Operazangeres Jessye Norman (74) was een veelzijdig icoon

Jessye Norman 1945-2019 Als majesteitelijke diva stond Jessye Norman in haar bloeitijd voor ongekende vocale souplesse en kracht in een zeer breed repertoire.

Jessye Norman tijdens een optreden in 2010 in Zwitserland.
Jessye Norman tijdens een optreden in 2010 in Zwitserland. Foto Dominic Favre / AP

Haar opname van Richard Strauss’ Vier letzte Lieder is er één om te blijven luisteren. Om het soevereine gemak waarmee de dramatische sopraan van Jessye Norman romig van noot naar noot stroomt, maar vooral om het stratosferische hoge register waarmee ze, soepel en zonder zicht op vocale beperkingen, zingt over de zomer, en hoe die in ‘September’ (het tweede lied) „verbaasd en mat glimlacht in de stervende droomtuin”. Maandag, op 30 september, overleed Jessye Norman aan de gevolgen van ruggenmergletsel. Ze werd 74 jaar.

Jessye Norman (Augusta, Georgia 1945) groeide op als dochter van een onderwijzeres, omringd door zingende tantes. Ook zelf zong ze al vanaf haar vroege jeugd, op school en – gospel – in het kerkkoor. Maar als ze elke zaterdag haar kamer moest opruimen, luisterde ze op de radio het liefst naar de opera-registraties vanuit de Metropolitan Opera in New York.

Uit die wortels groeide haar latere, brede muzikale blik. „Ik zing Schubert en Wagner maar ik ben Afro-Amerikaans en als ik de kans krijg daar aandacht aan te besteden, dan doe ik dat”, vertelde ze in 2012 in NRC. Steevast roemde ze dan ook de Afro-Amerikaanse zangeressen aan wier voorbeeld ze zich als jong zangeres optrok: Marian Anderson, Dorothy Maynor en Leontyne Price.

Na haar studie verhuisde Norman naar Europa. In 1969 kreeg ze een contract bij de Deutsche Oper Berlin, en maakte daar een historisch debuut als Elisabeth in Wagners Tannhäuser.

Aansluitend zong ze grote rollen aan alle grote internationale operahuizen, waaronder de Metropolitan Opera in haar latere thuisstad New York. Daaronder waren natuurlijk de dramatische sopraanrollen van Wagner, maar ook als Cassandre in Berlioz’ Les Troyens, Strauss’ Ariadne (auf Naxos) en als Verdi’s Aida was ze – om er maar drie te noemen – ongeëvenaard door de kernachtige kracht van haar lage register in combinatie met haar unieke, moeiteloos soepele hoogte. Normans repertoire was daarbij zeer breed. Naast haar beroemde glansrollen zong ze werken van Messiaen, Satie, Schönberg, Janácek (geweldige titelrol in de opera Vec Makropoulos) en Bartók.

Edison Gala

De carrière van Norman piekte in de bloeitijd van de platenindustrie en haar roem bereikte daardoor ongekende, koninklijke hoogten. Ze won onder meer vijf Grammy’s, maar toen ze in 2006 ook op het Edison Gala persoonlijk haar oeuvreprijs in ontvangst zou komen nemen, kwam ze op het allerlaatste moment toch niet – ook al stonden de televisieploegen klaar en was aan haar eisen – een privéstraalvliegtuig met twee piloten en een suite in het Amstel Hotel – voldaan.

In het Amsterdamse Concertgebouw gaf Norman tussen 1975 en 2005 een twintigtal concerten. Daarbij werd ze door Concertgebouw-directeur Martijn Sanders onthaald als de diva die ze was (onder andere vervoerd per limousine met verlaagde, comfortabele instap), door haar trouwe publiek gekoesterd en bejubeld. De concerten zelf waren door Norman zelf met strakke hand geregisseerde rituelen. In het programmaboekje stond ze alleen nog bij naam genoemd; het etiket ‘sopraan’ zou haar veelzijdigheid immers nodeloos inperken. Liederen begonnen pas nadat Norman langdurige, gewijde stiltes had afgedwongen. Wie hoestte, werd bestraft met een blik.

Naarmate ze ouder werd, boette haar hoogte aan souplesse in en presenteerde Jessye Norman zich meer en meer als jazzy Jessye. Zelf zag ze dat niet als een door vocale rijping afgedwongen carrièreswitch, maar als een uitbreiding van haar veelzijdigheid. „Ik wil alles wat ik zing met hart en ziel doen”, zei ze in 2012 in NRC. „Maar het repertoire dat aan die voorwaarde voldoet, is breed. George Gershwin was een geniaal liedcomponist, met net zoveel bestaansrecht als Schubert.”

Norman was als zangeres een icoon. Ze zong bij de inauguratie van de Amerikaanse presidenten Ronald Reagan en Bill Clinton en, in 1989 in Parijs, de Marseillaise bij de tweehonderdjarige herdenking van de Franse Revolutie. En ook zelf was ze maatschappelijk actief. In New York wierp ze zich op als woordvoerder van de daklozenvereniging, in haar geboortestad stichtte ze de (schoolgeldvrije) Jessye Norman School of Arts, voor talentvolle maar arme kinderen.

„Muziek is mijn vak, maar zonder het delen van mijn kennis vanuit compassie zou ik mijn leven als incompleet beschouwen”, zei ze daarover in NRC. „Voor mij zijn die twee nauw verbonden. Kunst is een uitlaatklep voor gevoelens. We hebben het allemaal nodig gehoord en begrepen te worden en kunst kan daarbij helpen.”