‘Zeb.’ van Gideon Samson wint de Gouden Griffel

Kinderboekenprijs Het „hyperoriginele en oergeestige” ‘Zeb.’ wint de Gouden Griffel. Het Gouden Penseel is voor ‘Mijn wonderlijke oom’ van Yvonne Jagtenberg.

Portret van kinderboekenschrijver Gideon Samson.
Portret van kinderboekenschrijver Gideon Samson. Foto: Andreas Terlaak

Schrijver Gideon Samson heeft met zijn kinderboek Zeb. de Gouden Griffel 2019 gewonnen. Hij ontvangt de belangrijkste Nederlandse kinderboekenprijs voor zijn bundel van elf absurdistische verhalen, stuk voor stuk „hyperorigineel en oergeestig”, volgens de jury. Dat is dinsdagavond bekendgemaakt op het Kinderboekenbal in Amsterdam.

Het Gouden Penseel, voor het best geïllustreerde kinderboek, werd uitgereikt aan illustrator Yvonne Jagtenberg voor het prentenboek Mijn wonderlijke oom. Beide prijswinnaars ontvangen 1.500 euro. Voor beide winnaars is het de eerste keer dat ze de prijs winnen – Jagtenberg (1967) maakte in 2016 eerder kans met haar boek Hondje, de enige echte. Samson (1985), die het afgelopen decennium een van de belangrijkste nieuwe stemmen in de kinderliteratuur werd, was twee keer eerder genomineerd voor de Gouden Griffel, voor zijn kinderromans Ziek (2010) en Zwarte zwaan (2013).

Favoriet

Samson, van tevoren de favoriet, versloeg een indrukwekkende reeks andere kandidaten, van Edward van de Vendel (Vosje) en Bart Moeyaert (Tegenwoordig heet iedereen Sorry) tot eerdere Gouden Griffel-winnaars Bibi Dumon Tak en Jan Paul Schutten. De jury koos „zonder enige twijfel en met veel genoegen” voor Samson.

Lees ook de recensie van Zeb.: Twee plus twee kan ook vijf zijn

Een Gouden Griffel voor Zeb. betekent een bekroning voor humor – intelligente humor, die toch niet over de hoofden van kinderen heengaat. De verhalen in Zeb., voor kinderen vanaf een jaar of negen, gaan over kinderen uit een schoolklas waar een zebra aanschuift in de schoolbanken, luisterend naar de naam Ariane. Zo roept Samson telkens realistische omstandigheden op, waarin één absurdistisch gegeven is ingebed. Zoals: Lev houdt zijn spreekbeurt over de 46-jarige alleenstaande Bruno. Ozzie bezoekt een winkel waar ze grapjes verkopen. Ravi droomt één nacht precies hetzelfde als klasgenoot Jayden. Katinka gaat op vliegvakantie op goedkope ‘zelfvliegtickets’. „Deze grappen zitten meesterlijk in elkaar, verrassen telkens en worden niet uitgekauwd, dit is literatuur en dit blijft leuk”, aldus de lovende recensie van Zeb. in NRC, waarbij de „geniale kinderverhalenbundel” vijf ballen toebedeeld werd.

Illustratie uit ‘Mijn wonderlijke oom’

Tekening Yvonne Jagtenberg

De bekroning van Jagtenberg met het Gouden Penseel is verrassender; daar waren de ogen vooral gericht op de illustraties van Marije Tolman in het prentenboek Vosje. Niettemin koos de jury voor Jagtenberg, die een grote staat van dienst heeft als maker van de serie Balotje, maar de hoogste prijs kreeg voor een losstaand boek, volgens de jury een „ode aan de kracht van de verbeelding”. Mijn wonderlijke oom brengt vooral een ode aan cineast Jacques Tati en zijn alter ego Monsieur Hulot. In het verhaal, dat veelvuldig verwijst naar Tati’s filmklassieker Mon Oncle, maakt de oom een circusact van het alledaagse leven, in gevecht met een tuinslang en koorddansend op een stoeprand.

Ook dichter Ted van Lieshout viel in de prijzen: hij ontving de Boekensleutel, een prijs die zeer sporadisch toegekend wordt aan een boek dat uitblinkt, zowel qua tekst als beeld. Van Lieshout ontving de prijs, de achtste Boekensleutel die sinds 1979 is uitgereikt, voor zijn kinderdichtbundel Ze gaan er met je neus vandoor, dat in het juryoordeel „een kunstwerk van taal” heette.