Waarom criminele jongeren soms bereid zijn voor duizenden euro’s een moord te plegen

Jonge huurmoordenaars Kansarme tieners en twintigers zijn soms bereid voor enkele duizenden euro’s een moord te plegen. Criminelen geven jongeren schoenen, een plek aan de vip-tafel in de club en zorgen dan dat ze bij hen in het krijt komen te staan.

De politie onderzoekt de met kogels doorzeefde Seat aan de Rhijnauwensingel in Rotterdam, in 2018.
De politie onderzoekt de met kogels doorzeefde Seat aan de Rhijnauwensingel in Rotterdam, in 2018. Foto GinoPress/ANP

De moordopdracht kregen ze een paar dagen van tevoren. Ze ontvingen een foto van het doelwit en zijn kenteken. Eén van de verdachten verklaarde dat „een neger moest worden platgelegd omdat hij iets geript had”. De kalasjnikov en Audi werden door de opdrachtgevers geregeld.

Op een zachte decemberdag in 2017 blokkeert een Audi het drukke verkeer aan de Rhijnauwensingel in Rotterdam. De bestuurder is naast een witte Seat op de rem gegaan, het raam aan de passagierskant is al een paar meter eerder naar beneden geschoven. Kogels doorzeven de witte Seat. Inzittenden Gilbert Henriëtta (26) en Lindomar Elizabeth (25) overlijden ter plaatse. Henriëtta was het doelwit, Elizabeth is „meegenomen”, zo noemde de politie het. Op de stoep lopen ouders en kinderen die terugkomen van een kerstdiner op school.

In de zaak worden vier jongens aangehouden. De jongste is op het moment van de schietpartij 15 jaar, de oudste net 18.

Lees ook: Had die jongens uit de wijk maar niet zo groot laten worden

Toen advocaat Derk Wiersum in september voor zijn huis in de Amsterdamse wijk Buitenveldert werd doodgeschoten, leidde ook het signalement van de dader tot geschokte reacties. Ooggetuigen zagen een jongen tussen de 16 en 20 jaar oud, al stelde de politie dat een paar dagen later bij naar 20 tot 25 jaar.

Het profiel van de huurmoordenaar verandert, zei de voormalige Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg vorig jaar in NRC. „Vroeger werden professionele hitmen uit het buitenland ingevlogen die voor 50.000 à 60.000 euro een liquidatie uitvoerden. De laatste tijd zien we kansarme jongeren uit onze stad die bereid zijn voor 2.000 à 5.000 euro een moord te plegen.”

Hanneke Ekelmans, destijds hoofd Operatiën van de politie in Amsterdam, signaleerde die ontwikkeling al in 2015. Ze zei toen in NRC: „Het ene moment zitten ze nog op de bank te gamen, morgen plegen ze een inbraak, overmorgen een liquidatie.”

Het omslagpunt kwam in 2012, concludeerde het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid na onderzoek. Sindsdien ligt de drempel om een liquidatie te plegen lager, zijn er meer mensen toe bereid en zijn de schutters vaker onervaren.

Het was de destijds 18-jarige Rolly P. die in Rotterdam de kogels schoot. Hij zat achterin de Audi, de kalasjnikov tussen zijn benen. Na de schietpartij belde hij zijn opdrachtgevers. „Ik heb het gedaan”, zei hij.

De „openlijke wijze van de uitvoering van de liquidatie” en het „handelen van de verdachten” nadien, oordeelde de rechtbank vorig jaar, waren zo „amateuristisch” dat het voor justitie „kinderlijk eenvoudig” was om de jonge daders op te sporen.

De lijst van problemen van jonge huurmoordenaars is lang. De gemeente Amsterdam liet in 2014 onderzoek uitvoeren naar zeshonderd jonge veelplegers van zware delicten, daar hoorden ook enkele jonge huurmoordenaars bij. In veel gevallen groeiden de jongeren op in problematische thuissituaties, hun ouders werden als „pedagogisch onmachtig of onwillig” beschreven. De jongeren voelden vaak weinig of geen empathie, waren zeer beïnvloedbaar. Niet zelden bleken ze impulsief en konden ze hun agressie lastig beheersen. Bijna 100 procent bleek een slecht ontwikkeld geweten te hebben.

De meeste Amsterdamse probleemjongeren bleken al voor hun veertiende te zijn opgepakt voor vandalisme, winkeldiefstal, inbraak en geweldsdelicten.

Een vluchtscooter, die vorig jaar werd gebruikt bij een schietpartij aan de Oudedijk in Rotterdam.

Foto MediaTV/Novum

Borderline, narcisme, zwakbegaafd

Bij Rolly P. zagen jeugdpsychiaters een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline („paranoïde reacties met intense gevoelens van woede en frustratie”), enige narcistische kenmerken („in de zin van een gebrek aan empathie en grootspraak”) en zwakbegaafdheid. Door de psychiaters werd ook een „pro-criminele houding” gezien. Dat laatste zagen de onderzoekers ook bij de jongens die zij onderzochten. Gemiddeld hadden de probleemjongens een IQ van 80.

„Het is niet zo dat je zomaar een liquidatie bestelt”, zegt Mathijs Zwinkels. Met zijn bureau ‘Universiteit van de Straat’ adviseert Zwinkels gemeenten en hulpverlenings- en justitiële organisaties over de aanpak van probleemjongeren. „In de criminele wereld staan heel veel lijntjes uit.”

