Tutoyeren

leert expats Nederlands. Afl. 6

‘Moet ik haar vandaag ontslaan of beter een week wachten? Ik zou graag je advies hebben.” De Duitse directeur van een groot chemisch bedrijf was op zijn eerste werkdag door een secretaresse recht in zijn gezicht getutoyeerd. Dat was een duidelijk teken van minachting voor de nieuw aangekomene en daar moest hij als leidinggevende een duidelijke reactie op hebben. Maar was nu de eerste dag het beste moment om paal en perk te stellen, of beter even wachten?

„Ehm, tja...” zei zijn Nederlandse docente. Ik besefte voor het eerst dat dat ook al een cultureel bepaalde reactie was. Ik eiste tijd om na te denken en vond het blijkbaar geen afgang om openlijk te aarzelen. Dat gaf wat mij betreft juist aan dat ik zijn vraag serieus overdacht.

Het was voor het eerst dat ik door een cursist werd gevraagd naar mijn mening over personeelszaken en ik was even van mijn à propos. Tot ik me herinnerde dat op de website stond dat dit taal- en cultuurtrainingen waren. Hij nam dat gewoon heel letterlijk.

We wandelden juist over ’t Plein. Dat was mijn invulling van het cultuurdeel van de taaltraining, een rondje Binnenhof tijdens de eerste les. Het was ongeveer ter hoogte van het standbeeld van Willem van Oranje, dat de boomlange man naast me wilde weten hoe hij zijn autoriteit in Nederland het beste kon laten gelden. Om tijd te winnen, vroeg ik of hij de inscriptie voor kon lezen.

„Vader des Vaderlands”, las hij gehoorzaam. Chagrijnig bedacht ik dat de moeite die ik had gedaan om hem ervan te overtuigen dat het Nederlands geen Duits dialect was, hierbij weer te niet was gedaan.

„Dus hij was jullie eerste koning?”

„Nou, stadhouder eigenlijk.” Ik zag een didactisch moment opdoemen: „Nadat we de Spaanse koning hadden overwonnen, hielden we een stadhouder.”

De directeur naast me begon te vermoeden welke kant dit op ging. Hij was geen onaardige man, hij was het alleen anders gewend. En hij was slim genoeg om te checken of hij hier goed zat met zijn cultureel bepaalde reactie.

We stonden in de zon en zagen de duiven onceremonieel op Willems hoofd zitten te poepen.

„En Nederlanders houden nog steeds niet zo van autoriteit, daarom tutoyeren ze elkaar op de werkvloer.”

„Dus, beter niet vandaag ontslaan?”

„Beter nooit, lijkt me. Laten we beginnen met het werkwoord ‘zijn’ te vervoegen in het Nederlands”, stelde ik voor. Braaf zei hij me na: ‘Ik ben, jij bent’.

Om privacyredenen zijn herkenbare details aangepast