De vele gezichten van de Joker: dief, gangster, anarchist, mens

Filmpersonage Joker Stripfiguur de Joker groeide uit tot een filmschurk van shakespeareaans formaat. Joaquin Phoenix zet het personage neer als labiele, maar menselijke huurclown. De eveneens magistrale Heath Ledger koerde als de Joker dat hij niet zonder held Batman kan.

Joaquin Phoenix als de Joker.
Joaquin Phoenix als de Joker.

De Joker blijft een eenmalig optreden voor acteur Joaquin Phoenix: hij keert niet terug in de nieuwe Batmanfilm met Robert Pattinson als ‘caped crusader’. En dat is prima, zei regisseur Todd Phillips onlangs in Variety: „Vreemd genoeg lijken stripverhalen onze Shakespeare te zijn, en je kan vele, vele versies van Hamlet doen. Zo zullen er in de toekomst ook talloze Jokers zijn.”

Todd Phillips won dit jaar de Gouden Leeuw in Venetië met zijn ‘origin story’ Joker, waarin de labiele huurclown en mislukte komiek Arthur Fleck evolueert tot de ‘clown prince of crime’. Phoenix geldt als Oscarfavoriet; superhelden en -schurken worden kennelijk salonfähig – als ze dat niet al waren. De Joker is eerder immers grandioos vertolkt door Jack Nicholson, knap door Jared Leto en magistraal door Heath Ledger, die in 2009 postuum een Oscar kreeg voor The Dark Knight.

Een prestigerol dus. Hoe groeit een stripfiguur uit tot een filmschurk van shakespeareaans formaat? In de lente van 1940 debuteerde de Joker bij DC Comics in het eerste Batman-album, visueel al helemaal af: groen haar, spierwit gezicht, maniakale grijns, paarse pandjesjas, groen overhemd. De drie geestelijke vaders van de Joker kibbelen over wie wat verzon, maar over de inspiratiebron zijn ze het eens: acteur Conrad Veidt in The Man Who Laughs uit 1928. De tragische held Gwynplaine van dat gotische melodrama is verminkt door een permanente grimas, of ‘risus sardonicus’: een gezichtskramp veroorzaakt door tetanus, strychnine of de gifplant dodemansvingers.

Conrad Veidt met Mary Philbin in ‘The Man Who Laughs’ (1928). Foto Hulton Archive/Getty Images

Batmans nemesis

Bij DC Comics begon de Joker in 1940 als een sinistere juwelendief die puur voor de lol ook de eigenaars vermoordt: door zijn Jokergif sterven ze met een grijns op het gelaat. De Joker daagt Batman uit door zijn misdaden op de radio aan te kondigen en ze pas daarna via verknipte opzetjes te plegen. Hoewel DC Comics overwoog hem in de wieg te smoren – zulk duivels kwaad dient bestraft – liet men de Joker uiteindelijk ontsnappen en kon hij tot Batmans nemesis uitgroeien. Want is Batman monochroom, verborgen, somber, boos, eenzaam en introvert, de Joker is kakelbont, theatraal, exuberant, vrolijk, sociaal en extravert. Yin en yang, orde en chaos. „You complete me”, koert de Joker tegen Batman in The Dark Knight.

Het wapenarsenaal van de Joker breidde zich in de strips gestaag uit met dodelijke ‘joy buzzers’ en bloempjes die bijtend zuur spuiten, maar na 1954 moest hij het seriemoorden tijdelijk opgeven, toen de morele paniek rond Fredrick Werthmans boek Seduction of the Innocent de stripindustrie dwong tot zelfcensuur – Werthman stelde dat strips de jeugd opvoedden tot misdaad, verslaving en deviante seks. Bij DC Comics evolueerde Batman tot een belerende huisvader en de Joker tot ‘trickster’ gespecialiseerd in sociale ontregeling en flamboyante overvallen.

Schaterende feestneus

In een campy tv-serie en Batman: The Movie (1966) werd die relatief onschuldige Joker gespeeld door Cesar Romero: een schaterende feestneus gewapend met niespoeder of rookbommen die bescheiden doelen nastreeft: diefstal, ontmaskering van Batman, scholieren met snel geld uit frisdrankautomaten verleiden hun studie op te geven.

Cesar Romero als de Joker in ‘Batman: The Movie’ (1966).

