Opinie

Echte wereld

Ellen Deckwitz

Afgelopen vrijdagavond maakte ik een wandelingetje door mijn wijk en stuitte daarbij op iets superschattigs: in een woonkamer stond een meisje van een jaar of twaalf te dansen voor een spiegel. Ik moest terugdenken aan mijn eigen jonge jaren, waarin ik omgerekend hele etmalen swingend voor de spiegel doorbracht, draaiend en hupsend. Ik deed vanaf mijn achtste al flink aan ballet, maar met een pirouette had je lang niet zo veel slagingskansen bij het andere geslacht als met wat heupgewieg op R.Kelly (die toen nog tienervriendelijk was) en dus oefende ik avond na avond in mijn eentje op mijn moves. Tot het eruit zag zoals het eruit moest zien. Ik was op die leeftijd nog lang niet zo ver dat ik immuun was voor andermans mening.

Feitelijk was het oefenen in baltsen want dansen is toch, om het met George Bernard Shaw te zeggen, een verticale expressie van een horizontale behoefte. Als tiener ontstond er een honger in mij die ik in die jaren niet zo makkelijk kon thuisbrengen maar waar wel een vage agressie richting andere meisjes bij kwam kijken. Wie kon dansen had betere kansen om met een leuk iemand in het fietsenhok te belanden.

Eenmaal thuis zette ik muziek op en ging ik voor de spiegel staan. Ik had mezelf in geen jaren zien dansen. Op een zeker moment besloot je gewoon dat het ermee door kon. Nu bekeek ik mezelf terwijl ik meebewoog op Justin Bieber en Post Malone. Ik was strammer, de bewegingen ongetwijfeld gedateerd, mijn lichaam niet meer zo dun als een penseel, maar het drukte de pret niet. Ik begon bekken te trekken, mee te playbacken, besefte halverwege dat de gordijnen nog open waren en ging gewoon door. Het was niet meer oefenen voor de dansvloer, het was niet meer oefenen voor de balts, het was niet meer een proeve van lenigheid, het was domweg bewegen om het bewegen. De endorfines raasden door mijn aderen, dempten iedere mogelijke gêne. Na een klein uur lag ik op de vloer uit te zweten. Waarom, dacht ik, deed ik dit niet vaker? Het was zo veel relaxter dan in een club, want thuis kon je zelf kiezen wat voor muziek er draaide, werd je niet omringd door vervelende mensen en was de drank ook nog eens goedkoper.

Terwijl ik naar het plafond staarde, dacht ik: vroeger danste ik voor de spiegel ter voorbereiding op de buitenwereld, wat in die tijd voor mij hetzelfde was als de échte wereld. Maar vanavond, stuiterend voor het glas, had ik helemaal niet meer gedacht aan die buitenwereld. Tevreden wiste ik het zweet van mijn voorhoofd. Eindelijk was de wereld ook echt wanneer ik in mijn eentje op de grond lag.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.