Niet van echt te onderscheiden, en toch nep

Namaakproducten De handel in nepkleding is miljardenbusiness. Hoe kleinschalig vaak jonge jongens er ook mee bezig zijn. Luxemerken maken zich niet al te druk. „Als ze worden nagemaakt, worden ze erkend.”

Deze winterjas met bontkraag van Canada Goose is populair om na te maken.
Deze winterjas met bontkraag van Canada Goose is populair om na te maken. Foto Edward Berthelot

Ze doen het om een beetje bij te verdienen, bang om in de problemen te komen zijn ze niet. Maar dat het verboden is wat ze doen, weten de jonge verkopers heel goed. De kleding laten ze bij vrienden bezorgen, klanten ontmoeten ze op een afgesproken plek in de buurt. Hun ouders weten soms van niets.

Lees ook: Meer namaakgoederen komen EU binnen

Zwarte sok-sneakers van Balenciaga, sneakers met spikes van Louboutin. Een gouden Rolex. De iconische winterjas met bontkraag van Canada Goose of ‘gewoon’ een petje van DSquared2. Populair onder jongeren, maar schier onbetaalbaar – voor de gemiddelde zeventienjarige althans. En dus worden ze op Instagram massaal in nepvariant aangeboden.

Op een Instagramfoto zijn ze niet van echt te onderscheiden, alleen de prijs verraadt hoe het zit: voor een paar Louboutins dat normaal 995 euro kost, betaal je via het sociale medium ‘slechts’ 135 euro. Bestellen kan via WhatsApp of de berichtenservice van Instagram, betalen via Ideal, ontvangen gewoon met PostNL of DHL. Of er wordt ergens afgesproken – op het station, bijvoorbeeld.

De accounts waarop zulke kleding wordt verkocht, worden gerund door veelal jonge jongens, met een doelgroep van jonge mensen tussen de twaalf en dertig jaar oud. Hun volgersaantal varieert van enkele honderden tot soms tienduizenden. Die laatste categorie heeft grotere voorraden, soms zelfs een fysieke winkel waarin kopers kleding kunnen passen. De ‘kleinere’ accounts zien het als bijverdienste – een paar honderd euro per maand is mooi meegenomen.

Schroom heerst er bovendien nauwelijks: zodra de jongens doorhebben dat hun vrienden er zonder problemen aardig mee verdienen, wordt het interessant.

De sok-sneakers van Balencia.

Foto Edward Berthelot

NRC sprak via Instagram met verschillende verkopers, die geen van allen met hun naam in de krant willen. Allemaal waren zij minderjarig toen ze begonnen met verkopen. Ze kopen hun kleding in bij Nederlandse leveranciers, die de kleding weer uit Turkije of China halen. Een van de jongens bestelde zijn kleding zelf, via internet, bij een Chinese fabriek.

Kleine pakketjes

Los van elkaar zijn het misschien bescheiden spelers, de handel waarvan ze deel uitmaken is gigantisch. Dit voorjaar berekende denktank OESO dat wereldwijd voor meer dan 500 miljard euro per jaar wordt uitgegeven aan namaakproducten – een bedrag vergelijkbaar met het bruto binnenlands product van België. De Internationale Kamer van Koophandel kwam twee jaar eerder tot een vergelijkbaar bedrag.

In de EU alleen al gaat het om 121 miljard euro, aldus de OESO. De organisatie van industrielanden baseert zich daarbij op cijfers van douanediensten van over de hele wereld over de hoeveelheid nepproducten die zij tijdens controles onderschepten. In die rekensom wordt dus alléén gekeken naar geëxporteerde namaak, benadrukken de onderzoekers. Zou je er de nepproducten bij optellen die in hetzelfde land worden verkocht als waar ze gemaakt zijn, dan wordt het bedrag hoger.

De definitie van namaak die de OESO hanteert is vrij breed: gekopieerde medicijnen, elektronica en speelgoed tellen ook mee. Maar verreweg het grootste deel van alle handel bestaat uit mode-artikelen en accessoires die onder een valse merknaam worden aangeboden, blijkt uit het OESO-rapport. Zonnebrillen en horloges worden veel en vaak onderschept, net als juwelen en cosmetica. En de topdrie, samen goed voor meer dan de helft van alle handel in namaakproducten: schoenen, kleding en lederwaren.

