Opinie

Zorgeloos wonen maakt je al snel tot zorgmijder

Maxim Februari

Van oudsher ben ik geïnteresseerd in de vraag wat het verschil is tussen een paard en een pony. Onderwijzers konden de kwestie vroeger altijd behendig ontwijken, al legde een van hen me ooit uit dat een paard groter is dan een pony. Dat had ik zelf ook al vastgesteld.

Tegenwoordig kun je zulke vragen aan het internet stellen en dus wendde ik me tot paardenboeken.nl, waar een serieus antwoord werd beloofd. Want, schreef paardenboeken, de grootte is helemaal niet het voornaamste verschil. Wat dan wel? „Kort antwoord: paarden en pony’s zijn verschillende dierenrassen.” Mocht in de toekomst iemand ernaar vragen, dan kon je deze uitleg toesturen en was het raadsel voorgoed uit de wereld.

Zo’n cirkelredenering heet, als je Latijn wilt spreken, petitio principii. Vraag en antwoord zijn gelijk. Je toont iets aan met hetzelfde feit dat je nu juist had willen aantonen. Het verschil tussen een sinaasappel en een mandarijn? Ook dat wordt online helder uitgelegd onder verwijzing naar de bewering dat ze verschillen. Een mandarijn is „een citrusvrucht van de mandarijnboom” en de sinaasappel „de vrucht van de sinaasappelboom, die tot het geslacht Citrus behoort”.

In een artikel over ‘The Ur Vogel’ mopperde paleontologe Julia Clarke ooit dat mensen van wetenschappers altijd willen weten of een dinosaurus een vogel was. Vertelt ze mensen over een klein dier met veren dat is ontdekt in het fossielenarchief, dan luisteren ze beleefd naar haar uitleg over mogelijke voortbewegingen door de lucht, om na een korte pauze te vragen: „Oké, maar was het een vogel?”

Zoiets lijkt een wetenschappelijke vraag, schrijft Clark, maar is het niet. De paleontoloog moet de pret bederven met bijzinnen. Buitenstaanders willen het wezen onderbrengen in de onderklasse van vliegende vogels; paleontologen beginnen erover dat het weliswaar gevederde ledematen had, maar geen gewricht tussen schouderblad en ravensbeksbeen, zoals huidige vogels. Was het een vogel? Definieer vogel. Vloog het? Het flapperde wellicht. Heet dat vliegen?

De neiging om diersoorten te identificeren en te tellen is überhaupt een raar fenomeen, schreef sociaal psycholoog Kurt Gray in het artikel Numbering Nature dat tegelijk met Clarkes artikel verscheen in het boek This Idea Must Die. Claimen dat er twee soorten olifanten bestaan heeft alleen zin als diersoorten vaststaan en onveranderlijk zijn. Maar soorten staan niet vast. Misschien in ons bureaucratische hoofd, niet in de wervelende verscheidenheid die de evolutie loslaat op de wereld.

Lees ik bij paarden.vlaanderen dat in Nederland E-pony’s bestaan, dan verbaast het me dus niks als die alleen blijken te bestaan in het hoofd van de Nederlanders. „In België worden deze E-pony’s bij de paarden gerekend.”

Deze week sprak iemand me aan over de wettelijke scheiding tussen wonen en zorg. Ik had daar nog nooit bij stilgestaan, maar nu begreep ik dat wonen het werkterrein is van woningcorporaties en zorg het terrein van zorginstellingen, zoals sinaasappels van de sinaasappelboom komen en mandarijnen van de mandarijnenboom. Deze cirkelredenering zou prima werken, ware het niet dat in de praktijk problemen ontstaan. Wonen en zorg zijn weliswaar wettelijk gescheiden, maar niemand weet wat het verschil is.

Stel, een medewerkster van een woningcorporatie pakt een schroevendraaier om voor een bewoner een rollatorwiel te repareren. Stapt ze daarmee over de wettelijke grens tussen wonen en zorgen? Of neem het probleem van de zorgmijders. Zorginstellingen jubelen over zorgeloos wonen, maar wil je in een zorginstelling echt zorgeloos wonen, dan heet je een zorgmijder, die er maar wat op los woont. Niet alleen je zorgovereenkomst wordt beëindigd, je bent ook niet langer welkom als bewoner.

Is een zorgmijder een dinosaurus? Is een sinaasappel een vogel? De definitiekwesties lijken flauwe spelletjes voor theoretici, maar ze hebben praktische gevolgen. Vanuit de neiging de natuur te nummeren tellen we soorten die vooral in ons eigen hoofd bestaan.

In de Tweede Kamer bleek vorige week tijdens een hoorzitting dat de politie steeds meer E33-meldingen krijgt: meldingen over mensen met verward gedrag. Dat leidt weliswaar tot nette registratie, zeiden psychiaters – ‘maar zegt weinig over wat er met de patiënt aan de hand is’. In feite wil je niet weten of iemand een vogel is, maar hoe hij zich voortbeweegt. Precies daarom doen woningcorporaties geen E33-melding bij psychiatrische problemen van bewoners: ze bellen liever de geestelijke gezondheidszorg. Alleen zijn helaas de taken tegenwoordig zo streng afgebakend dat die na sluitingstijd de telefoon niet opneemt.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.