Opinie

Te koop: Nederlandse staatsfirma. Wil China?

Menno Tamminga

Kent u die grap van dat kabinet dat wél een investeringsfonds van tientallen miljarden euro wil opzetten, maar niet een paar miljard euro extra kapitaal op tafel wil leggen voor de investeringen van een ‘eigen’ staatsbedrijf? Het gaat om Tennet, de exploitant van hoogspanningsnetten in Nederland en Duitsland en 100 procent Nederlands staatseigendom. Tennet kocht in 2010 met een fiat van de overheid een groot Duits hoogspanningsnet. Zo kreeg het bedrijf een dominante positie op de Neder-Duitse elektriciteitsmarkt. De ramp met de Japanse kerncentrale in Fukushima (2011) en de daaropvolgende omslag naar windenergie in Duitsland zette Tennet voor het blok. Zijn investeringsverplichtingen zijn astronomisch gegroeid, tot inmiddels 35 miljard euro (tot 2028), waarvan 23 miljard euro in Duitsland.

Staatsbedrijf Tennet loopt op die manier te veel risico’s buiten Nederland, vindt het kabinet-Rutte III. Dus zoekt minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA), verantwoordelijk voor de staatsdeelnemingen, een medefinancier. De Duitse overheid, bijvoorbeeld. Of de Duitse staatsinvesteringsbank KfW.

Zouden zij dat willen? Eind 2013 kondigde toenmalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) al een onderzoek aan naar kruiselingse participaties met andere Europese netwerkbeheerders. Niemand hapte...

Dat krijg je ervan als de overheid staatsbedrijven laat uitgroeien tot multinationals. Want wat is er dan nog zo Néderlands aan een staatsbedrijf en wat is het Nederlandse publieke belang dat de staat eigenaar moet blijven?

Dat is ook aan de orde bij NS, dat met commerciële activiteiten in Groot-Brittannië en Duitsland een kleine multinational is geworden. Net als Schiphol, met zijn belang in Franse luchthavens.

Het argument voor hun buitenlandse expansie is dat zij met die groei en hun opgedane nieuwe kennis beter hun publieke taken als staatsbedrijf in Nederland kunnen uitvoeren. Want die publieke taken onderscheiden hen van reguliere commerciële ondernemingen. Staatsbedrijven als Tennet bezitten of exploiteren unieke infrastructuur met een monopoliepositie. Maar dat argument van nut en noodzaak van buitenlandse activiteiten blijkt inmiddels wel wat sleets, nu de overheid de portemonnee moet trekken.

Lees ook deze eerdere column: Pas op! Staatsbedrijf is nieuwe multinational

Naast geld en risico’s is er nu ook een aspect dat de overheid niet eerder zo expliciet benoemde: de nationale veiligheid. Tennet staat voor vitale processen van de hoogste categorie, schrijft Hoekstra aan de Kamer. Onderbreking daarvan leidt tot grote schade.

Dus blijft de overheid altijd de baas over de Nederlandse activiteiten. Ze wil ook garanties van een nieuwe medefinancier dat er geen kennis en informatie van Tennet weglekt. Evenmin wil ze dat die nieuwe financier zijn aandelen straks doorverkoopt aan... vult u maar in. Het Russische Gazprom? De State Grid Corporation of China?

Dat Chinese bedrijf wilde vorig jaar 20 procent van de aandelen kopen van het Duitse hoogspanningsnetwerk 50Hertz. Dat aandelenpakket kwam te koop omdat de Belgische aandeelhouder ervanaf wilde. De Duitse overheid kon de Chinese investering niet verbieden (te klein belang), maar schoof staatsbank KfW naar voren met een hoger bod.

Het zeker stellen van de nationale veiligheid is natuurlijk volstrekt logisch bij een kapitaalinjectie voor Tennet. Het onrustbarende is dat je over dat aspect van nationale veiligheid weinig van de officiële instanties hoort na het aangekondigde stoppen van de gaswinning in Groningen. Dat schept ook nieuwe afhankelijkheden van leveranciers à la Gazprom.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.