Peerby-oprichter Daan Weddepohl: „Als je een start-up begint, ben je ten dode opgeschreven tot het moment dat je ontdekt waarom je niet ten dode opgeschreven bent.”

Foto Niels Blekemolen

‘Peerby wordt een fenomeen of helemaal niks’

Interview oprichter Peerby Een miljoenenbod van een koper werd afgewezen. Maar na zeven jaar lijdt leenapp Peerby nog steeds verlies. Hoe overleeft een bedrijf dat vooral goed wil doen?

Er moet weer geld bij. En dus vliegt Peerby-oprichter Daan Weddepohl (38) morgen naar Italië om investeerders te treffen. Hij is lichtelijk bezorgd, vertelt hij. „Het idee is toch: je bent al zolang bezig, waarom zou het dan nu nog een succes worden?”

We zitten aan een tafeltje in de kantine van het Amsterdamse kantoor van Peerby, maker van de gelijknamige app die buren helpt spullen aan elkaar te verhuren. Aanleiding is het boek 99 redenen om te stoppen en tóch door te gaan, een dagboek dat Weddepohl bijhield over de ups en downs van zijn start-up.

Peerby bestaat sinds 2012 en was jarenlang één van de grote beloften van de Nederlandse deeleconomie. Het techbedrijf heeft een miljoen gebruikers in België en Nederland en haalde meer dan 5 miljoen euro aan financiering op. Via Peerby huur je de boormachine, aanhangwagen of statafel van iemand in de buurt. Hoef je zelf geen nieuwe te kopen. Goed voor het klimaat, sociale contacten in de buurt en de portemonnee.

Lastige bijkomstigheid: Peerby heeft na zeven jaar nog altijd geen euro winst gemaakt. Sterker: jarenlang werd alleen maar geld verbrand. Sinds Peerby gebruikers geld laat vragen voor de huur van hun spullen – in het begin ging het alleen om lenen – en terugging van vijfentwintig naar zes werknemers, gaat het beter. Het plan is halverwege 2020 break-even te draaien.

En dat terwijl Weddepohl multimiljonair had kunnen zijn. Hij sloeg een bod van 15 miljoen dollar op zijn bedrijf af – van een internationaal miljardenconcern waarvan hij de naam geheim moet houden.

Ik zag onderweg hierheen een Maserati op de gracht geparkeerd staan. Die had van jou kunnen zijn.

„Ik weet het. Maar er was een grote kans dat de koper Peerby de nek had omgedraaid, dus niet verkopen was toen best een makkelijke beslissing. Dat was het gekke. Ik voelde toen: ik ben hier nog niet klaar mee.”

Veel oprichters van techbedrijven verkopen hun eerste start-up om met veel geld op de bank verder te ondernemen. Was het idee je te dierbaar?

„Ja, er zijn te veel ideeën te vroeg gestopt om die reden. Dat is het gekke met Peerby: het wordt of een wereldfenomeen, of het wordt helemaal niks. Ik geloof nog steeds in het eerste.”

Je boek leest alsof een bedrijf hebben één grote worsteling is

„Dat is misschien te zwaar. Het is vooral een puzzel. Als je een start-up begint, ben je ten dode opgeschreven tot het moment dat je ontdekt waarom je niet ten dode opgeschreven bent. Je bent op zoek naar een herhaalbaar, schaalbaar verdienmodel volgens de wetten van Silicon Valley. Als je dat niet hebt, houdt het op een gegeven moment op.”

Hoe is het om continu met de druk te leven dat het geld van je bedrijf bijna op is?

„Hoe langer je een start-up runt, hoe hoger je stresstolerantie wordt. Maar ja, ik heb toch slapeloze nachten als we in de buurt zijn van het eind van de runway. Zeker als ik voor m’n gevoel niet genoeg bewijs heb om de volgende investering weer waar te maken.”

Ook omdat je er zelf zo diep in zit, met eigen geld?

„Ja ik ben heel veel geld kwijt aan Peerby, al mijn spaargeld zit erin. Ik geef presentaties voor bedrijven – dat verdient goed. Dat helpt Peerby verder, want zo kan ik m’n eigen salaris laag houden.”

