Exotische obligaties voor dat ene stukje rendement

Deze rubriek belicht beursontwikkelingen die in de belangstelling staan. Deze keer: obligaties.

Het was vorige week feest op het Zuid-Afrikaanse ministerie van Financiën. In één klap werd 5 miljard dollar (4,57 miljard euro) opgehaald met de uitgifte van staatsobligaties. Aanvankelijk was het plan om voor omgerekend 4 miljard dollar uit te schrijven, maar toen bleek hoe groot de interesse in Zuid-Afrikaans schuldpapier was, werd het geleende bedrag met nog eens een miljard dollar opgehoogd. Het resultaat was de grootste obligatie-uitgifte ooit in Sub-Sahara Afrika.

Steeds meer obligatiebeleggers wijken uit naar opkomende markten. Met de huidige rentestanden is lenen zo goed als gratis voor landen die tot de emerging markets gerekend worden. Zuid-Afrika is dan ook niet de enige die zich op de kapitaalmarkt meldt.

Het emiraat Abu Dhabi bracht begin september voor omgerekend 10 miljard dollar aan obligaties op de markt, nadat vorig najaar Kazachstan nog ruim een miljard dollar ophaalde. Ondanks de lage rating van internationale kredietbeoordelaars werd de obligatie ruim vier keer overtekend. Ook Ecuador en Pakistan maakten bekend met nieuwe obligaties te komen.

Bekende veilige havens als de Duitse, Zwitserse en Japanse staatsobligaties kósten inmiddels geld. De Duitse effectieve tienjaarsrente werd in juni voor het eerst in de geschiedenis negatief – die van Zwitserland en Japan waren dat al. Ter vergelijking: de obligaties die Johannesburg vorige week uitgaf, hadden een couponrente van 4,85 procent voor tien jaar en 5,75 procent voor dertig jaar.

Het is dan ook geen verrassing dat opkomende markten het beter deden dan die van ‘brede’ markten, zo zegt portfoliomanager Thomas Kalsbeek van vermogensbeheerder OHV, die zich toelegt op obligaties. „In hun constante zoektocht naar rendement zijn beleggers nu bij de opkomende markten aanbeland.”

Schuldpapier van opkomende economieën staat van oudsher te boek als relatief risicovol. De kans op wanbetaling is door de politieke of monetaire situatie groter dan bij ‘ontwikkelde’ landen, waardoor er ook een hogere rente wordt geboden voor een stukje schuld.

Vaak ontstaan de problemen als landen een groot deel van hun staatsschuld in buitenlandse valuta hebben uitstaan. „Argentinië en Turkije lenen bijvoorbeeld relatief veel in dollars omdat daar meer aanbieders van zijn, wat het makkelijker maakt om te lenen,” aldus Kalsbeek. „Het punt is: schulden in Turkse lira kunnen ze in Ankara aflossen door geld bij te drukken, maar voor schulden in dollars kan dat niet. Als de Turkse munt in waarde daalt, wordt de dollarschuld ook duurder – je hebt immers meer lira nodig om die af te lossen. Dan kan het ineens heel spannend worden.”

Ook de politiek kan roet in het eten gooien, zo bleek in Argentinië. De rente steeg daar scherp na een onverwachte verkiezingsuitslag. „Internationale beleggers werden op het verkeerde been gebracht door het verlies van president Mauricio Macri door zijn rivaal Alberto Fernandez – die nu de populist speelt en belooft om het hard te spelen tegen het IMF”, schrijft analist Jose Garcia-Zarate van Morningstar in een analyse.

Toch lijken beleggers deze risico’s voor lief te nemen. En dat gaat volgens Kalsbeek goed zolang de ECB haast zonder limiet obligaties blijft opkopen. „Prettig voor Italië bijvoorbeeld, waar de tienjaarsrente nu 0,84 procent is. Dat was ooit nog 7 à 8 procent. Maar zodra de ECB laat weten dat ze het opkoopprogramma gaat afbouwen, komen er ineens veel obligaties op de markt – waardoor de rente kan stijgen. Dan zal blijken hoe sommige bedrijven en landen er écht voorstaan en of ze zich nog wel kunnen herfinancieren.”