Zorg op de kop in Noord-Nederland

Reorganisatie Treant Zorggroep schrapt 500 banen en sluit twee spoedafdelingen. Volgens de zorggroep verbetert dit de zorg: meer personeel op de overige locaties. Maar ambulances rijden om.

De spoedzorg van het Bethesda ziekenhuis in Hoogeveen, onderdeel van de Treant Zorggroep, gaat sluiten.
De spoedzorg van het Bethesda ziekenhuis in Hoogeveen, onderdeel van de Treant Zorggroep, gaat sluiten. Foto Kees van de Veen

„Schandalig”, noemt Jan Stel (66) de reorganisatie bij de Treant Zorggroep in Groningen en Drenthe. Dinsdagmiddag bezocht hij zijn broer in het Refaja ziekenhuis in Stadskanaal, waar hij zijn hele leven al komt. Naast banen, verliest het ziekenhuis ook de spoedeisende hulp. „Je zou het maar aan je hart krijgen”, zegt hij. „Dan moet je een halfuur langer reizen naar het ziekenhuis in Emmen, Scheemda of Groningen. Dat kan toch niet.”

Treant Zorggroep in Noord-Nederland schrapt komende veertien maanden vijfhonderd banen. Deze verdwijnen bij drie ziekenhuizen: het Refaja ziekenhuis in Stadskanaal (Groningen), het Bethesda ziekenhuis in Hoogeveen en het Scheper ziekenhuis in Emmen (beide Drenthe). Het gaat om driehonderd arbeidsplaatsen voor zorgmedewerkers en tweehonderd ondersteunende functies zoals ict’ers, laboranten, administratief medewerkers en leidinggevenden. Ziekenhuizen schreeuwen om zorgpersoneel dus vooral deze groep zal het niet lastig krijgen met het vinden van nieuw werk.

Grote gevolgen

De hele dinsdagmiddag waren er personeelsbijeenkomsten om de 2.700 werknemers van Treant op de hoogte te brengen over de reorganisatie en vertrekregelingen.

Het personeel had in januari al gehoord dat bij de Treantziekenhuizen in Stadskanaal en Hoogeveen alle spoedzorg verdwijnt. Omdat doorgaans de helft van de ziekenhuisopnames via de spoedeisende hulp plaatsvindt, heeft dat grote gevolgen voor het aantal patiënten dat Treant jaarlijks ziet.

Wel komen er ‘basisspoedposten’ voor niet-levensbedreigende problemen zoals gebroken botten. Patiënten kunnen ook nog terecht voor poliklinische zorg en opnames van maximaal drie nachten.

„Het is een storm in een glas water: twee jaar geleden was er ook een reorganisatie en die verliep soepel.”

De ingrijpende maatregelen van Treant zijn afgestemd met andere ziekenhuizen in de regio, ambulancediensten en zorgverzekeraars. In Stadskanaal gaat de verandering per januari in, in Hoogeveen per april. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat er geen chaos ontstaat en niemand wordt overvallen. Een deel van de patiënten van Treant wordt overgenomen door het Ommelander Ziekenhuis in Scheemda en het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen.

Lees ook: Bevallen doe je maar ergens anders

De ingreep van Treant past in een landelijke trend: ziekenhuizen fuseren tot groepen om vervolgens hun dure acute zorg te concentreren in één locatie. Zo zal de locatie van Treant in Emmen uitbreiden. Ziekenhuisgroepen vinden dat de zorg er alleen maar beter van wordt: op de overgebleven locatie is immers meer personeel beschikbaar. Maar ambulances zijn wel langer onderweg naar de overgebleven spoedeisende hulpen in de regio’s.

De stap van Treant is niet ongebruikelijk gezien de situatie. De posten voor spoedeisende hulp in Hoogeveen en Stadskanaal horen bij de kleinste van Nederland. Gemiddeld kwamen er ‘s nachts een tot twee patiënten per locatie. Terwijl er de hele nacht een spoedeisende hulparts aanwezig moest zijn, twee verpleegkundigen en twee intensivecareverpleegkundigen. Specialisten zoals cardiologen, longartsen en oogartsen moesten ‘s nachts oproepbaar zijn.

De ziekenhuizen kampten ook met een personeelsgebrek wat betreft spoedzorg. Dit jaar verwacht het ruim 2 miljoen euro kwijt te zijn aan het inhuren van tijdelijk personeel. „Wij moesten meerdere artsen uit Amsterdam halen wegens het personeelsgebrek”, zegt Trea Sandjer, spoedeisendehulparts.

Kwakkelen

Ziekenhuisbezoeker Harma de Zwever (65) dacht dinsdagochtend al iets van onrust te merken. Haar man moest opgenomen worden in het ziekenhuis van Stadskanaal, vanwege kanker. Maar op één dag werd hij naar drie verschillende afdelingen verhuisd, vertelt ze. „Ze hadden op de afdeling waar hij lag een tekort aan personeel en op de volgende waar hij kwam, waren er wéér te weinig mensen.”

Er speelt nog iets anders: de betreffende ziekenhuizen kwakkelen financieel al jaren. Vier jaar op rij – tot en met 2017 – draaiden de ziekenhuizen verlies. De zorggroep beheert naast de ziekenhuizen ook zeventien woonzorgcentra. Die tak van ouderenzorg maakte jaar op jaar het verlies van de ziekenhuizen goed. Vorig jaar wisten beide onderdelen wel winst te maken.

De fysieke lege ruimte in de ziekenhuizen wordt ingezet voor extra revalidatie- en herstelbedden voor ouderen. „Zodat een patiënt die wat verder weg moet voor een riskante operatie, wel dicht bij huis kan herstellen”, zegt Sandjer.

Niet iedereen in Stadskanaal is dinsdagmiddag negatief. Een medewerker van het ziekenhuis, die niet met haar naam in de krant wil vanwege haar baan [naam bij de redactie bekend], vindt het allemaal wel meevallen. „Het is een storm in een glas water”, zegt ze. „Twee jaar geleden was er ook een reorganisatie en die verliep soepel.”

Zijzelf, al jaren in het ziekenhuis werkzaam in ondersteunende functies, heeft weinig te vrezen: over twee maanden is ze met pensioen. Toch is het ziekenhuis dan nog niet van haar af. „Na Nieuwjaar sta ik gewoon weer in het ziekenhuis, als vrijwilliger.”