Leendert Schaap, oud commandant van de brandweer Amsterdam.

Foto Olivier Middendorp

‘Ik kreeg een mes in mijn rug. Zo simpel is het’

Leen Schaap | Interview Drie jaar lang streed brandweercommandant Leen Schaap tegen de normloosheid en gesloten machocultuur op de Amsterdamse kazernes. Nu zwaait hij af – tegen zijn zin.

Leen Schaap geeft een ferme klap op een gestreept boekje op zijn bureau. „Jongens, ik heb een dagboek bijgehouden.” Uit het boekje steken allemaal gele post-its: de ochtend van het interview heeft hij er sinds tijden weer in zitten lezen. „Wat me opviel, was hoe snel mij al duidelijk werd hoe volstrekt normloos het was in de kazernes. De korpsleiding had geen enkele positie. Sommige officieren gingen de kazerne in en uit via de brandtrap, zodat ze niet langs de mannen hoefden! Pure angst.”

Schaap bladert en begint te lezen. „Tijdens een overleg met bevelvoerders zegt een van de brandweermannen tegen me: ‘Als je vóór ons bent, dragen we je na vijf jaar overal heen waar je wil. Zo niet, dan worden het de loopgraven van Verdun.’” Schaap kijkt op. „Dit was na drie dagen!”

Hij bladert verder. „O ja, kijk hier. Een discussie over het belang van meer preventie door de brandweer. Zegt een leidinggevende op een kazerne: ‘Daar doe ik niet aan mee want dan komen er straks minder branden. En dat gaat ten koste van arbeidsplaatsen’”. Schaap schudt zijn hoofd.

Volgende post-it. „Hier, deze! Ik zat op een kazerne aan de koffietafel. Dan komen de heldenverhalen. De ploeg was in een appartement geweest voor een openhaardbrand. ‘Het was een heel duur appartement, met een witte vloer, en twee van die vieze homo’s erin’, vertelde een van de mannen. ‘Toen we hadden geblust, zeiden we: toch nog even onder die vloer kijken of er niets smeult. Dus ik met een kettingzaag een heel stuk eruit gezaagd. Natuurlijk zat er niets! En die homo’s zeiden nog bedankt ook!’” Schaap kijkt op uit zijn boekje. „Ze bulderden van het lachen. Amsterdamse humor, zeggen ze dan. Maar dit is opperste kwaadaardigheid.”

Maandag heeft Leen Schaap zijn laatste werkdag als baas van de Brandweer Amsterdam-Amstelland, het grootste en beruchtste korps van Nederland. Drie jaar lang bond hij de strijd aan met zijn manschappen om de gesloten machocultuur en normloosheid te doorbreken. Pesten, racisme, intimidatie en seksisme: hij zag het „op alle kazernes.” Zijn hardhandige pogingen om de organisatie te moderniseren, onder meer door afscheid te nemen van het omstreden 24-uursrooster, leidden tot een hevig conflict met de uitrukdienst – en zelfs tot meerdere doodsbedreigingen aan zijn adres.

Zijn vertrek is „zéér” tegen zijn zin, benadrukt Schaap. Hij werd weggestuurd door burgemeester Femke Halsema, die vindt dat een commandant die zó overhoop ligt met zijn mannen niet langer effectief leiding kan geven.

Van der Laan was volstrekt helder over wat hem te wachten stond in de kazernes

Het begon allemaal heel anders. In 2016 werd Schaap, oud-politieman, door Eberhard van der Laan gevraagd om leiding te geven aan de brandweer. Met de overleden Amsterdamse burgemeester had hij „een verbondje”, zegt Schaap. Twee mannen uit hetzelfde hout gesneden, volgens de commandant: recht door zee, afspraak is afspraak.

„Toen we mijn contract ondertekenden hebben we elkaar in de ogen gekeken en de hand gedrukt: wij gingen samen éíndelijk iets doen aan de verrotte cultuur bij de Amsterdamse brandweer. Onze onuitgesproken afspraak was duidelijk: wij laten elkaar nóóit vallen, wat er ook gebeurt. Ik wist: ik heb een bestuurder die achter mij staat en niet weg stapt als het spannend wordt.”

Van der Laan was volstrekt helder over wat hem te wachten stond in de kazernes, zegt Schaap. „Bij ons eerste gesprek, op het stadhuis, zei ik tegen hem: ‘Eberhard, het wordt één jaar vechten en dan twee jaar bouwen.’ Toen boog hij naar voren en zei vaderlijk: ‘Nee jongen, dit wordt drie jaar óórlog.’”

