog behoefte aan verzet?

Verstoring van de voorstelling ‘Toller’ tijdens Aktie Tomaat, Stadsschouwburg Amsterdam, 1969.
Verstoring van de voorstelling ‘Toller’ tijdens Aktie Tomaat, Stadsschouwburg Amsterdam, 1969. Foto ANP KIPPA

Vijftig jaar geleden, op donderdag 9 oktober 1969, wierpen twee toneelschoolstudenten in de Amsterdamse Stadsschouwburg tomaten richting het podium, tijdens de première van Shakespeares De storm van de Nederlandse Comedie. Dat luidde het begin in van Aktie Tomaat – een grootschalig verzet tegen het elitaire ‘burgermanstoneel’, zoals een van de tomatengooiers het naderhand formuleerde. De actie vond navolging en in de maanden erop werden er met regelmaat tomaten, rookbommen of rotte eieren vanuit de zaal richting podium gegooid.

Er was grote onvrede over het toneelklimaat, dat zich vooral in de schouwburgen afspeelde en bovendien wars was van maatschappelijk engagement. Het bestel was sinds de Tweede Wereldoorlog te afhankelijk geworden van de overheid die de subsidies verdeelde. Het moest makkelijker worden nieuwe, kleinere gezelschappen op te richten en er was een toenemende behoefte aan experiment en vernieuwing.

Het theaterlandschap is sindsdien drastisch veranderd. Toneelspelers verzamelden zich in collectieven, het Werkteater was daar een van de belangrijkste voorlopers van. Theater voor de vlakke vloer kwam op: waarbij het publiek niet, zoals in de schouwburg, letterlijk naar de toneelspelers opkeek, maar waar je kritisch op de voorstelling neerkeek.

Vijftig jaar na dato blijkt het verzet zijn vruchten te hebben afgeworpen. Theater in de kleine zaal floreert, ons bestel bestaat uit een veelzijdige waaier aan grote gezelschappen en kleine groepen. Geëngageerde voorstellingen voor de kleine zaal vinden de laatste jaren bovendien steeds meer hun weg naar het grote publiek.

Aktie Tomaat is van grote invloed geweest op zijn huidige werkpraktijk, vertelt regisseur Erik Whien (1978). Whien is een regisseur met een grote liefde voor repertoiretoneel. Volgende week gaat zijn voorstelling Eindspel, naar een tekst van Samuel Beckett uit 1957, in première bij Theater Rotterdam. „Het vak van de regisseur heeft zich sinds Aktie Tomaat enorm geëmancipeerd. Regisseren had destijds een hele andere definitie: je was verantwoordelijk voor de keuze van het stuk en vervolgens ensceneerde je het geheel volgens de wetten van de auteur. Nu wordt daar juist een concept aan toegevoegd, bijvoorbeeld door het van achter naar voren te spelen, of door het compleet te herschrijven en naar deze tijd te halen.”

Lees meer over Aktie Tomaat in 1969: Zinvol protest met schadelijk bijeffect

Er is volgen Whien volop ruimte voor vernieuwing in het huidige theaterbestel, al vindt die voornamelijk plaats in de kleine zalen waar een avontuurlijk theaterpubliek op afkomt. „Experiment vraagt een zekere bereidheid, ook van het publiek. Theater moet mogen falen. Ik hoop altijd dat mensen niet naar het theater gaan om iets te zien wat helemaal gladgestreken is, maar dat ze bereid zijn iets niet te begrijpen. Dat brengt je namelijk op plekken in je hoofd waar je niet zo vaak komt.”

In de clinch

Dat er ook in de grote zalen ruimte is voor experiment, bewijst regisseur Eric de Vroedt (1972), artistiek leider van Het Nationale Theater, een van de grootste Nederlandse theatergezelschappen. Voordat hij daar in 2016 aantrad, heeft hij zijn sporen verdiend in de vlakke vloer – onder andere met zijn tiendelige theaterreeks Mightysociety (2004-2012). Daarin maakte hij voorstellingen over actuele, maatschappelijke kwesties. „Aktie Tomaat heeft het vlakkevloertoneel opgeleverd. Zeker Mightysociety, wat een groot deel van mijn levenswerk is, is helemaal in dat circuit gegrondvest. Dat voldoet aan alle eisen van Aktie Tomaat: nooit werken volgens standaard concepten, experimenteren met publieksopstellingen, altijd het engagement opzoeken, nieuwe stukken schrijven, in de clinch gaan met acteurs.”

Als artistiek leider van Het Nationale Theater ziet hij het als zijn missie om de opdracht en het engagement van Aktie Tomaat mee te nemen naar de grote zalen. „Engagement gaat voor mij echt over politieke kwesties of maatschappelijke pijnpunten.” Zo maakte hij Race (2016), een voorstelling over geïnstitutionaliseerd racisme en seksisme. De bejubelde theatermarathon The Nation (2017) ging over de verhitte multiculturele samenleving en was gesitueerd in de Haagse Schilderswijk. Zijn meest recente voorstelling The Children (2019) gaat over klimaatproblematiek. „Voor mij is engagement allereerst een opdracht aan mezelf. Ik voel me vaak overstroomd met informatie, als ik de krant lees slaat alle wereldproblematiek me vaak helemaal murw. Door The Nation te maken, creëer ik ruimte om me op de Schilderswijk te storten – iets wat ik in het dagelijks leven nooit zou doen. Maar door er een voorstelling over te maken, word ik onderdeel van het thema. Engagement is: jezelf besmetten met die wereld en die vervolgens belichamen. De worsteling die dat bij mij oplevert, belandt uiteindelijk via de personages in het stuk.