Zodra criminelen daar vermogend genoeg voor zijn, besteden ze klussen met een hoge pakkans het liefste uit, maar dan wel aan mensen van buiten. „Je hebt een vaste kern criminelen, die elkaar beschermt en de hand boven het hoofd houdt. Voor zulke opdrachten laten ze tussenpersonen naar beperkte, kansarme jongens zoeken.” Ze kennen jongens uit de buurt. Uit kickboksscholen, shisha lounges, scholen. Ze weten waar een zwijgcultuur heerst. „Als we er zaken gaan doen, weten ze, worden we niet verraden.”

Liquidatiegeweld en religieuze radicalisering, zei Hanneke Ekelmans van de politie Amsterdam eerder in NRC, hebben dezelfde voedingsbodem: wijken „met een optelsom van sociale problemen”, waar jonge mensen wonen „die zich niet verbonden voelen met de Nederlandse samenleving”.

Op een voetbalveldje zegt zo’n grote jongen dan over een jonge jongen dat-ie ‘zijn soldaat is’, dat hij erbij hoort en ertoe doet, zegt Jan Dirk de Jong, lector Aanpak Jeugdcriminaliteit bij Hogeschool Leiden. Ze krijgen schoenen, mogen aan de vip-tafel zitten in een club. „Criminelen zijn meesters in het creëren van situaties waarin iemand bij ze in het krijt komt te staan.”

Ze geven eens een rondje ijsjes, een extra gift aan de moskee, of aan de voetbalclub. In Amsterdam leende een crimineel eens zijn auto aan een jonge jongen uit. Die auto was de volgende dag weg. Opgehaald door de crimineel, met een extra setje sleutels, maar dat wist die jongen niet. Hij moest op zoek naar een manier om de auto terug te betalen.

Willen ze niet een keer op de uitkijk staan als de anderen een overval plegen? De overval erna mogen ze zelf een wapen dragen. En dan wordt verteld dat iemand de groep heeft verraden. Zij zouden kunnen helpen.

„Binnen groepen heersen verschillende regels”, zegt criminoloog Evelien Hoeben van Universiteit Utrecht. „In de conventionele maatschappij is het een behoorlijk belangrijke regel dat we elkaar niet doodschieten. In veel criminele groepen is loyaliteit extreem belangrijk. Als loyaliteit geschaad wordt, bijvoorbeeld door een kroongetuige, kan veel worden gerechtvaardigd. In uitzonderlijke gevallen zelfs het beëindigen van een mensenleven.”

De jongens weten vaak niet eens wie ze neerschieten. De opdrachtgevers geven zo min mogelijk informatie, zegt Mathijs Zwinkels, ze willen niet dat ze gaan graven. „Dat zie je ook bij de drugslijnen. Een loopjongen weet niet voor wie hij drugs verkoopt.”

Kleding, sieraden, hoeren

Geld en aanzien vormen ook een motivatie voor een moord. „Die jonge gasten kopen kleding, sieraden, vip-tafels in clubs, gaan naar de hoeren”, zegt Zwinkels. Met een dure leefstijl kun je status winnen. „De slimmere jongens investeren het geld in het buitenland of kopen een horecatent via een katvanger.”

Na de schietpartij, zegt Zwinkels, zullen anderen „ hun bek houden” als de schutter binnenloopt. „Dat is het gevoel dat sommigen zoeken, vooral in een wereld waar het recht van de sterkste geldt.”

De opdrachtgevers van de moord in Rotterdam – het zou om vier mannen gaan – zijn altijd onbekend gebleven. Ze betaalden Rolly P. 30.000 euro. Het geld werd teruggevorderd.

Uit de moord blijkt een „ernstige mate van gewetenloosheid en opportunisme”, aldus de rechter. Maar door zijn leeftijd en persoonlijkheid zou P. anderzijds „een makkelijk instrument voor de opdrachtgevers van de liquidatie” zijn geweest. „In die zin is hij geen professionele huurmoordenaar.” Hij kreeg 25 jaar cel.

Een politiewoordvoerder zei in Opsporing Verzocht dat jonge jongens vaak niet in de gaten hebben dat ze met een liquidatie hun eigen leven op het spel zetten. „De schutter riskeert dood te worden geschoten door zijn opdrachtgever.”

Dat het met veel jonge jongens slecht afloopt is bekend, maar lijkt niet uit te maken. „Zo lang er vraag blijft, staan nieuwe jongens op”, zei Aalbersberg in NRC. „En dat zijn jongens die wel heel makkelijk met geweld omgaan.”

Lees ook: Foute vrienden, en tóch eerlijk blijven

Wie eenmaal in criminele kringen rondzweeft, komt daar nog maar lastig uit, zeggen jongerenwerkers. „Wij staan aan de kant van de jongens die nog wel perspectief hebben”, zegt Robin de Bood, directeur van jeugdhulporganisatie Streetcornerwerk. Hulpverleners benaderen jongens die aan het „begin van hun criminele loopbaan” staan. Dealertjes, loopjongens, wietknippers. Ze krijgen hulp bij de inschrijving voor een opleiding, het vinden van een huis en een baantje, zegt De Bood. Doorslaggevend voor succes, zegt Zwinkels, is dat ze een „eervolle uitweg” krijgen. Je kunt niet opbieden tegen het grote geld, zegt Zwinkels, maar wel andere alternatieven geven: een baantje in een Ajax-lounge, of bij Adidas. „Als ze tegen hun vrienden zeggen dat ze bij de Hema werken, lacht iedereen ze uit. ‘Ben je een loonslaaf geworden?’”

Waar de hulpverleners de jongeren ook van proberen te doordringen, zegt Zwinkels, is dat in het criminele circuit „ een dikke auto, meiden en dure sieraden ook maar voor een paar mensen is weggelegd.”