Lees ook: Geoefendheid Amsterdamse brandweer ‘absoluut niet op orde’

En oorlog werd het. Schaap nam de disciplinering van het korps voortvarend ter hand. Brandweerlieden die zich misdroegen, werden zonder pardon ontslagen. De zonnebanken en opgeslagen caravans moesten weg uit de kazernes. En de commandant zette de aanval in op wat hij noemt de „goudgerande arbeidsvoorwaarden”. In het bijzonder de 24-uursdienst, die de Amsterdamse brandweerlieden door de vele compensatiedagen in staat stelt er een tweede of derde baan op na te houden. „Het was allemaal onbespreekbaar. De cultuur was: de werkvloer bepaalt, de korpsleiding moet zich er niet mee bemoeien. Het was arbeiderszelfbestuur.”

Net toen Schaap goed op stoom begon te raken, volgde een onheilstijding: Eberhard van der Laan was ongeneeslijk ziek. „Vreselijk voor hem en zijn gezin. Daarnaast besefte ik dat ons verbondje uit elkaar zou vallen. Dat ik alleen zou komen te staan in dit gevecht.”

In de maanden na Van der Laans dood escaleert het conflict tussen Schaap en de werkvloer zodanig, dat hij tot twee keer toe aangifte doet van doodsbedreigingen. Als steunbetuiging en duidelijk signaal aan de uitrukdienst verlengt interim-burgemeester Jozias van Aartsen het contract van de commandant voortijdig met drie jaar.

Komt er een nieuweling, dan is er eerst een charmeoffensief. Werkt dat niet, dan volgt de valse emotie

Maar dan treedt Femke Halsema aan. In haar eerste gesprek met Schaap stelt de nieuwe burgemeester voor om generaal Peter van Uhm, oud-commandant der strijdkrachten, een externe analyse te laten maken van de Amsterdamse brandweer. „Halsema zei tegen me: ‘Het is fantastisch wat je allemaal doet. Van Uhm gaat alleen kijken hoe we het proces van professionalisering kunnen versnellen.’ Dat heeft me over de streep getrokken.”

Op de kazernes, zegt Schaap, deden ze vanaf dag één hun uiterste best om Van Uhm in te pakken. Hij gaat er even voor zitten. „Het gaat bij de Amsterdamse brandweer altijd als volgt. Komt er een nieuweling, dan is er eerst een charmeoffensief. Werkt dat niet, dan volgt de valse emotie.” Schaap zet een Amsterdams accent op: „’Wij moeten iedere dag een kind onder de tram vandaan halen.’ Ze misbruiken hun reputatie als helden. Als je daar niet gevoelig voor bent, komt de intimidatie. En als je daar óók niet voor zwicht, beland je in fase vier, die mij ten deel is gevallen: bedreigingen.”

Werkte het charmeoffensief bij Van Uhm?

„Ja, totaal. ‘Leen’, zei hij in ons eerste gesprek. ‘als het oorlog wordt, zou ik deze mannen als korporaal willen hebben.’ Van Uhm vertelde me trots: ‘Dan kom ik op een kazerne en dan ligt daar een grote kleurenfoto van mij in uniform. Fantastisch.’”

Wanneer realiseerde u zich: het rapport-Van Uhm wordt de stok om mij mee te slaan?

„In november vorig jaar hoorde ik uit zeer goede bron dat er al een opvolger was benaderd. Dat was Tijs van Lieshout, die deze week begint als commandant. Toen ik dat hoorde, was Van Uhm nog bezig met zijn rapport.”

Heeft u Halsema geconfronteerd met die kennis?

„Nee.”

Waarom niet? U bent recht door zee.

„Dat klopt, maar ik dacht: je gaat het mij niet flikken om mijn contract te verlengen en een paar maanden later een ander naar voren te schuiven.” Hij zucht. „Ik dacht: moet ik weg? Dan hoor ik het graag, uit jouw mond.”

En, wanneer kwam het voor het eerst ter sprake in jullie gesprekken?

Schaap valt even stil. „Ik heb contractueel afgesproken met Halsema dat ik niet te veel zeg over mijn vertrek. En dat we elkaar heel laten in de publiciteit. Dus als ik nu ga vertellen over die gesprekken, pleeg ik contractbreuk.”

Cruciaal voor u: van uw ‘verbondje’ met het stadhuis was niets over.

„Helemaal niets. Publiekelijk was er steun van deze burgemeester, maar ondertussen kreeg ik een mes in mijn rug. Zo simpel is het.”

Lees ook: De val van een ijzeren commandant

Is er ook iets wat u zichzelf verwijt?

„Ik wist dat deze vraag zou komen dus ik heb daar lang over nagedacht. Iemand raadde me ook aan: verzin nou iets, want anders lijkt het alsof je jezelf onfeilbaar vindt.” Schaap is een moment stil en zegt dan: „Het enige wat ik mezelf verwijt, is dat ik niet scherp ben geweest op de komst van Van Uhm. Toen hadden alle alarmbellen moeten afgaan.”

Dat is het enige?

