Opinie

Xi vult China’s spirituele vacuüm

Confucius bedoelde het niet zo, maar China gebruikt zijn leer al eeuwen om autoritair gezag te legitimeren, schrijft Ian Buruma.

De Chinese leider Xi Jinping in een limousine tijdens het 70-jarig jubileum van de Volksrepubliek China, 1 oktober 2019.
De Chinese leider Xi Jinping in een limousine tijdens het 70-jarig jubileum van de Volksrepubliek China, 1 oktober 2019. Foto AP

Op 1 oktober 1949 verklaarde Mao Zedong dat een nieuw China was herrezen. Dit tot grote vreugde van miljoenen Chinezen. Ook mensen die geen aanhangers waren van de Communistische Partij juichten bij de stichting van de Chinese Volksrepubliek. Na een eeuw van vernederingen door buitenlandse mogendheden, een wrede Japanse bezetting, en een bloedige burgeroorlog, was China eindelijk weer verenigd. Chinezen hadden hun zelfrespect herwonnen. Mao kreeg daarvoor alom krediet.

Vele patriottische Chinezen zouden spoedig berouw krijgen van hun eerdere enthousiasme. Niet alleen keerde Mao zich tegen alle „volksvijandige elementen”, en in feite tegen iedereen die zich niet slaafs aan zijn voeten wierp, maar hij vergoot nog meer Chinees bloed dan de Japanners. Alleen al tijdens de Culturele Revolutie, Mao’s laatste grote campagne die in 1966 begon, vielen meer dan een miljoen slachtoffers.

En toch wordt Mao nog steeds geprezen als de vader van het nieuwe China, de held die de natie in ere heeft hersteld. Dit geldt nog steeds als argument om de communistische alleenheerschappij te rechtvaardigen. Het is begrijpelijk dat de meeste Chinezen na hun bloedige geschiedenis huiverig zijn voor meer wanorde en geweld. Officiële propaganda blijft erop hameren dat China zonder de partij opnieuw in chaos zal vervallen en blootgesteld wordt aan buitenlandse vijanden.

Er zijn echter meer redenen waarom de Chinese Communistische Partij nog steeds aan de macht is, terwijl de meeste communistische regimes in de rest van de wereld allang zijn verdwenen in de vuilnisemmer van de geschiedenis. De partij heeft zich behendig aangepast aan een bepaald soort kapitalisme; een enigszins vrije markt zonder vrije politieke instellingen. Chinese leiders hebben een les getrokken uit de hervormingen van Gorbatsjov, die hebben bijgedragen aan de instorting van de Sovjet-Unie. Die vergissing zouden de Chinezen niet maken.

Informele verstandhouding

Eisen voor meer vrijheid in China werden in 1989 met tanks hardhandig de kop in gedrukt. Daarop kwam het regime tot een informele verstandhouding met de geschoolde stedelijke klasse, waaruit de meeste proteststemmen waren voortgekomen. Het autoritaire éénpartijsysteem zou voortaan zorgen voor sociale orde en economische welvaart. De elites mochten zich verrijken, maar moesten de politiek dan wel overlaten aan de partij. Brood en spelen, maar geen protest.

China is in dit opzicht niet zo heel anders dan Singapore, waar een dergelijke regeling, zij het in veel mildere vorm, is getroffen. Deng Xiaoping, de grote economische hervormer die tevens verantwoordelijk was voor de bloedige repressie in 1989, was een bewonderaar van Singapore. Die combinatie van kapitalisme en autoritaire politiek wilde hij op heel China toepassen, maar dan wel met hardere hand.

Chinezen spreken vaak van een ‘spiritueel vacuüm’

Toch zijn er diepere historische redenen voor het succes van de Chinese Communistische Partij. Keizerlijke macht stoelde in China al duizenden jaren op een quasi-religieuze doctrine. Chinese keizers waren behalve wereldlijke heersers ook een soort hogepriesters die moesten zorgen voor de harmonie tussen hemel en aarde. Het confucianisme, oorspronkelijk een morele en politieke filosofie, werd steeds meer toegepast als een ideologie om gehoorzaamheid af te dwingen aan een patriarchaat, van vaders in de familie tot de keizers op de drakentroon.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Zo hadden Confucius (551-479 v. Chr.), en zijn volgeling Mencius, het misschien niet helemaal bedoeld. Het ging hun meer om de cultivering van moreel gedrag en de handhaving van ethische principes om sociale harmonie te bevorderen. Het blijkt ook uit de massale demonstraties in Hongkong en een vitale democratie op Taiwan – allebei plekken waar Chinese culturele tradities meer worden gekoesterd dan in de Volksrepubliek – dat Chinezen geen natuurlijke hang hebben naar dictatuur. Niettemin wordt het confucianisme al duizenden jaren gebruikt om autoritair gezag te legitimeren.

