‘Stop je man niet in een strontput’, zeggen Kenianen

Moord Tob Cohen De moord op de Nederlandse zakenman Tob Cohen, die getrouwd was met een Kikuyu, heeft in Nairobi de haat aangewakkerd tegen deze stam. Ook de vrouw van correspondent Koert Lindijer is Kikuyu. Nu zijn er de dreigtelefoontjes.

Sarah Wairimu de weduwe van Tob Cohen (met de bloemen) arriveerde in een gevangenisauto bij de teraardebestelling op de joodse begraafplaats, afgelopen dinsdag.
Sarah Wairimu de weduwe van Tob Cohen (met de bloemen) arriveerde in een gevangenisauto bij de teraardebestelling op de joodse begraafplaats, afgelopen dinsdag. Foto Khalil Senosi

De moord op de Nederlandse zakenman Tob Cohen, wiens lichaam half september werd aangetroffen in de septische tank bij zijn huis, haalt in Kenia een golf van tribale vooroordelen naar boven. Mikpunt zijn de Kikuyu, een stam geprezen om zijn ondernemerschap, dan wel beschimpt om zijn hebberigheid. Cohens vrouw, die verdacht wordt van de moord, is een Kikuyu. Deze dinsdag wordt ze mogelijk in staat van beschuldiging gesteld.

Op straat, het werk en op sociale media lijkt het soms nergens anders meer over te gaan. Huwelijken tussen een witte en een Kikuyu staan plots in een bedenkelijk daglicht. Ik merk alles van die achterklap, want mijn echtgenote is Kikuyu. Mijn vrouw krijgt dreigende telefoontjes met de waarschuwing: „Stop je man niet in een strontput.”

De zaak krijgt uitzonderlijk veel aandacht, omdat hij past in het stereotype beeld van ‘de Afrikaan die met de rijke witte trouwt om het geld en die later vermoordt om diens eigendommen’. Mijn vrouw ging kijken bij de rechtszaak. Toen ze wegreed werd haar nageroepen, „Oh, kom je je soortgenoot steunen?”

Ruim twee maanden geleden raakte de Nederlandse zakenman Tob Cohen vermist. Zijn echtgenote, Sarah Wairimu, verklaarde aanvankelijk dat hij voor een vakantie naar Thailand was vertrokken. De twee lagen in een vechtscheiding. Wairimu beschuldigde via haar advocaten haar man van grof gedrag, drugsgebruik en overspel. Cohen maakte een filmpje voor zijn familie in Nederland waarin hij met een bebloed voorhoofd zijn vrouw beschuldigde van geweld. Tegen vrienden zei hij: mocht ik ooit dood worden gevonden, dan is Sarah verantwoordelijk.

Cohen werkte eind jaren tachtig kort als Philips-baas in Kenia en begon daarna een carrière in het toerisme, zo organiseerde hij golfreizen. Wairimu was zijn secretaresse, in 2007 traden ze in het huwelijk. Keniaanse media speculeren dat het een huwelijk uit berekening betrof: Cohen zou zo de Keniaanse nationaliteit kunnen krijgen, Wairimu een deel van zijn bezittingen.

Wonden op zijn schedel

Hoe het lichaam van Cohen eerder deze maand in een ondergrondse tank bij hun villa in een buitenwijk van Nairobi belandde, is een mysterie. Zijn benen waren volgens Keniaanse media met een touw aaneen gebonden, hij had wonden op zijn schedel.

Wairimu werd in hechtenis genomen nadat het personeel van de villa tegenover rechercheurs haar verklaringen had weersproken over de dag van zijn verdwijning. Een vermeende minnaar van Wairimu is ook gearresteerd. Beiden ontkennen alles.

Kenianen vergapen zich aan deze zaak, die uitgebreid aandacht krijgt in de kranten en op de televisie. Wairimu’s advocaten verhogen het showelement nog door iedere opmerking van de aanklagers in twijfel te trekken. Ze dwongen af dat zij aanwezig mocht zijn bij de lijkschouwing, net als bij de begrafenis, afgelopen dinsdag. In een gevangenisauto arriveerde Wairimu bij de teraardebestelling op de joodse begraafplaats, waar zij tot veler verbazing een korte rede mocht houden. Enkele honderden belangstellenden, bekogelden de auto waarin Wairimu weer terugreed naar de gevangenis.

Politieke patronage

Kikuyu’s wekken gemakkelijk afgunst op. Hun geprivilegieerde positie begon toen ze begin vorige eeuw als strontdragers mochten leven in het verder zuiver witte Nairobi. Ze ledigden de toiletemmers van de witte inwoners. Daaraan ontleenden ze het recht bij de erven van de bazen te verblijven. Onder bescherming van Kenia’s eerste president Jomo Kenyatta, eveneens een Kikuyu, kregen leden van deze stam na de onafhankelijkheid in 1963 akkers en baantjes in de overheid en het bedrijfsleven.

Onder die politieke patronage ging het veel Kikuyu’s voor de wind. Met lede ogen keken de andere tribale groepen naar de Kikuyu-overheersing van de politiek, de overheid en het zakenleven. Zo raakten zij geïsoleerd van de overige Kenianen. Bij het beruchte verkiezingsgeweld van 2007/2008 haalden veel Kenianen hun gram door Kikuyu’s aan te vallen. Honderdduizenden Kikuyu’s raakten ontheemd.

Dat verleden komt weer boven met deze moordzaak. „Zie je wel, de Kikuyu’s willen ons afmaken”, grommen leden van andere stammen. „We moeten aan ons aanzien gaan werken”, reageren in het gedrang geraakte Kikuyu’s. En op de markt, in het postkantoor en via de telefoon waarschuwen kennissen mij: „Kijk maar uit dat jij ook niet in de septische tank belandt”.