Opinie

De canard van het jaar

Frits Abrahams

Op woensdag 14 augustus ruimde De Telegraaf drie pagina’s in voor een primeur over de zoon van Amsterdams burgemeester Femke Halsema. Op de voorpagina prijkte een grote foto van een bezorgd kijkende Halsema met daarnaast in zwarte letters de hoofdkop: „Halsema pijnlijk getroffen”.

De bovenkop en onderkop luidden: „Zoon van burgemeester gearresteerd na gewapende inbraak” en „Onvrede binnen politie en justitie over ‘doofpot’”. De berichtgeving was verricht door de verslaggevers John van den Heuvel en Wouter de Winther. Zij vermeldden dat op de vluchtroute van de jongens een alarmpistool was gevonden en dat de jongens ook twee messen, door de politie gevonden op de woonboot, „kennelijk als wapen hadden meegenomen”.

De volgende dag brengt De Telegraaf nog eens anderhalve pagina over deze zaak met reacties en een verdedigende column van De Winther, plus een aan de affaire gewijde lezersrubriek. De Winther vindt „dat het incident echt wel van een veel serieuzer niveau is dan het ‘kattenkwaad’” en dat „de raadsman doet wat van hem verwacht wordt: hij verdedigt zijn cliënt en bagatelliseert de ernst van het delict”. Verder noemt De Winther het „een ernstige zaak” dat „politiemensen” vermoeden „dat de zaak onder de pet zou worden gehouden vanwege de baan van moeder Halsema”.

We kennen nu de afloop. Justitie zal de zoon niet vervolgen, hij krijgt mogelijk via bureau Halt een taakstraf voor het dragen van een onklaar gemaakt gas/alarmrevolver. Het OM constateerde geen braak, inbraak of diefstal. (Van het bezit van messen is de zoon door justitie nooit beschuldigd.) Of vader Halsema, eigenaar van de revolver, voor verboden wapenbezit zal worden vervolgd, is nog niet bekend.

Ik was benieuwd hoe De Telegraaf op deze ontnuchterende afloop zou reageren. Maar De Winther heeft er nog geen nieuwe column aan gewijd, en de hoofdredacteur zweeg er zaterdag over in zijn rubriek „In het vizier – de week van de hoofdredacteur”.

Wel bracht De Telegraaf vrijdag een verslag van het Amsterdamse raadsdebat over deze zaak. Daarin lag de nadruk op kritische vragen van ‘diverse gemeenteraadspartijen’ over de houding van de burgemeester. Ook plaatste de krant weer enkele voor Halsema ongunstige lezersreacties.

Alles bij elkaar genomen is er van de scoop van De Telegraaf zo goed als niets overgebleven. De primeur bleek een canard – de canard van het jaar. De ‘gewapende inbraak’ was niet veel meer dan uit de hand gelopen kattenkwaad. De woonboot was een verlaten geval waarop de jongens wat met brandblussers hadden geklierd. De Telegraaf had dus ten onrechte in zijn berichtgeving gesuggereerd dat de jongens, tot de tanden gewapend, zich met geweld toegang hadden verschaft tot een afgesloten locatie. De andere pijler van de ‘scoop’ was de suggestie van een doofpot; ook die heeft De Telegraaf niet kunnen waarmaken.

Elke krant kan zich vergissen. Dat is het punt niet, al is het wel betreurenswaardig dat in dit geval een 15-jarig kind er de dupe van werd. Het wordt pas bedenkelijk als een krant geen zelfkritiek heeft en haar fouten probeert te verdoezelen. Dan wordt zo’n krant een slechte verliezer, die de indruk wekt dat de verslaggeving over een bepaalde persoon niet wordt ingegeven door onweerlegbare feiten, maar door afkeer en rancune.