Mysterieus koffertje mag eindelijk open

Corruptie Een valies vol documenten kan cruciaal zijn in de megacorruptiezaak van Shell en Eni in Nigeria.

Illustratie Roland Blokhuizen

Het mysterieuze koffertje mag eindelijk open. Al jaren wachten aanklagers in Nederland en Italië op een valies vol mogelijk belastende documenten over de betrokkenheid van de olieconcerns Shell en het Italiaanse Eni bij een corrupte oliedeal in Nigeria. De koffer werd in april 2016 bij toeval in Genève in beslag genomen en is sindsdien onderwerp van een groot aantal juridische procedures.

Die zijn nu voorbij, blijkt uit een deze week gepubliceerd vonnis van het federale gerechtshof in Genève. Zowel de Italianen als het Nederlands Openbaar Ministerie krijgen daarom de beschikking over het koffertje, laat het Zwitserse openbaar ministerie weten aan NRC.

De koffer is eigendom van de Nigeriaanse zakenman Emeka Obi, die jarenlang bemiddelde tussen de Nigerianen enerzijds en Shell en Eni anderzijds. In de koffer: vertrouwelijke papieren, een externe hard disk, USB-sticks, Britse en Nigeriaanse paspoorten en een laptop. In totaal zou het gaan om circa vierhonderdduizend (digitale) documenten, waarvan een belangrijk deel betrekking heeft op het mega-olieveld OPL245, voor de Nigeriaanse kust.

Eigenlijk was het koffertje bijvangst. In april 2016 deed de Zwitserse politie een inval in een kapitaal appartement in Genève, in verband met een onderzoek naar een omstreden bankier van Credit Suisse. Het appartement was van een oud-collega van die omstreden bankier, de Fransman Olivier Couriol, die in het verleden ook voor Credit Suisse werkte. Couriols naam dook nadien op in diverse internationale corruptiezaken, maar was nog niet eerder in verband gebracht met OPL245.

Grootste corruptiezaak ooit

Shell en het Italiaanse concern Eni verwierven in 2011 de rechten om dit veld te mogen exploiteren voor 1,3 miljard dollar. Maar in de jaren daarna werd duidelijk dat een groot deel van dat bedrag terecht is gekomen bij Nigeriaanse politici en ambtenaren. Het enorme bedrag maakt dit de grootste corruptiezaak in de Nederlandse geschiedenis.

Over de mogelijke smeergeldbetalingen rond OPL245 wordt inmiddels wereldwijd geprocedeerd. De belangrijkste procedure loopt in Milaan, waar de flamboyante Italiaanse officier van justitie Fabio di Pasquale Shell, Eni en diverse hooggeplaatse managers van beide bedrijven heeft aangeklaagd wegens corruptie. Deze zaak wordt sinds begin dit jaar in het openbaar behandeld bij de rechtbank in Milaan. In het voorjaar van 2020 worden de eerste vonnissen verwacht.

Het Nederlandse Openbaar Ministerie is nog lang niet zo ver. Het met fraude belaste Functioneel Parket heeft weliswaar een strafzaak tegen Shell in voorbereiding, maar het onderzoek verloopt uiterst moeizaam. Uit onderzoek van NRC bleek voor de zomer dat de Nederlandse strafzaak grotendeels stil is komen te liggen vanwege een beroep door Shell op het verschoningsrecht van haar interne juristen. Daardoor zou het OM veel stukken die het in 2016 aantrof bij een inval op het Shell-hoofdkantoor in Den Haag niet mogen gebruiken.

Internationale juridische strijd

Het koffertje zou hier verandering in kunnen brengen, maar het Nederlandse OM wil niet zeggen of, en hoe, het met de inhoud aan de slag gaat.

Maar het OM wil het koffertje wel degelijk graag hebben. Uit het deze week gepubliceerde Zwitserse vonnis blijkt dat de Nederlanders zich al anderhalf jaar geleden hebben gemengd in de internationale juridische strijd om het koffertje. Op 15 mei 2018 deed Nederland een verzoek aan de Zwitsers om de inhoud van Obi’s koffer aan het dossier te mogen toevoegen, staat in het vonnis. De Nederlanders voegden zich daarmee bij de Italiaanse aanklager Di Pasquale, die hoopt in de koffer van tussenpersoon Obi nieuwe of aanvullende bewijzen te vinden van de betrokkenheid van Shell en Eni bij de corruptie-affaire.

Dat het zo lang heeft geduurd, heeft te maken met alle procedures die de advocaten van Obi aanspanden tegen de Zwitserse autoriteiten. Volgens hen zou het openen van de koffer, die Obi naar eigen zeggen bij Couriol achterliet toen hij op vakantie ging, de privacy van de Nigeriaan ernstig schenden. Dat argument is na meer dan drie jaar procederen nu door de rechters in Genève definitief van tafel geveegd.

Volgens betrokkenen is de inhoud van de koffer direct naar Milaan verscheept, waar de aanklagers en de tientallen betrokken advocaten zich de komende weken buigen over de vraag welke documenten gebruikt zullen worden als aanvulling op de lopende strafzaak. Die loopt daardoor enkele weken vertraging op.

De afgelopen weken zijn in Milaan getuigen gehoord, onder meer van Shell. Op de lijst van nog te horen getuigen staat ook Shell-bestuurder Maarten Wetselaar, een rijzende ster binnen het olieconcern. Shell heeft hem voorgedragen, maar mogelijk hoeft hij vanwege de tijdsdruk niet te verschijnen in Milaan. Zijn naam komt voor op diverse plaatsen in het dossier van de Italianen, omdat hij als financieel divisie-directeur betrokken was bij het opstarten van de onderhandelingen met de Nigerianen. Wetselaar is geen verdachte in de zaak.

Hoger beroep

Voor Obi zelf is het vrijgeven van de koffer slecht nieuws. De Nigeriaan, die voluit Chukwuemeka Zubelum Obi heet, werd in september van vorig jaar al veroordeeld in Milaan tot vier jaar cel voor betrokkenheid bij het schandaal. Obi koos voor een snelle berechting, omdat daar een strafverlaging aan vastzat en omdat de inhoud van het koffertje op dat moment niet bekend was. In het hoger beroep gaat dat nu wel een rol spelen.

Het is de tweede keer dat acties van Obi grote gevolgen kunnen hebben voor de corruptie-affaire. De eerste keer was in 2013, toen de Nigeriaan in Londen een rechtszaak aanspande omdat hij vond dat hij te weinig betaald had gekregen voor zijn bemiddeling bij de verkoop van OPL245 aan Shell en Eni.

Obi eiste in Londen 200 miljoen dollar van de Nigeriaanse oud-minister Dan Etete, die formeel eigenaar was van OPL245. Hij won de rechtszaak, maar luidde daarmee zijn eigen val in. De rechtszaak trok de aandacht van een aantal Britse en Italiaanse ngo’s en uiteindelijk van de aanklagers in Italië en Nederland.