Je beschrijft in je boek dat je in een discotheek wordt aangesproken door een investeerder. Hij zegt: ‘Ik investeer 150.000 dollar, beslis in tien minuten’. Is dat normaal?

„De standaard is een stuk normaler dan dit. Maar ja, het gebeurt wel. Investeerders zijn zo divers als er mensen zijn. Alles tussen de bikkelharde Wolf of Wall Street-types die alleen naar geld kijken en de idealisten die hun geld niet terug hoeven en iets moois willen neerzetten.”

Wat wil je bereiken met Peerby?

„Het einddoel is een wereld waar producten gemaakt zijn om gedeeld te worden en om lang mee te gaan. Dat ieder consumentenproduct onderdeel is van een circulaire economie, van een regeneratieve cyclus. Daarvoor is een volledig ecosysteem nodig dat er nog niet is.”

Je schrijft in je boek dat Peerby meer waarde creëert dan Shell.

„Shell is een sterk verliesgevend bedrijf als je kijkt naar wat het ons als samenleving kost en oplevert. In ons systeem, het kapitalisme, gaat het meeste geld naar het bedrijf dat het meeste uit onze planeet zuigt. De kosten voor herbebossing en hogere dijken worden niet door bedrijven als Shell, maar door ons allemaal betaald.

„Peerby zorgt er juist voor dat grondstoffen duurzamer worden ingezet, doordat mensen spullen lenen in plaats van kopen. We verbinden mensen in wijken. Dat is sociaal kapitaal, en dat is niet financieel te maken.”

Het voelt alsof je niet past in de wereld waarin je leeft.

„Kapitalisme heeft ons heel veel welvaart opgeleverd, maar we zijn toe aan iets nieuws. We zijn voorbij het redelijke gegaan. Als we economische groei toch belangrijker vinden, steeds meer geld uit ons systeem peuren en de lange termijn ons niks kan schelen, dan is dit een uitstekend systeem. Dan ben ik gewoon het verkeerde aan het doen.”

Maar toch, spullen lenen was altijd gratis bij Peerby. Nu vragen uitleners geld, en krijgen jullie daar een deel van. Heb je een stukje van je ziel verkocht?

„We zijn gratis begonnen, maar ook voor ons moet er een zekere balans komen zodat we niet alleen maar geld lekken. Als we een manier hadden om die maatschappelijke waarde in rekening te brengen, binnen een andere economie of een andere samenleving, was het misschien niet nodig geweest.”

Je droomt van een andere samenleving, maar moet je bedrijf inpassen in het bestaande systeem.

„Het probleem is dat in ons huidige systeem alleen het bezitten van iets in geld wordt uitgedrukt. Stel dat we in een wereld leven waarin de fabrikant eigenaar blijft van een boormachine en mensen elke keer een klein bedrag betalen als ze die boormachine gebruiken. Dat geeft de fabrikant een prikkel om producten te maken die zo lang mogelijk meegaan. We zijn nu in gesprek met fabrikanten: geef ons die boormachine, en elke keer als ze gebruikt wordt, krijg je geld. Geld is niet het probleem, het is meer: waar kennen we waarde aan toe en in welke modellen laten we waarde rondgaan?”

Twijfel je veel?

„Ik heb een sterke mening, maar ik twijfel altijd aan mijn eigen waarheid en eigen gelijk. Als de rest het allemaal zo ziet, heb ik het dan wel goed? Ik heb het best wel vaak mis, maar heb het ook op momenten goed gehad terwijl ieder ander mij vertelde: zo zit het niet. Dan dacht ik: nee, zo zit het toch.”

Je begeeft je in een wereld die zo in contrast staat met hoe jij naar de samenleving kijkt. Waarom kies je niet gewoon voor iets waarbij je je prettig voelt?

„Misschien vind ik dat ongemak juist prettig en heb ik die frictie nodig. Het ging een tijd zo goed met Peerby dat de stress even weg was. Ik kreeg ineens behoefte aan een hobby, dus ging ik heel ingewikkelde printplaten in elkaar solderen. Op een bepaalde manier zou ik ergens wel teleurgesteld zijn als ik mijn doel bereikt heb.”

Het kapitalisme slaat zijn vleugels uit, economieën draaien op volle toeren. Hoe lang gaat dat goed? Zeven lessen voor de moderne kapitalist