„Ja. Ik vind niet dat ik te streng ben geweest tegen de mannen, of te bot. Gezien de ervaringen uit het verleden móést ik wel de weg kiezen van normeren. Al mijn voorgangers hebben geprobeerd te verbinden. Maar in deze organisatie betekent dat: de korpsleiding geeft alles wat ze heeft, de mannen van de uitrukdienst nemen het in ontvangst – en er komt niets voor terug. Er is geen enkele wederkerigheid in deze organisatie.” Met een vies gezicht: „Verbinden, wat deze burgemeester zo graag wil, betekent de mannen weer meer ruimte geven. Maar die misbruiken ze meteen.”

In hoeverre speelde uw eigen integriteit een rol bij uw vertrek? U nam als politieman concertkaartjes aan van de inmiddels ontslagen Amsterdamse commissaris Ad Smit.

„Ik hoorde dat de burgemeester daar erg mee in haar maag zat. Dat helpt natuurlijk niet.”

Op het Amsterdamse stadhuis is de analyse: Schaap is met al die ruzies afgedaald tot het niveau van de uitrukdienst. Daarmee heeft hij zijn eigen gezag ondergraven.

„Dat verhaal ken ik. Ik heb de keuze gemaakt om die mannen te confronteren, soms op hun eigen wijze. Soms, als ze tegen me stonden te schelden in de kazerne, sloeg ik terug: ‘Ik vind jou óók een hufter!’ Dat kwam wel over.”

Uiteindelijk is de conclusie na drie jaar toch: de mannen op de kazerne hebben gewonnen.

„Absoluut. De dag nadat Halsema mijn vertrek bekendmaakte, stond er in De Telegraaf een foto van brandweerlieden met feesthoedjes op. Dat zegt alles.”

Als je een rookmelder hebt kun je gerust gaan slapen. Die redt meer mensen dan de brandweer.

Uw vriendin gaf vorige week op Facebook een inkijkje in uw werk („een langgerekte veldslag”), jullie leven („tal van bedreigingen”) en deelde haar conclusie: „De zwakste schakel was de ruggegraat van de burgemeester”. Is dat een goede samenvatting?

„Mijn vriendin is een heel slimme en zelfstandige vrouw. Dit is haar weergave en daar hoeft zij mij geen toestemming voor te vragen. Ik vind er natuurlijk iets van maar ik kan daar contractueel niks over zeggen.”

Is dat de reden dat zij dit naar buiten bracht?

„Nee.” Schaap neemt een slok koffie. „Kijk, zij heeft er niet voor gekozen om in deze oorlog te stappen, maar heeft er wel drie jaar lang ontzettend veel last van gehad. Dus ik begrijp dat ze dit schrijft. Maar het was geen opzetje.”

Het zijn de spaarzame momenten in het gesprek waarop Schaap zijn woorden weegt. Over de problemen bij het korps praat hij daarentegen graag. Neem de geoefendheid van de manschappen. Die is „absoluut niet op orde”, zegt Schaap op basis van „eigen waarneming”. Hij wijst op de feiten in het rapport-Van Uhm. „Van alle 75 bevelvoerders op de kazerne heeft slechts een derde meegedaan aan een assessment om beter te worden. En van de bevelvoerders die wel meededen, wenst een deel ook nog het resultaat voor zich te houden.” Daar komt „het anarchisme op de kazernes” nog bij, zegt Schaap. „Het niet accepteren van leiding, van elk gezag, resulteert in onnodige fouten en schade bij het blussen. Dat staat ook zo in verschillende evaluatierapporten.”

„Als brandweer voldoen we aan onze taak, maar we moeten góéd zijn in onze taak. De mannen zitten op de kazernes, af en toe gaat de bel - let wel: héél af en toe – en dan rennen ze naar buiten. Als ze klaar zijn met blussen, gaan ze terug en gaat de deur weer dicht. Deze brandweer staat nog altijd te veel met zijn rug naar de stad.”

Kan iedereen in Amsterdam gerust gaan slapen?

„Als je een rookmelder hebt wel. Die redt meer mensen dan de brandweer.”

De problemen die Schaap aantrof, zegt hij, zijn „absoluut niet” exclusief Amsterdams. „Ik ben wel de eerste die er écht tegen durfde te strijden. Maar hoe vaak ik niet ben aangesproken door brandweercollega’s in het land met dezelfde problemen… En brieven en mails die ik krijg, bijvoorbeeld van het korps in Zeeland. In Rotterdam en Den Haag speelt, in iets mindere mate, exact hetzelfde. Maar iemand moet wel de kat de bel aanbinden.”

Wat is dé oplossing?

„De brandweer privatiseren. Dan heb je een organisatie die commercieel wordt gestuurd en niet langer zo ongelooflijk ineffectief is door de macht van de gestaalde kaders. Je zou de kosten, in de regio Amsterdam nu jaarlijks 92 miljoen euro, met 30 miljoen kunnen reduceren. Daar ben ik van overtuigd. In Denemarken heb je een grotendeels private brandweer, en dat werkt prima. Het is niet zo’n ingewikkeld vak, hè?”

Luister ook naar de aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag over de oorlog binnen de Amsterdamse brandweer.

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.