Tweede Kamer aan zet: Miljardenfonds staat zoekt werk

Fonds-zonder-naam Geld kost niets meer, en nu wil het kabinet een fonds opzetten dat miljarden kan investeren. Waar moet dat geld naartoe?

Presentatie van het koffertje met de Miljoenennota door Minister Wopke Hoekstra van Financien (CDA).
Presentatie van het koffertje met de Miljoenennota door Minister Wopke Hoekstra van Financien (CDA). Foto: David van Dam

De Tweede Kamer is aan zet. Het investeringsfonds-zonder-naam dat het kabinet-Rutte III op het oog heeft, staat alleen als plan in de Miljoenennota waar de financiële woordvoerders woensdag en donderdag over praten in hún Algemene Financiële Beschouwingen. Politieke steun is er voldoende, maar vragen zijn er ook: over de aanleiding, over de democratische controle en over de besteding van een fonds dat wellicht tientallen miljarden euro’s groot wordt.

1 Waarom?

Het aardgas was ruim vijftig jaar geleden bijna gratis. Je hoefde het alleen maar uit de grond te halen. Toch stak Nederland het gaskapitaal niet in een investeringsfonds. Andere landen (Noorwegen, oliestaten, Alaska) deden dat later wel.

Waarom Nederland toen niet?

Jan Willem de Pous (CHU), minister van Economische Zaken tussen 1959 en 1963, voelde wel voor een fonds. Zijn collega op Financiën, Jelle Zijlstra (ARP), blokkeerde dat plan. Hij was bang het toezicht op de overheidsbestedingen te verliezen als her en der aparte fondsen werden opgericht, schrijft Zijlstra’s biograaf Jonne Harmsma in Jelle zal wel zien.

Nederland spendeerde de gasbaten, tegen de 300 miljard euro, aan leuke dingen voor de mensen, zoals gezondheidszorg, onderwijs en sociale uitkeringen.

Nu stopt Nederland met aardgas. Nu is geld (bijna) gratis. Nu begint Nederland wél met een investeringsfonds. Met tientallen miljarden euro’s, zei minister-president Rutte twee weken geleden in het debat over het kabinetsbeleid 2020.

Nu zijn de ministers van Financiën en van Economische Zaken en Klimaat, Hoekstra (CDA) en Wiebes (VVD), het roerend eens. Zo’n investeringsfonds móét er komen. Ze menen allebei het plan bedacht te hebben. Maar de controverse De Pous-Zijlstra laat zien: wat is hier nieuw?

Werkgeversvereniging VNO-NCW presenteerde voor de verkiezingen van 2017 een panklaar voorstel met een investeringsfonds van 100 miljard euro voor de ‘verdienkracht’ van Nederland. Van projecten in de energietransitie, via stedelijke vitaliteit tot natuur.

Het nieuwe fonds-zonder-naam kan zo aansluiten bij een uitdijende familie van Nederlandse ‘staatskapitalisten’. Er is een Toekomstfonds voor onderzoek. Er zijn fondsen die kapitaal steken in veelbelovende bedrijven. De overheid stimuleert via TechLeap.nl, geleid door prins Constantijn, de doorbraak van snelgroeiende bedrijven. Invest.NL staat klaar: 1,9 miljard euro voor bijvoorbeeld investeringen in de energietransitie. Verder zijn er regionale fondsen met overheidsgeld. En dan bulkt ook de particuliere sector van het kapitaal.

Met een staatsinvesteringsfonds heeft Nederland wel wat ervaring. Tussen 1995 en 2010 stak de overheid de gaswinsten deels in het Fonds Economische Structuurversterking. Dat fonds werd na een tijdje de sinterklaas die dure wensenlijstjes van ministers buiten hun begroting in vervulling liet gaan: meer asfalt, meer spoor.

2 Wie controleert?

Geld lenen kost geld. Ook al krijgen beleggers een negatief rendement en is de schuld dus ‘gratis’, de Nederlandse staat moet de lening wel terugbetalen. Dat roept de vraag op: wie controleert of het geleende geld zinvol wordt besteed?

De Algemene Rekenkamer, die overheidsbestedingen controleert, deed eerder dit jaar onderzoek naar publieke investeringsfondsen. Een van de bevindingen was: er is een gebrek aan democratische controle op en verantwoording door die fondsbeheerders. Juist omdat het overheidsgeld in een apart zelfstandig fonds terechtkomt, met eigen directie en commissarissen, kunnen gekozen politici die fondsbeheerders niet ter verantwoording roepen.

Dat dreigt nu ook. Minister Wiebes wil, zei hij tegen Het Financieele Dagblad, dat „onafhankelijke experts” aan de knoppen zitten. Minister Hoekstra waarschuwde in NRC voor „de verleiding van politieke wensen”, pleitte voor toetsing van projecten door „externe expertise”, maar natuurlijk wel onder „democratische controle”. Dat wordt nog even puzzelen, zoals de Miljoennota eigenlijk al aankondigde. Wat doet de Kamer?

3 Investeren waarin?

Hét verschil met het FES en de landen met staatsinvesteringsfondsen is de status van het kapitaal. Zij hébben het ‘goud in de grond’, Nederland moet het geld lénen. Dat is bijna gratis en dat lijkt de ministers over de streep te hebben getrokken. Maar op die manier heeft Nederland het investeringsproces omgedraaid. Omdát er zoveel geld bij beleggers circuleert, moet de overheid dat wel aftappen om er iets nuttigs mee te doen. Maar wat? Wiebes gaat een plan schrijven.

Als burger verwacht je dat zo’n plan er permanent is: wat zijn dé maatschappelijk dringende projecten? Hoe financiert de overheid die? Want de rente is wel ultralaag, maar hij is jaren achtereen al historisch laag. Waarom zijn toen geen concrete plannen op een rijtje gezet? Geen fantasie? Somberheid over de economie? Als dat laatste klopt, is dit dan geen overreactie in de veronderstelling dat de bomen opeens wel tot in hemel groeien? Een stemming die kenmerkend is voor economische hoogconjunctuur?

De vraag is: wat is echt werk voor dit investeringsfonds? Waar laat de private sector steken vallen? waar kan de overheid het verschil maken?

Scholing. Maar dan anders. In zijn advies over de begroting is de Raad van State opvallend welwillend over het fonds. De Raad, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, hamert op urgentie en actief overheidsoptreden voor scholing en ontwikkeling tijdens ieders loopbaan. Het huidige onderwijsstelsel voldoet niet meer, zegt de Raad, „omdat iedere burger gedurende het arbeidsleven zich regelmatig zal moeten bij- en omscholen.” Geld voor leerrechten, omscholing en dergelijke kan geput worden uit een toekomstig investeringsfonds, liever dan de „huidige lappendeken van onsamenhangende en tijdelijke subsidieregelingen.”

Infrastructuur is een ander favoriet doel. Dan liever snel openbaar vervoer, zoals het lightrailplan in de Randstad dat bij gebrek aan uitwerking en financiering al jaren op de tekentafel ligt. Nog beter: een Europa omspannend net van snelle treinen als alternatief voor vliegen.