Ik wil tomaten gooien naar publiek dat enkel uit interesse in zichzelf naar het theater komt

Sarah Moeremans, regisseur

„Vervolgens wil ik het publiek betrekken bij die worsteling. Dat betekent dat ik niet één moralistische waarheid voor ogen heb, maar een opening wil vinden om de toeschouwers te laten nadenken over bijvoorbeeld zoiets ongrijpbaars als klimaatverandering en je eigen verantwoordelijkheid daarin.”

Saai

Regisseur Sarah Moeremans (1979) vindt dat je als theatermaker stelling moet durven nemen. Op dit moment werkt ze bij Toneelgroep Oostpool aan een drieluik waarin ze op zoek gaat naar de actuele betekenis van eeuwenoude sprookjes. Het eerste deel Robin Hood (2018) ging over vrijheid en verzet, Bambi (2019) over slachtofferschap in tijden van #MeToo. „Theater mag van mij veel explicieter, brutaler en risicovoller zijn. Voor mij zit engagement niet in kleine, persoonlijke verhalen, maar juist in grote, abstractere reflecties op de tijdgeest.”

Maar is het bestel vijftig jaar na Aktie Tomaat niet doorgeslagen in haar behoefte aan engagement? Het jonge regisseursduo Jan Hulst (1987) en Kasper Tarenskeen (1988) is daar stellig in. Tarenskeen: „Ik vind ‘engagement’ een saai woord en ik gebruik het niet. Ik wil gewoon een oprecht verhaal vertellen.”

Hulst en Tarenskeen staan bekend om hun vernieuwing en maatschappelijke engagement. Samen hertaalden ze Shakespeare en Homerus tot eigentijds theater, en schreven nieuwe teksten over de oorlog in Syrië en de losgezongen millennial. Op dit moment is hun voorstelling La Pretenza te zien in de theaters. Het duo hoort bij de spannendste jonge makers in het vlakkevloercircuit.

Lees meer over verdwijnende toneelklassiekers: Nul keer Shakespeare in het theater

Engagement is een effect, benadrukken ze, en nooit de inzet van een stuk. Die moet persoonlijk en oprecht zijn. Hulst: „Neem onze vorige voorstelling Assad. We wilden het heel graag over de oorlog in Syrië hebben, en dan vooral over de hypocriete houding van het Westen. Maar we waren doodsbang om zelf opportunistisch over te komen. Dat mensen zouden denken: ‘Nu gaan die verwende Amsterdamse jongens een beetje het leed van anderen gebruiken voor hun hippe showtje.’ Uiteindelijk is dát het centrale dilemma van het stuk geworden.”

Grillen

Heeft de huidige generatie nog behoefte aan verzet tegen het bestel? Whien denkt niet dat een tomaat gooien in deze tijd nog de beste oplossing is („het lijkt me een verschrikkelijke manier”), maar als hij ergens tegen in opstand zou moeten komen, dan tegen de huidige managerscultuur in de toneelsector, waarbij de artistieke inhoud steeds minder leidend is. „Beleidsmakers, politici en directeuren zouden veel beter in contact moeten staan met de inhoud, en met de grillen van de kunstenaar. Kunstenaars zijn geen efficiënte dieren, die denken niet zo snel aan zaken als publieksstromen.”

Moeremans zou wel raad weten met een paar symbolische tomaten. „Ik zou om te beginnen een tomaat naar een deel van het publiek willen gooien. En dan bedoel ik specifiek het publiek dat uitsluitend naar het theater komt uit interesse in zichzelf. Dat niet wil weten wat er gaat gebeuren, maar alleen of het hem ‘gaat bekoren’.”

Ook sommige collega’s verdienen volgens Moeremans een tomaat. „Het gaat mij in de sector te veel over verbinding en onderlinge liefde. Ik pleit zeker niet voor grootschalige concurrentie, maar we mogen elkaar wel wat minder tolereren. Ik vind het heel oké als collega’s tegen mij zeggen: ‘Wat jij maakt vind ik echt totaal onnozel.’ Hoe scherper we tegenover elkaar staan, hoe meer diversiteit we in het theaterlandschap krijgen.” En één tomaat bewaart ze voor zichzelf. „Voor als ik in de spiegel kijk en denk: nu heb ik me er te gemakkelijk vanaf gemaakt.”

De Vroedt slaat de tomaten beleefd af. „Tomaten gooien is ideologisch gedreven. En de essentie van mijn theater is juist het ondermijnen van ideologieën.” Bovendien, voegt hij er lachend aan toe, is hij als artistiek leider van een groot gezelschap nu onderdeel van het establishment. „Ik moet die tomaten nu juist vrezen.”