Opinie

Met Thomas Cook op bedevaartstocht naar Mekka

De Britse regering wilde uiteindelijk reisorganisatie Thomas Cook niet redden. Maar in de 19de eeuw werkten beide nauw samen, las Carolien Roelants.

Dwars

U volgt misschien de ondergang van Thomas Cook omdat uw reis naar de Balearen (Mallorca) of Rhodos niet doorgaat. Maar ik bleef hangen in zijn Midden-Oosterse geschiedenis. Al in 1869 organiseerde Thomas Cook vakantietrips naar Egypte en het Heilige Land (er was natuurlijk nog lang geen Israël). Binnen de kortste keren had de reisorganisatie er een hele reeks agentschappen, verspreid over het Britse koloniale rijk en vaak in nauwe samenwerking met de Britse heersers.

Zo ging Thomas Cook in 1886 Hadj-reizen organiseren. Ik leun op Dr John Slight uit Cambridge, die hiernaar onderzoek heeft gedaan (The British Empire and the Hajj: 1865-1956). De Britten regeerden een groot deel van de moslimwereld; de islam was de grootste godsdienst in het Empire. Iedere moslim moet ten minste eens in zijn leven op Hadj, de bedevaart naar de heiligste plaatsen van de islam in wat nu Saoedi-Arabië is. Het koloniale bestuur over India, het zwaartepunt van het Britse rijk, werd geconfronteerd met klachten van pelgrims. Ze werden uitgebuit, de omstandigheden waren onhygiënisch en op een haartje na was een boot vol Hadj-gangers vergaan.

Om zich een goede hoeder van de islam te tonen in de ogen van zijn islamitische onderdanen (en opstanden te voorkomen), riep het Britse bestuur Thomas Cook te hulp. Die werd de officiële reisagent voor de Hadj en zorgde voor boot, trein en wat er verder nodig was. Maar het werd commercieel geen succes. Al in 1893 staakte Cook zijn Hadj-reizen, die te veel verlies maakten. Zoals ze nu al hun reizen staken, misschien niet toevallig op een moment waarop wat rest van het Britse Rijk in elkaar lijkt te storten. Maar dit terzijde.

Ik keek ook nog even of die ontembare 20ste-eeuwse Britse reizigster Freya Stark tijdens haar zwerftochten door het Midden-Oosten hier of daar toevallig met Cook te maken had gekregen. En ja, zijn reisgids kwam op haar eerste expeditie aan de orde, in 1927/28 in het Franse mandaatgebied Syrië. Ze ging er met een vriendin en op muilezels op zoek naar de druzische minderheid wier rebellie zojuist keihard door de Fransen was neergeslagen. Typisch Stark, om te proberen langs achterweggetjes de autoriteiten te omzeilen.

Uiteindelijk werd ze door Franse officieren onderschept, die zij wijs maakte dat haar Cook-gids haar op dwaalsporen had gebracht. Aanvankelijk werden de twee dames gevangen gezet, maar Stark wist haar cipiers zo ver te krijgen dat ze hun reis mochten voortzetten. „Het grote en bijna enige gemak van het vrouw-zijn is dat we altijd kunnen voorwenden dommer te zijn dan we zijn, en dat niemand dan verbaasd is”, zei ze bij een soortgelijke gelegenheid.

Op 84-jarige leeftijd zakte Stark, inmiddels met een Damehood onderscheiden, nog op een speciaal voor de gelegenheid gebouwd vlot de Eufraat af door Syrië tot aan de Iraakse grens. Dit keer op een georganiseerde reis (jammer genoeg niet door Cook maar door de BBC samen met de Syrische televisie). Een van u, lezers, maakte me attent op het hilarische verslag van een andere Britse reiziger, Jonathan Raban, die daartoe samen met televisieploegen ingevlogen was. Er steken zandstormen op, een portret van president Assad sr. eindigt als paraplu, de hele expeditie dreigt te mislukken, en de enige die volstrekt kalm blijft is Freya Stark. „Die avond, die gonsde van plannen en post-mortems, hoorde ik Dame Freya’s stem helder uitklinken boven het rumoer: ‘De man die de omelet uitvond, moet een genie zijn geweest, denkt u niet?’” Fantastisch.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.