Het ging Marianne Thieme nooit om politieke resultaten

Profiel Marianne Thieme maakte als boegbeeld van de Partij voor de Dieren 24 verkiezingscampagnes mee. Bij iedere verkiezing won haar partij electoraal terrein. Zondag kondigde ze haar vertrek aan, zonder uitleg van de reden.

PvdD-leider Marianne Thieme tijdens een protest in Den Haag.
PvdD-leider Marianne Thieme tijdens een protest in Den Haag. Foto Piroschka van de Wouw/Reuters

Ze gaat het zelf niet meer meemaken, de behandeling van haar initiatiefwet om ritueel slachten tegen te gaan. In 2012 sneuvelde in de Eerste Kamer het eerste ontwerp voor zo’n wet dat Marianne Thieme had gemaakt. Vorig jaar diende de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren (PvdD) er opnieuw eentje in. Dat komt pas volgend jaar op de agenda en zal dan moeten worden verdedigd door Esther Ouwehand, haar opvolger als fractievoorzitter. Zondag maakte Thieme haar vertrek uit de Tweede Kamer bekend.

Het streven van Thieme naar een verbod op ritueel slachten loopt als een rode draad door de geschiedenis van de Partij voor de Dieren. Bij de oprichting in 2002 werd de toen 30-jarige Bont voor Dieren-medewerkster Thieme het boegbeeld van de partij en dat bleef ze ook al die jaren.

De PvdD was niet de eerste politieke dierenpartij ter wereld, maar kwam in 2006 wel als eerste in een nationaal parlement, destijds met twee zetels. Inmiddels zijn er wereldwijd negentien dierenpartijen en de Nederlandse partij is nog steeds het paradepaardje.

Sinds 2017 boekte de Partij voor de Dieren de ene verkiezingswinst na de andere: van een tweekoppige naar een vijfkoppige fractie in de Tweede Kamer in 2017, een verdriedubbeling van het aantal raadszetels bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 en zetels in alle provincies bij de Provinciale Statenverkiezingen in 2019.

Of die electorale successen ook leidden tot aantoonbaar politiek resultaat in de Tweede Kamer was voor Thieme niet zo relevant. Groeiend bewustzijn in de politiek over dierenwelzijn en subtiele invloed is wat de PvdD zelf als belangrijkste prestatie ziet. „Politiek wordt gezien als succesvol wanneer er wetgeving is doorgevoerd, moties zijn aangenomen en coalities gesmeed”, zei Thieme vorig jaar in een interview met deze krant. „Maar maatschappelijke invloed werkt veel subtieler en is vaak pas later zichtbaar.”

Lees ook: Het stille succes van de Partij voor de Dieren

Oesters

„Iedere verkiezing stemmen meer mensen op de Partij voor de Dieren, we hebben inmiddels tachtig volksvertegenwoordigers”, schreef Thieme in een verklaring die ze zondag aan het eind van de middag aan partijleden stuurde. „We hebben een wetenschappelijk bureau, een internationale organisatie en een jongerenorganisatie. Daar mogen we best trots op zijn.”

Even daarvoor had ze op een ledenbijeenkomst in de Tweede Kamer haar vertrek aangekondigd. Die mededeling kwam voor de meeste aanwezigen als een verrassing. „Meestal vertrekken fractievoorzitters na een verkiezingsnederlaag”, zei een geëmotioneerde Thieme. „Ik doe dat nu, nadat ik de afgelopen jaren 24 verkiezingscampagnes heb meegemaakt. Daar heb ik me met hart en ziel voor ingezet.”

Slechts een handvol vertrouwelingen was er vlak na de Europese verkiezingen van op de hoogte dat Thieme haar vertrek als fractievoorzitter en Kamerlid voorbereidde. Net zoals slechts een handvol partijgenoten er vorig jaar september van op de hoogte was dat Thieme zich een aantal maanden ziek zou gaan melden. Dat ziekteverlof duurde tot februari. Wat haar precies mankeerde, is nooit bekendgemaakt.

Bij interne crises sluiten partijbestuur en Thieme zich als oesters. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2010 toen het partijbestuur, waarvan Thieme deel uitmaakt, probeerde om Kamerlid Esther Ouwehand te lozen. Het bestuur wilde haar voor de volgende verkiezingen op een niet verkiesbare plaats op de kandidatenlijst zetten. Over de reden werd niet gecommuniceerd. Het besluit werd later door het partijcongres terug gedraaid. Media waren daar niet bij, want de congressen van de partij waren toen nog uitsluitend toegankelijk voor leden.

Mensendingen

Datzelfde ‘oestergedrag’ van de Partij voor de Dieren was ook zichtbaar in het conflict tussen Thieme en het inmiddels geroyeerde Tweede Kamerlid Femke Merel van Kooten. Zij zit inmiddels als eenmansfractie in de Kamer.

Dat het niet boterde tussen de twee was wel bekend, maar op donderdagmiddag 11 juli was de crisis compleet. Van Kooten liet die dag weten dat ze uit de fractie stapte, maar haar zetel wilde behouden. Dat was een aderlating voor de toen nog vijf zetels tellende partij, die in een summiere reactie sprak van ‘zetelroof’. De overgebleven Kamerleden zwegen verder. Niemand wilde ‘met modder’ gooien.

Van Kooten gaf wel een verklaring. Zij zei dat haar vertrek te maken had met een verschil van inzicht over de politieke koers van de partij. Zij wilde behalve dierenwelzijn ook met „mensendingen” aan de slag. „Maar dat mocht niet van Thieme”, zei Van Kooten. „‘Mensendingen zijn er voor mensenpartijen’, zei ze dan.”

Aan het vertrek van Van Kooten ging nog een pijnlijke affaire vooraf, ook al een signaal van interne verdeeldheid. In maart passeerde het congres de voordracht van het partijbestuur voor een nieuwe voorzitter. Het bestuur wilde Elze Boshart, oudgediende en medeoprichter van de partij, maar het congres koos voor oudsider Sebastiaan Wolswinkel, toen nog voorzitter van Pink, de jongerenorganisatie van de partij. Hij bevestigde na het vertrek van Van Kooten dat er intern verdeeldheid is over de koers.

In haar afscheidsverklaring aan de leden rept Thieme niet over interne verdeeldheid: „Jullie waren altijd bij me, en gaven me vleugels om door te gaan.”