Red de wereld, eet anders

Eten Duurzaam is niet altijd gezond en andersom. Maar wie alle voedingsadviezen volgt, doet al veel voor de planeet. Wat krijgt consumenten zover?

Foto-illustratie Inge Trienekens

Een puntenwolk vertelt soms een heel verhaal. Neem de wolk van Sander Biesbroek. De meeste mensen zitten midden in de wolk: ze eten te weinig groente en fruit en te veel vlees. Hoe slechter ze scoren op de richtlijnen voor goede voeding, hoe groter de ecologische voetafdruk van hun voedingspatroon. Gemiddeld. Want links onder de wolk bungelt nog een puntje. Het maakt nieuwsgierig naar de mensen erachter. Een paar veganisten misschien, die leven op een dieet van cola en patat met ketchup? Weinig uitstoot, niet zo gezond.

Als die hele wolk een klein stukje naar rechts zou opschuiven, zou dat een enorme winst opleveren, voor de gezondheid en voor het milieu. Sander Biesbroek (1988) heeft rond die puntenwolk bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een proefschrift van 238 bladzijden geschreven. Healthy and Sustainable Diets. Hij promoveerde 17 september.

Wat eten Nederlanders? Hoe duurzaam is dat? En wat kunnen we doen om zowel gezonder als duurzamer te eten?

Bijzonder aan zijn onderzoek is dat hij data kon gebruiken van 40.000 Nederlanders die twintig jaar zijn gevolgd, terwijl tot nu toe alleen het eetpatroon van Nederlanders op een bepaald moment bekend was. Deze 40.000 mensen deden mee aan een Europese studie naar kanker en voeding (EPIC-NL). Er is bijgehouden hoe gezond ze waren, wanneer ze ziek werden of dood gingen. Aan het begin en in 2015 rapporteerden ze wat ze aten.

Een verband tussen de milieu-effecten van voeding en het risico op sterfte vond Biesbroek „jammer genoeg” niet: hij kan niet concluderen dat mensen met een duurzaam voedingspatroon langer leven. En hoewel het voedingspatroon in de loop der jaren wel iets gezonder is geworden – met de nadruk op ‘iets’, want niemand haalt de aanbevelingen van de Gezondheidsraad – ging dat niet samen met een lagere milieu-impact. „De consumptie van vis en kip is iets toegenomen”, zegt Biesbroek. „maar die van rood vlees en bewerkt vlees – worst, vleeswaren, et cetera – bleef ongeveer gelijk.”

En vlees, voor wie het nog niet wist, steekt qua milieubelasting ver boven alles uit. Voeding – van productie en vervoer tot verspilling – is voor een kwart verantwoordelijk voor de uitstoot, ruim een derde daarvan komt voor rekening van vlees, terwijl vlees in gewicht maar 3,6 procent van onze dagconsumptie is.

Rijst of aardappel

„Een gezonder voedingspatroon is niet noodzakelijkerwijs duurzamer. En duurzamer is niet altijd gezonder”, zegt Biesbroek. „Cola stelt qua CO2-uitstoot niet zo veel voor: suiker, water en een meestal recyclebare fles, veel meer is het niet. Maar het is duidelijk dat het niet in een gezond voedingspatroon past.” Zilvervliesrijst is in Nederland minder duurzaam dan aardappel. Snoep kan voor minder landgebruik en uitstoot zorgen dan noten. Vis is ingewikkeld. Eet een keer per week vis, is nu het advies. Want vis, vette vis, is goed voor hart en bloedvaten. „Dat kan gemakkelijk geïnterpreteerd worden als: minstens één keer per week, hoe meer hoe beter. Terwijl overbevissing een serieus probleem is.”

Ook zuivel is een interessante categorie, zegt Biesbroek. Zuivel bevat onder meer eiwit, vitamine B2 en B12 en calcium. De Gezondheidsraad schrijft dat de consumptie van zuivel samenhangt met een lager risico op darmkanker en die van yoghurt met een lager risico op diabetes. „De meeste gezondheidswinst zit tussen de twee en drie porties per dag. Als je erboven zit, zou iets minder zuivel, en vooral iets minder kaas, een stuk beter zijn voor het milieu en net zo gezond.”

Alleen van groente kun je moeilijk te veel eten. Als Nederlanders meer plantaardig gaan eten, neemt de milieu-impact daarvan wel een beetje toe, maar de voetafdruk van een avocado valt nog steeds in het niet bij die van biefstuk. En voor één glas koemelk kun je misschien wel drie glazen sojamelk drinken.

