Rotterdam nam volgens rapport ‘onverantwoorde risico’s’ met Warmtebedrijf

Het fiasco met het Warmtebedrijf is opnieuw een voorbeeld van ‘bestuurlijke overmoed’ in Rotterdam, blijkt uit een kritisch Rekenkamer-rapport.

Warmte van afvalverbrander AVR in de Rotterdamse haven wordt gebruikt om woningen te verwarmen
Warmte van afvalverbrander AVR in de Rotterdamse haven wordt gebruikt om woningen te verwarmen Foto Branko de Lang / ANP

Het college van Rotterdam heeft de gemeenteraad verschillende keren verkeerd, onvolledig en te laat geïnformeerd over pogingen het eigen Warmtebedrijf te redden. Dat concludeert de Rekenkamer Rotterdam in een vernietigend rapport over hoe de gemeente het Warmtebedrijf aanstuurde, dat maandag uitlekte.

De gemeente heeft door de jaren heen al meer dan 200 miljoen euro in het noodlijdende bedrijf gestoken. De vraag is of dat geld ooit nog terugverdiend gaat worden.

Het Warmtebedrijf werd in 2006 opgericht om met overtollige warmte uit de havenindustrie zo’n 300.000 tot 500.000 huizen duurzaam te verwarmen. Die doelstelling werd nooit gehaald. Door angst voor gezichtsverlies, wensdenken en het structureel onderschatten van risico’s werd het Warmtebedrijf een politiek en financieel fiasco, zo bleek uit een eerdere reconstructie van NRC.

Lees ook: Aftakeling van een Rotterdams prestigeproject

Financiële risico’s

Dat beeld wordt nu door de Rekenkamer bevestigd. De rekenkamer wijst op een lange reeks slecht onderbouwde besluiten van het college en betrokken ambtenaren.

De informatie aan de raad was „niet tijdig, volledig en juist”, waardoor de gemeenteraad pas achteraf kennis nam van „juridische verplichtingen met grote financiële risico’s”.

Het college erkent in een reactie dat „de informatievoorziening aan de raad op verschillende momenten te kort geschoten is”, maar wijt dat aan „onvoorziene omstandigheden en wendingen die helaas zelfs ook het college hebben verrast”.

Terwijl het verlieslijdende Warmtebedrijf al onder curatele stond, sloot het bedrijf contracten met Shell, Exxon en het Havenbedrijf Rotterdam, zonder dat de raad van tevoren wist wat daarin stond. Daarbij heeft het college zelf die contracten ook niet van tevoren goedgekeurd, schrijft de rekenkamer.

Ook bij de uitvoering van een reddingsplan voor het Warmtebedrijf nam het college grote financiële risico’s zonder de raad te informeren. Volgens dit reddingsplan moest het Warmtebedrijf via een meer dan 40 kilometer lange pijpleiding industriële restwarmte uit de Rotterdamse haven leveren aan Nuon in Leiden. Maar de aanleg van die leiding ligt stil, al zegt het Warmtebedrijf zelf dat de voorbereidingen doorgaan en dat het graafwerk over twee jaar zou moeten beginnen.

In een geheime brief, waarvan NRC eerder het bestaan onthulde, heeft het Rotterdamse college wel aan Nuon toegezegd garant te staan voor die levering in Leiden. Pas zes maanden later informeerde het college de gemeenteraad over deze „niet gelimiteerde” verplichting van de gemeente. Het college deed Nuon deze belofte ook nog zonder de juridische consequenties goed uit te zoeken, concludeert de rekenkamer nu.

Ook liet het college het contract met Nuon al ingaan zonder dat de beloofde financiële steun van 60 miljoen euro van de provincie Zuid-Holland binnen was. Daarmee negeerde het college een besluit van de gemeenteraad, iets wat de raad pas hoorde toen het contract met Nuon al onherroepelijk was. Begin dit jaar zette het college de raad onder druk om akkoord te gaan met een nieuwe kapitaalinjectie van 118 miljoen euro waarbij de risico’s van het Warmtebedrijf werden onderbelicht.

Maakbare stad

Met het rapport bevestigt de rekenkamer het beeld van de „bestuurlijke overmoed” in Rotterdam. Sinds de jaren zeventig gaan opeenvolgende colleges, van links tot rechts, uit van het idee van een „maakbare stad”, schreef de rekenkamer vorige week in een ‘meta-analyse’ van 42 eigen rapporten in tien jaar tijd. Het bestuur van de tweede stad van Nederland is vaker té ambitieus; het omvangrijke ambtenarenapparaat is een eilandenrijk met een hiërarchische, systematische cultuur.

Het Warmtebedrijfrapport herinnert aan het vastgoeddebacle rond het Schiekadeblok en de vertraagde aanleg van Hoekse Lijn-metro. Maar het legt ook extra druk op de lopende plannen voor Feyenoord City, het nieuwe Feyenoord-stadion met gebiedsontwikkeling. Het Warmtebedrijf is ook een pijnlijk thema, omdat de duurzame energietransitie juist hét speerpunt is van dit college. Daarbij zijn er drie wethouders van drie coalitiepartijen (D66, VVD en GroenLinks) bij betrokken.

‘Weinig reflectief vermogen’

De rekenkamer ziet wel een „kentering” binnen het ambtelijke apparaat om risico’s bij projecten te willen verkleinen. Tegelijkertijd verwijt de rekenkamer het huidige college dat dit het Warmtebedrijf-fiasco als „onvermijdelijk” schetst. „Hiermee toont het college weinig reflectief vermogen”, schrijft de rekenkamer in een begeleidend persbericht. De conclusies dat ambtenaren onvoldoende afstand tot het Warmtebedrijf hielden, of onverantwoorde risico’s namen, erkent het college niet.

„Aperte nonsens”, zegt oppositielid Gerben Vreugdenhil van Leefbaar Rotterdam, de grootste partij in de raad. Het dossier staat „bol” van genomen risico’s en „er ís gemicromanaged”, zegt hij. Vreugdenhil verwijt het college dat het Warmtebedrijf met een risico van ‘15 procent’ voor 134 miljoen euro is ingeboekt in de begroting voor volgend jaar. Een mogelijk faillissement van het Warmtebedrijf zal eerder 400 miljoen euro kosten, denkt Vreugdenhil. Maar het risico is in de begroting met opzet lager ingeschat om de financiële ‘weerbaarheid’ van de gemeente op peil te houden, denkt hij.