Zo’n schertsfiguur boeide niet lang in grimmige tijden: na een dip herrees de Joker bij DC Comics in de jaren zeventig uit zijn as als maniak die in tbs-kliniek Arkham Asylum thuishoort. Die geschifte Joker was te zien in Tim Burtons Batman (1989). De gangster Jack Napier vermoordde ooit Bruce Waynes ouders, als wreker Batman laat Wayne later Napier in het vat chemicaliën vallen dat hem tot de Joker maakt. Het duo heeft elkaar geschapen.

Jack Nicholson speelt de Joker in Batman op zijn theatraalst: een dansende clown die schilderijen bekladt – Francis Bacon spaart hij – de televisie kaapt, cosmetica vergiftigt en daarna alsnog de brave burgers van Gotham City met gratis dollars naar het centrum lokt om ze daar te vergassen. Hij noemt zich „een agent van de chaos”, maar blijft in wezen een doorgedraaide gangster.

Smakkende viespeuk

Nicholson bekende ooit furieus te zijn toen Heath Ledger hem als Joker opvolgde in Christopher Nolans filosofische blockbuster The Dark Knight (2008). Begrijpelijk, want Ledger overtroeft hem. Hij ís chaos: een grimmige, smakkende viespeuk met vet haar, het gezicht een smeerboel van kool, schmink en lippenstift. De Joker verschijnt uit het niets, een demon die het breekpunt van onze moraal test. En ook hier is hij Batmans creatie: hij heeft de misdaad zo in het defensief gedrongen dat de Joker in het vacuüm springt. Want ging het eens tussen gezag en misdaad, Batman stelt zich boven de orde en roept daardoor een antithese in het leven die alle orde wil verwoesten, zelfs de criminele hiërarchie.

De burgers van Gotham City verwijten Batman dus terecht het terreurbewind van de Joker, een nihilistische anarchist zonder motief, plan, belang of verlangen. „Ik ben een hond die auto’s achterna rent”, zegt hij. Terreur dient als demonstratie van zijn filosofie dat ethiek, wet en beschaving leugens zijn die onder druk verkruimelen. Het meesterwerk van de Joker is een kolossaal ‘prisoner’s dilemma’: twee veerboten, de één vol burgers, de ander vol bajesklanten, kunnen elkaar opblazen óf worden allebei opgeblazen. Tot verbijstering van de Joker kiezen beide boten voor nobele zelfopoffering. Toch eindigt het morele steekspel van The Dark Knight onbeslist: Batman herstelt de orde door zichzelf – tijdelijk – totalitaire volmachten toe te eigenen en Gotham City een enorme leugen te vertellen.

Pooier in glimpak

Na dit wagneriaanse spektakel moest de Joker wel een stap terug doen. In het mislukte Suicide Squad (2016) verbeeldt Jared Leto hem verdienstelijk als kruising tussen David Bowie en Eminem, een pooier in glimpak met een grill op zijn tanden, blingbling en tatoeages. Deze hyperseksuele sadist geniet van ongemak, maar laat zich tegenstribbelend strikken in een amour fou met tbs-psychiater dr. Harleen Quinzel: „Ik ben niet iemand die wordt bemind.”

In de film Joker humaniseert hij verder op basis van de invloedrijke strip The Killing Joke (1988). Daar wil de Joker bewijzen dat één slechte dag elk mens tot monster maakt, in zijn geval de dag dat hij zijn gezin verloor én verminkt raakte door chemicaliën. Batman, wiens ouders voor zijn ogen stierven, vormt uiteraard de weerlegging.

Lees hier de recensie van ‘Joker’

In Joker is de horrorclown weer even mens: onze sympathie is lang met de onbegrepen Arthur Fleck. Dat leidt in de VS tot protesten: deze invoelbare Joker zou ‘lone wolfs’ en ‘incels’ kunnen aanzetten tot massamoord. Hij moet kennelijk het absolute kwaad blijven.

De Joker zal erom grinniken. In The Dark Knight verspreidt hij tegenstrijdige verhalen over zijn ‘Glasgow grin’, littekens van mondhoeken tot oren: zijn geschifte vader sneed zijn gezicht open; hij deed dat zelf. De Joker is te ongrijpbaar om tot trauma, waanzin of kwaad te herleiden. Zulke progressieve of conservatieve aannames schragen een morele orde waar hij buiten staat.