Die spullen komen overal vandaan, van Turkije tot Thailand en van India tot Marokko. Eén land steekt niettemin met kop en schouders boven de rest uit: China. Dat is, als je Hongkong meerekent, goed voor ongeveer 80 procent van alle onderschepte handel, concludeert de OESO op basis van douanecijfers.

Voor fabrikanten als LVMH (met merken als Louis Vuitton, Givenchy en Fendi), Burberry en Kering (Gucci, Balenciaga) vormt die gigantische hoeveelheid nepkleding een serieuze bedreiging. Een gevaar dat bovendien steeds lastiger is af te stoppen, omdat de handel in imitatieproducten steeds minder plaatsvindt op plekken die goed te controleren zijn, zoals zwarte markten, en steeds méér op internet – via Instagram, maar ook op sites als Facebook, Marktplaats en Alibaba.

Ook worden namaakproducten tegenwoordig vaker in kleine aantallen verzonden, merkt de OESO. De zee aan kleine pakketjes is inmiddels zo groot dat de douane ze onmogelijk allemaal nog kan inspecteren.

Daar komt bij dat een deel van de Instagram-verkopers hun kleding niet eens zelf in het buitenland inkoopt. Zij hebben weer contact met andere handelaren, die een partij namaakgoederen uit China of Turkije opkopen om die in kleinere hoeveelheden en met winst aan de Instagrammers door te verkopen.

Zulke ‘tussenpersonen’ leggen contact met Chinese en Turkse fabrikanten. Deze leveranciers fabriceren de nepkleding vervolgens en exporteren de boel naar Nederland. Dat gaat inderdaad expres in kleine pakketjes, zo’n twintig kledingstukken per keer. Op die manier wéten de jonge importeurs: misschien wordt er af en toe één doos onderschept, maar daartegenover staan negen zendingen die wel gewoon aankomen.

Is de voorraad op, dan sturen de Instagram-verkopers de tussenpersonen gewoon een berichtje. Omgekeerd gebeurt dat ook: heeft een handelaar net een nieuwe partij vanuit China of Turkije besteld, dan is er wel een accountbeheerder wiens voorraad op is en die voldoende geld heeft om een nieuwe berg kleding voor te schieten. Een tussenpersoon kan zélf ook actief zijn als Instagram-verkoper.

Platgewalste nephorloges

Hoeveel schade bedrijven precies lijden door vervalsing van producten, is lastig te bepalen. Het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de EU berekende vorig jaar dat zij binnen de EU jaarlijks zo’n 60 miljard aan omzet mislopen. Maar in dat sommetje ontbreken indirecte verliezen, zoals imagoschade en uitgaven om illegale handel te stoppen.

Heel af en toe verschijnen berichten over grote luxemerken die in de tegenaanval gaan. Soms gaat dat om symbolische acties, zoals die keer dat de Franse juwelenmaker Cartier met een wals op het chique 5th Avenue in New York een paar duizend namaakhorloges plette. Vaker gaat het om rechtszaken, zowel in China als daarbuiten.

Vorig jaar werd een vrouw uit Utrecht bijvoorbeeld veroordeeld tot een boete van vele duizenden euro’s, nadat Chanel had ontdekt dat ze nepproducten verkocht via Facebook en Marktplaats. Begin dit jaar werd een man uit Noord-Brabant veroordeeld tot een celstraf van negen maanden, waarvan zes voorwaardelijk, nadat bij hem honderden imitatieproducten waren aangetroffen van merken als DSquared, Moncler en Canada Goose.

Toch komen ook dat soort zaken in de praktijk maar weinig voor, leert navraag bij het Openbaar Ministerie. In de regio Midden-Nederland wordt ongeveer „eens per kwartaal” iemand vervolgd voor handel in nepkleding, zo schat een woordvoerder van die afdeling. In het oostelijke deel van Noord-Brabant is dat niet anders, laat een collega van haar desgevraagd weten.

