Recensie

Recensie Theater

Verstilde theaterversie van Pfeijffers liefdesroman ‘Peachez’

Theater In ‘Peachez’ van Toneelgroep Maastricht komt alle focus te liggen op de bloemrijke taal van Ilja Leonard Pfeijffer. Met name door het sterke spel van Porgy Franssen blijft de voorstelling boeien.

In ‘Peachez’ draait het om het aanhoudende spel van afstand en nabijheid tussen Porgy Franssen en Maartje van de Wetering.
In ‘Peachez’ draait het om het aanhoudende spel van afstand en nabijheid tussen Porgy Franssen en Maartje van de Wetering. Foto Ben van Duin

Bij aanvang van Peachez vindt een welgestelde, hoogopgeleide man zichzelf terug in een Argentijnse gevangenis. „Ik heb de liefde van mijn leven ontmoet,” verklaart hij doodleuk. „Dat was het.”

Die ontmoetingen bleken uitsluitend online te hebben plaatsgevonden. In een langlopende mailconversatie raakte de keurige universiteitsprofessor bevangen van de lichtzinnigheid van een mysterieuze Amerikaanse vrouw, die in alles zijn tegenpool is: tegenover zijn volzinnen voldoet zij simpelweg met een emoji, tegenover zijn ingetogen aard is zij losbandig en grofgebekt.

Regisseur Michel Sluysmans volgt, zowel in opbouw als taal, trouw de roman Peachez, een romance van Ilja Leonard Pfeijffer. Na het uitbundige en uitwaaierende Noem het maar liefde eerder dit jaar, kiest Sluysmans nu voor een uiterst sober verhaal en een verstilde enscenering. Decor is er nauwelijks, het toneel is schaars verlicht, de speelstijl frontaal op het publiek. Daardoor komt alle focus op de taal te liggen.

Porgy Franssen weet met zijn trefzekere, nauwgezette dictie uitstekend raad met het bloemrijke idioom van zijn personage. Hij begeeft zich uitsluitend op een aantal verrijdbare decorstukken, waardoor niet alleen zijn woorden, maar ook elke stap die hij zet, weloverwogen is. Maartje van de Wetering is ondertussen ongrijpbaar als zijn raadselachtige tegenspeler, die voortdurend opduikt en verdwijnt. De onheilspellende sfeer wordt benadrukt door de livemuziek van Axl Peleman.

Maar het aanhoudende spel van afstand en nabijheid tussen Franssen en Van de Wetering, boort per saldo geen spannende inhoudelijke lagen aan ten opzichte van de tekst. Sluysmans is bovendien wel erg rigide in zijn vormvastheid. Gaandeweg groeit het verlangen naar iets wat de statische esthetiek ontregelt.

Met name door Franssens sterke spel blijft de voorstelling toch boeien. Peachez eindigt bovendien in een interessante denkoefening, die ook op theater (en kunst) van toepassing is: iets kan weliswaar verzonnen zijn, maar nog steeds reële emoties sorteren, die een mens radicaal kunnen veranderen. En heeft het daarmee niet tóch bestaan?