In zijn onderzoek lichtte Biesbroek de groep eruit die voornamelijk plantaardig at. Hij zag niet alleen dat ze gezonder en duurzamer aten dan gemiddeld, maar ook dat ze minder calorieën binnen kregen. Het Westerse eetpatroon kenmerkt zich vooral door ‘te veel’. „Als we allemaal wat minder eten, is er simpelweg minder voedsel nodig.”

Opmerkelijk, dat hierover nauwelijks iets staat in de officiële voedingsadviezen. De Nederlandse richtlijnen definiëren ‘goede voeding’ als gezonde voeding, niet als duurzaam. In een aanvulling schrijft de Gezondheidsraad dat een aantal aanbevelingen ook ecologische winst oplevert, maar het woord ‘duurzaam’ komt in de richtlijnen zelf niet voor. „Kleine aanpassingen maken al verschil”, zegt Biesbroek, „door bij groente en fruit bijvoorbeeld toe te voegen: bij voorkeur seizoensproducten.”

De FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN) kwam in 2016 tot de conclusie dat er maar vier landen zijn die duurzaamheid echt geïntegreerd hebben in hun richtlijnen: Duitsland, Brazilië, Zweden en Qatar. Zij adviseren expliciet om voor het milieu zo veel mogelijk plantaardig te eten, waarbij het Zweedse ‘Livsmedelsverket’ ook nog beschrijft welke groenten en fruit je het beste kunt kiezen.

Nog verder dan die nationale voedingsadviezen gaat het dieet dat het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet in januari presenteerde: niet meer dan 43 gram vlees (meest kip) per dag, 250 gram zuivel, 300 gram groente en 200 gram fruit. Een advies dat de wereld bereikte met het frame: ‘één hamburger per week om de planeet te redden’. ‘Drastisch’ en ‘radicaal’ werd het dieet in de media genoemd.

Het liet zien dat een duurzaam voedingspatroon nog ver van ons bord ligt. Nederlanders eten per dag gemiddeld 98 gram vlees, 333 gram zuivel, 143 gram groente en 113 gram fruit. Biesbroek: „Eén hamburger per week klinkt voor veel mensen zo ver weg, als dat de richtlijn wordt ben je de meeste Nederlanders meteen kwijt.”

Maar wie nog eens kijkt: zo ver ligt dat ophefmakende Lancet-dieet niet van de Nederlandse richtlijnen. Wel fors meer groente, maar nauwelijks minder vlees en zelfs bijna twee keer zo veel vis. „Wie de Nederlandse richtlijnen volgt, eet al veel duurzamer dan we nu gemiddeld doen”, zegt Biesbroek.

Vlees flink duurder

De kans dat we daar uit eigen beweging uitkomen lijkt vrij klein. In 2018 aten we zelfs meer vlees dan in de jaren ervoor, bleek vorige week uit Wagenings onderzoek. Wat kan werken als we ons niet naar de groenteafdeling laten nudgen?

Simpel gezegd: vlees flink duurder maken. Sander Biesbroek laat in zijn proefschrift zien hoeveel maatschappelijke winst een prijsstijging van 15 of 30 procent kan genereren – van milieuwinst tot dalende zorgkosten . Met veel slagen om de arm liggen de baten over dertig jaar tussen de 4,1 en 12,3 miljard. Een subsidie van 10 procent op groente en fruit zou tussen de 1,8 en 3,3 miljard opleveren, berekende hij.

Lees ook: Voor het klimaat kun je beter kip dan kaas eten

Een hogere btw op vlees heeft alleen effect als consumenten het merken bij de kassa. „Een paar procent voel je waarschijnlijk niet. Flinke prijsstijgingen, zoals bij sigaretten, hebben wel effect.” En juist omdat het pijn doet, moet de noodzaak goed worden uitgelegd. „Als de overheid laat zien dat de inkomsten van een vleesbelasting niet op de grote hoop gaat, maar bijvoorbeeld in een subsidie voor groenten en fruit wordt gestoken of in verduurzaming van de landbouw heb je een beter verhaal.”

Zo’n forse prijsmaatregel is, hoewel er geregeld stemmen voor opgaan, (nog) geen realistisch scenario, weet Biesbroek. Het is ook geen pleidooi van het RIVM, benadrukt hij, om een vleestaks in te voeren. Duidelijk is wel: „Een subsidie werkt beter dan een belasting, want een prijsverhoging geeft mensen al snel het gevoel dat er iets van hen wordt afgepakt.”