Opinie

Goor

Marcel van Roosmalen

Ik moest aan Ben Cramer denken, niet alleen zanger van ‘De clown’ maar ook van het magistrale ‘Ik Ben Cramer ben’, waarin hij zijn eigen Werdegang bezingt. Op zijn hoogtepunt haalde hij moeiteloos driehonderd optredens per jaar, wat nieuwsgierig maakte naar het leven achter dat leven.

Het kwam omdat hij een kleine bijdrage had geleverd aan de theatertour Dit is Nederland waarmee ik met fotograaf Jan Dirk van der Burg en radiopresentator Roelof de Vries sinds kort door het land trek.

Zaterdagavond stonden we in theater De Reggehof in Goor, een plaats waar je tot het inzicht komt dat het artiestenvak ook een schaduwzijde heeft.

De timing was wat ongelukkig. Aan de andere kant van het land kwam de vriendin terug van vakantie. De laatste dag als alleenstaand ouder was voorspoedig verlopen. Ik had de dochters ’s morgens naar hun oma gebracht zodat ik de tijd had om het huis te poetsen, want dat was me van alle kanten ongevraagd ingefluisterd: zorg dat het schoon is als ze thuiskomt.

Ze belde toen ik in bar bistro D’olde Smitse in Goor een stuk entrecote probeerde door te snijden.

Nou ze was weer thuis, de kinderen ook hoorde ik want op de achtergrond sneuvelde een vaas. Het was toch wel een hele overgang van een luxe hotel in het weldadig warme Griekenland waar het personeel met een schepnetje zeewier voor je uit de zee viste naar de zeef van onze kattenbak.

Alsof ze niet in een vliegtuig maar in een tijdmachine had gezeten en was thuisgekomen in een middeleeuws huishouden waar ze maar meteen een lap over het aanrecht en de tafels had gehaald en waar een of andere gek die op het moment van spreken ‘feest zat te vieren’ in Goor de mooiste jurkjes van zijn dochters op zestig graden had gewassen waardoor ze niet meer pasten.

Het was niet de plaats en het moment om tegengas te geven, maar ik bracht toch in dat ik extra vroeg was opgestaan om alles te poetsen, dat ik afwasmiddel in het toilet had gespoten en dat er in de gang een krat van Albert Heijn met boodschappen stond.

„Die met een zak chips en kattengrit?”

„Ik sta in de regen in Goor”, zei ik, „de rest zit binnen. Ze eten al mijn frietjes op.”

We spraken elkaar pas weer de volgende ochtend.

Het was nog steeds mistig in haar hoofd vanwege de overgang van Mykonos naar ‘de dienst’ thuis, wat hielp was dat ze al mijn sokken die ze in de huiskamer had gevonden had weggegooid.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.