Spiritueel dogma

Dit gesloten systeem, gebaseerd op een soort spiritueel dogma, was lastig te hervormen. Het was niet genoeg om de keizer van zijn troon te stoten, zoals gebeurde in 1911. Rebellen wilden ook de intellectuele en spirituele traditie afschaffen, die al millennia de kern vormde van de Chinese cultuur.

Daar ging het in mei 1919 om, toen studenten en intellectuelen door Peking marcheerden. Van deze ‘4 mei-beweging’ moest het confucianisme plaats maken voor een nieuw geloof in wetenschap en vooruitgang. Voor sommige mensen werd ook dit tot een dogma verheven dat overal een antwoord op had. Dit is ook waarom het marxisme zo aantrekkelijk was; het vulde een politiek en spiritueel vacuüm met een moderne ideologie die zowel wetenschappelijke als morele oplossingen bood.

Chinese leiders hebben een les getrokken uit de hervormingen van Gorbatsjov

Maar een eeuwenoude traditie verdwijnt natuurlijk nooit spoorloos. Onder het moderne vernis was nog veel het oude gebleven. Liu Shaoqi, een van de voornaamste communistische leiders die later slachtoffer werd van de Culturele Revolutie, schreef in 1939 het pamflet Handleiding voor een goede Communist. Zijn nadruk op „zelfontplooing” was exact waar Confucius en Mencius het ook altijd over hadden.

Zelfs na de stichting van de Volksrepubliek in 1949 bleven kerk en staat nauw met elkaar verweven. Mao heerste als een soort goddelijke keizer, wiens wijsheden van buiten moesten worden geleerd en aanbeden. Tijdens zijn leven gold ook maar het geringste gebrek aan respect voor het Rode Boekje als blasfemie. Iemand die zich daaraan schuldig maakte verdween meteen in een concentratiekamp, als hij of zij al geen nekschot had gekregen.

De overtuigingskracht van het maoïsme slonk na Mao’s dood in 1976 al snel, en vooral na de hervormingen van Deng. Zelfs partijleden bewezen alleen nog maar lippendienst aan de officiële ideologie. Maoïsme en marxistisch-leninisme maakten steeds meer plaats voor een defensief chauvinisme en wat opgewarmde resten van het confucianisme. Chinezen spreken daarom vaak van een „spiritueel vacuüm”.

Het vullen van de leegte

Bekering tot het christendom, nu zeer populair, is een manier om die leegte te vullen, evenals – toen dat nog kon zonder te worden gearresteerd – aansluiting bij spirituele bewegingen zoals de Falun Gong. Dit tot ontsteltenis van de regering. Elk geloof dat afwijkt van de officiële ideologie geldt per definitie als subversief. En niet voor niets. Bijna alle volksopstanden in de Chinese geschiedenis zijn begonnen als religieuze bewegingen.

Xi is evenwel geen Mao. Hij heeft niet genoeg charisma om keizerlijk te regeren

Xi Jinping is zich zeer bewust van dit probleem. Vandaar dat hij zo zijn best doet om zijn greep op de officiële partij-ideologie te versterken, en dissidente meningen in de massamedia, op universiteiten en op het internet de kop in te drukken. Er zijn zelfs pogingen om het maoïsme weer tot leven te wekken. De verheerlijking van Xi als vaderlijke leider en de verspreiding van zijn diepzinnige gedachten zijn een manier om de quasi-keizerlijke heerschappij te herstellen, na enige tientallen jaren van saaie technocraten aan het hoofd van de partij.

Xi is evenwel geen Mao. Hij heeft niet genoeg charisma om keizerlijk te regeren. Maar een brutere versie van het Singapore-systeem zou nog best lang stand kunnen houden. De partij zal haar macht blijven rechtvaardigen door zich te beroepen op orde, welvaart, nationale glorie, en het ‘communisme met Chinese Eigenschappen’.

Wat die eigenschappen precies zijn blijft onduidelijk, maar dat doet er niet zo veel toe. Er waren ook vele scholen in het confucianisme. Waar het om gaat, is om gehoorzaamheid onder de burgers af te dwingen, of zij echt gelovig zijn of niet. En zolang de partij aan de macht blijft, hebben Chinezen ook niet zoveel alternatief.