Haagse wethouders verdacht van corruptie, college vraagt om terugtreding

Richard de Mos is een van wethouders die ervan wordt verdacht van het tegen betaling regelen van vergunningen. In het huis van een ondernemer die bij de zaak betrokken is, is een vuurwapen gevonden.

Het stadhuis van Den Haag.
Het stadhuis van Den Haag. Foto Friso Spoelstra/HH

Twee wethouders uit Den Haag worden verdacht van ambtelijke corruptie en schending van ambtsgeheim. Dat meldt het Openbaar Ministerie. De Rijksrecherche doorzocht dinsdag de werkkamers en woningen van de wethouders. Justitie doorzocht ook werkplekken van enkele ambtenaren en woningen van drie Haagse ondernemers. De ondernemers worden verdacht van omkoping. Behalve één ondernemer is geen van de verdachten aangehouden.

De verdachte wethouders zijn Richard de Mos (Economie, Sport en Buitenruimte) en Rachid Guernaoui (Financiën, Integratie en Stadsdelen). Beiden zijn lid van de politieke partij Hart voor Den Haag/Groep De Mos. De Mos, tevens eerste locoburgemeester, en Guernaoui zouden tegen betaling vergunningen hebben geregeld voor de ondernemers.

In een reactie later op dinsdag zegt de partij zich niet te herkennen in de verdachtmakingen. „Het heeft er alle schijn van dat er karaktermoord gepleegd wordt op onze wethouders.” De Mos en Guernaoui zeggen door de verdachtmakingen uit het veld geslagen te zijn.

Een van de verdachte ondernemers staat op de kandidatenlijst van Hart voor Den Haag/Groep De Mos en zou de partij financieel hebben gesteund in ruil voor gunsten, waaronder het verkrijgen van vertrouwelijke informatie uit het stadsbestuur. Ook een raadslid van de partij wordt verdacht van betrokkenheid bij ambtelijke corruptie.

Justitie en Rijksrecherche hebben dinsdag schriftelijke documenten en computerbestanden in beslag genomen. In het huis van één van de ondernemers is een vuurwapen met munitie gevonden. De man is gearresteerd en na verhoor weer vrijgekomen.

Lees ook deze reportage uit 2018 over de campagne van Groep de Mos

Tijdelijke terugtreding

De burgemeester van Den Haag, Pauline Krikke, heeft De Mos en Guernaoui verzocht om „hangende het onderzoek” terug te treden, staat in een persbericht dat het college dinsdagmiddag verspreidde. De verdenkingen van het OM zijn volgens het college „dermate ernstig” dat het „goed besturen van de stad wordt belemmerd” als De Mos en Guernaoui taken blijven uitvoeren namens het stadsbestuur. Het college schrijft verder dat de portefeuilles van De Mos en Guernaoui „met onmiddellijke ingang” worden verdeeld over de overige leden van het college.

De fractievoorzitters van alle partijen, behalve die van Hart voor Den Haag/Groep de Mos, kwamen dinsdag bijeen voor een spoedoverleg. Burgemeester Krikke zei eerder op de dag in een verklaring dat ze de situatie met het college van burgemeester en wethouders heeft besproken en dat ze „ontzettend geschrokken” is.

Geen subsidie

Hart voor Den Haag/Groep De Mos is geen landelijke partij en krijgt daarom geen subsidie. De campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar werd gefinancierd door donaties. De Mos noemde dit bij NRC „creatief campagnevoeren” en zei dat zijn partij daar „heel transparant” over is.

Politieke tegenstanders hebben meermaals gewezen op de banden tussen De Mos en ondernemers. In 2017 beschuldigden SP, PvdA en de Haagse Stadspartij De Mos van „cliëntelisme” vanwege zijn banden met ondernemers.

De Mos is met 8 van de 45 zetels de grootste partij in de Haagse gemeenteraad.