Opinie

De filmmaker als boekengek

Peter de Bruijn De nieuwste film van Pedro Almodóvar gaat over een gepassioneerde veel-lezer. En dat zie je maar weinig in films.

Peter de Bruijn

De prachtige nieuwe film Dolor Y Gloria van de Spaanse regisseur Pedro Almodóvar is om vele redenen opmerkelijk. Een van die redenen is dat de film gaat over een echte lezer. Niet iemand die wel eens een boek leest, maar iemand die altijd bezig is met een boek en die zich een leven zonder boeken helemaal niet kan voorstellen. Zo’n gepassioneerde veel-lezer zie je zelden terug in films.

Antonio Banderas speelt de oudere, kwakkelende filmregisseur Salvador Mallo; Almodóvars alter ego. Hij leeft in een groot en fraai appartement waarin hij is omringd door wanden vol met boeken. Lezen doet hij vooral ’s nachts in bed. De kijker vangt een glimp op van De orde van de dag van de Franse auteur Eric Vuillard. Ook komen boeken van de Spaanse schrijvers Agustín Gómez-Arcos en Roberto Bolano voorbij. Dat zijn drie favoriete auteurs van Almodóvar. De regisseur blijft in Dolor Y Gloria, zijn meest autobiografische film, dicht bij zijn eigen leven. Boeken zijn daarmee onlosmakelijk verbonden.

Wie zo luid en duidelijk kond doet van zijn liefde voor literatuur kan gemakkelijk voor een opschepper worden versleten. Maar Almodóvar is gelukkig de levensfase voorbij waarin hij zich erg druk lijkt te maken over mensen die hem er misschien van zullen beschuldigen een snob te zijn.

Het Amerikaanse Film Comment had dus goede reden om – in het september-nummer van het blad – Almodóvar om een artikel te vragen over zijn passie voor boeken en literatuur. Dat leverde een niet heel samenhangend betoog op over hoe hij leest (meestal liggend), de boeken die hij graag nog zou willen verfilmen (Handleiding voor poetsvrouwen van Lucia Berlin) en over zijn onhebbelijke gewoonte om zijn boeken vol te kalken met aantekeningen die alleen Almodóvar zelf en zijn secretaresse nog kunnen ontcijferen.

Maar dat is niet het enige. Al dat eindeloze lezen heeft ook gevolgen voor Almodóvars werk als filmmaker. „Al mijn films zijn ontstaan in de vrije ruimte van de boeken die ik heb gelezen”, schrijft hij. Terwijl hij leest borrelen er voortdurend nieuwe ideeën op voor zijn films. Vandaar al die aantekeningen in zijn boeken. Niet alleen de persoonlijke ervaringen en herinneringen voeden zijn werk of zijn voorbeelden en inspiratiebronnen in film. Ook wat hij leest is een permanente bron van inzichten en ideeën.

De leesgewoonten van filmmakers krijgen zelden veel aandacht. Dat heeft misschien te maken met de simplistische tegenstelling tussen woord en beeld, die nog steeds bestaat. Kunstvormen en hele disciplines zouden gereduceerd kunnen worden tot één bikkelharde essentie: de taal in het geval van de literatuur; het beeld bij de filmkunst. Taal zou er zijn voor rationele communicatie en beelden voor emoties. De werkelijkheid is veel gecompliceerder. Literatuur valt juist te beschouwen als het vermogen om taal beeldend te gebruiken. En elk beeld – zelfs het meest abstracte – vertelt een verhaal. Het grensgebied is misschien vaag en ongrijpbaar, maar er valt veel te ontdekken.

Peter de Bruijn is filmrecensent.