Zulke zaken worden doorgaans alleen gevoerd als een merk ze zélf begint, laat een woordvoerder van de Nederlandse douane weten. Volgens de Europese wet is de merkhouder „primair verantwoordelijk om op te treden”. De douane doet enkel vondsten, neemt die in beslag, en informeert de merken. Pas zodra het om „ernstige, grote zaken” gaat, wordt de fiscale opsporingsdienst FIOD ingeschakeld.

Het maakt dat de jonge Instagram-handelaren niet heel bang of voorzichtig zijn. De import van nepkleding is door al die kleine pakketjes gefragmenteerd, en het aantal schakels tussen fabriek, tussenpersoon en Instagram-handelaar is vaak te groot om een ‘ernstige’ vondst te doen.

Op Instagram blijven verkopers bovendien vrij gemakkelijk onder de radar. De accounts zijn allemaal anoniem, nergens vermelden beheerders hun naam of adres. De kleding ‘showen’ ze weliswaar door zelf model te staan, maar dan zetten ze gewoon een masker op.

En wordt hun account door het sociale netwerk verwijderd, wat Instagram met enige regelmaat doet, dan hebben ze zo weer een nieuwe aangemaakt. Sommige kledingverkopers vermelden zelfs al een schaduwaccount op hun huidige account, voor het geval dat.

Geen angst zaaien

Wat opvalt is dat grote modemerken het niet graag hebben over namaak. In hun jaarverslagen reppen ze er met geen woord over. NRC benaderde grote en bekende modehuizen en brancheorganisaties met de vraag op welke manier zij de imitatie van hun producten proberen te bestrijden. Bijna al die e-mails en telefoontjes bleven onbeantwoord, op een reactie van modehuis Moncler na.

Claudia D’Arpizio, die als partner bij adviesbureau Bain & Company al meer dan twintig jaar bedrijven in de sector adviseert, kijkt daar niet van op. Dat deze bedrijven schade lijden door nephandel is misschien vervelend, maar benadrukken dát er namaakvarianten in omloop zijn, is voor modemerken nog veel erger, zegt D’Arpizio. Zolang ze er zelf maar niet over beginnen, maken ze hun eigen klanten niet onnodig bang, redeneren zij.

In plaats daarvan draaien modemerken het liever om, merkt D’Arpizio. Zo wordt geëxperimenteerd met een digitaal ‘paspoort’. D’Arpizio: „Via een chip in een product kunnen klanten informatie op hun smartphone downloaden. Van welke materialen een kledingstuk is gemaakt, of het duurzaam is, waar het vandaan komt…” Zonder het hardop te zeggen benadrukken de bedrijven daarmee: dit product is authentiek, laat daar geen twijfel over bestaan.

Moncler geeft aan met zulke chips te werken. „Deze chip kan de ‘echtheid’ van een product bevestigen”, schrijft het modehuis. Via een QR-code en de Moncler-app kunnen klanten extra informatie opzoeken. „Het is een middel om de markt transparanter te maken, gericht op mensen die kiezen voor het originele product”, schrijft Moncler. En dat is goed voor de „binding” met klanten, zegt het modehuis.

De zeventienjarige die graag in een T-shirt van Moncler loopt, maar dat niet kan betalen, bedient het modehuis hiermee natuurlijk niet. Die zoekt juist een goedkopere nepvariant. Maar die namaakproducten vormen ook geen grote bedreiging voor luxemerken, legt D’Arpizio uit. „Bij zulke producten is het prijsverschil met het origineel zo groot, dat consumenten meteen snappen dat het om een nepvariant gaat.”

Zolang het verschil tussen nep en echt duidelijk is – het leer is van mindere kwaliteit, de rits is net anders – ontstaat er geen verwarring. Dat is het enige wat voor deze bedrijven telt. Sterker: voor sommige merken zijn goedkope kopieën juist een bewijs van hun succes, stelt D’Arpizio. „Als ze worden nagemaakt, worden ze erkend.” Het bevestigt de populariteit van bepaalde modellen.

Natuurlijk zullen fabrikanten handel in nepkleding nooit aanmoedigen, maar veel schadelijker zijn producten die goed zijn nagemaakt en qua prijs dichter in de buurt komen van het origineel. Die „bedreigen de relatie met hun klant”, aldus D’Arpizio. „Omdat consumenten in dat geval denken dat ze iets échts kopen, wat namaak blijkt te zijn.”