Het lichaam van Mathieu van der Poel weigerde domweg dienst

WK wielrennen Mathieu van der Poel was de topfavoriet in de wegwedstrijd in de kou en de regen van Yorkshire. Maar na ruim vijf uur rijden ging bij hem het licht uit. Mads Pedersen won de wereldtitel.

Uitgeput komt Mathieu van der Poel over de finish na een teleurstellend WK in Yorkshire.
Uitgeput komt Mathieu van der Poel over de finish na een teleurstellend WK in Yorkshire. Foto BAS CZERWINSKI/ANP

De topfavoriet voor de regenboogtrui en volgens velen de meest complete fietser van zijn generatie, debutant op een WK wielrennen voor volwassen mannen nota bene, leek zijn rol glansrijk waar te gaan maken toen hij na bijna 230 kilometer en ruim vijf uren ploeteren door slagregens en wind op Oak Beck Road te Harrogate een tempoversnelling plaatste die maar een handvol van zijn tegenstanders tandenknarsend kon pareren, mannen die hij op papier stuk voor stuk de baas moest kunnen bovendien. Hij had er uren op moeten wachten, maar nu kon hij los. Zijn zwarte regenjack had hij uitgetrokken, te vroeg misschien, want aan een ploegmakker liet hij kort daarvoor weten het koud te hebben, en daarom harder te willen rijden.

Andere wielrenners van faam hadden bij dit Britse beestenweer al te diep in hun energievoorraden moeten tasten, ze waren blij dat ze niet huilend langs de kant van de weg stonden, of niet bevend afdropen zodra ze de finishplaats voor het eerst in het zicht kregen. Dát lot was niet de minsten beschoren, zelfs taaie oud-kampioenen moesten de wedstrijd ontdaan van eer en glorie vroegtijdig beëindigen – Philippe Gilbert weende na een valpartij, Alejandro Valverde had niets te zoeken in een „wedstrijd voor dwazen”, zei hij gedoucht en wel. Voor het gros van het peloton was dit WK véél te nat en véél te koud. Slechts 46 van de 196 haalden de finish. Het merendeel was mentaal geknakt of fysiek gebroken.

King Mathieu

Maar hoewel Mathieu van der Poel (24) vooraf had gezegd niet uit te kijken naar een urenlange geseling in de regen, was hij het die in de slotfase van zijn eerste WK toch gewoon op kop reed dus. In krachtige halen sleurde hij zijn frame voorbij zijn eigen beeltenis, die zijn fans met witte spuitverf tientallen keren op het asfalt hadden gekalkt – ‘King Mathieu’ stond eronder, en die bijnaam paste hem. Hij leek de koning in de koers, de wereldtitel lag voor het grijpen. Ter voorbereiding op een laatste krachtsexplosie ritste hij zijn windstopper open, bij het ingaan van de laatste ronde fladderde het doorweekte textiel achter hem aan. Even schudde hij met zijn hoofd, alsof hij zichzelf bij de les wilde houden, de doffe pijn van zijn verkleumde spieren mocht de overhand niet krijgen.

Lees ookde column van Wilfried de Jong over het WK van Mathieu van der Poel

De weg kroop vals plat omhoog richting Beckwithshaw, mensen stonden in rijen voor hun huizen en onder hun paraplu te juichen, toen zelfs het lichaam van Mathieu van der Poel een grens had bereikt, en zeer abrupt tot weinig meer in staat bleek, in feite domweg dienst weigerde. De drie die hij tot daarnet nog zijn wil had opgelegd reden zomaar meters bij hem weg, en het enige wat hij nog kon doen was als de bliksem naar een lichter verzet terugschakelen en het hoofd buigen. Zijn gezicht was rood aangelopen, zijn ogen kneep hij dicht. Toeschouwers duwden nog, maar hij kwam niet meer vooruit. De krachten waren weggevloeid. „Het was op”, zei hij na afloop. In de woorden van bondscoach Koos Moerenhout: „Hij kon geen boe of bah meer zeggen.”

De Deen Mads Pedersen viert zijn verrassende wereldtitel in Harrogate. Foto NIGEL RODDIS/EPA

De laatste kilometers duurden lang, Van der Poel kon bij niemand nog aanpikken, maar hij wilde per se de finish halen. En zo eindigde de topfavoriet als 44ste, op bijna elf minuten van zijn Deense generatiegenoot Mads Pedersen, die verrassend wereldkampioen werd. Hij had vooraf getekend voor brons, maar het werd veel meer dan dat. De Italiaan Matteo Trentin won zilver, de Zwitser Stefan Küng brons. Die drie bleken het best bestand tegen wind, regen en koude.

Opgezwollen gezichten

Renners die de finish haalden lieten zich volledig uitgeput in folie wikkelen en kregen een droge handdoek om hun nek. Door het vele vocht waren hun gezichten opgezwollen. Ze keken uit hun bloeddoorlopen ogen alsof ze dagen niet hadden geslapen en stonden klappertandend de pers te woord. Zo ongenadig koud was het geweest.

Mathieu van der Poel beefde een half uur na de finish én na een douche nog steeds. Hij sprak van een slopende wedstrijd, die goed verliep, tot het ineens niet meer ging. Hij zat in het groepje waar hij moest zitten, had grote namen achter zich gelaten, maar kon pardoes geen trap meer doen. Een hongerklop, zo leek het, maar op zijn voeding had hij nou juist goed gelet. Dat kon het haast niet zijn. Teamgenoot Niki Terpstra zei dat hij met dit barre weer eten en drinken soms gewoonweg vergat, omdat hij té geconcentreerd in de wedstrijd zat.

Nee, Van der Poel had vooral last van de kou gehad, ondanks zeven lagen kleding. Hij raakte langzaam maar zeker uitgewoond, na zo’n beetje 250 kilometer was dit nog wat er in zijn lichaam zat. En dus was er berusting. Hij was niet goed genoeg voor de titel, maar vond wel dat hij een mooie koers had gereden. Friet was zijn beloning. Twee borden. Dat mocht ook wel na zo’n slijtageslag.